De felle tegenstand van een geïmproviseerd leger

Operatie 'Market Garden' had 17 september 1944 voor de geallieerde legers de weg van de Lage Landen naar het hart van Nazi-Duitsland moeten openen. Tegen de onderschatte Duitse tegenstand zijn de licht bewapende parachutisten echter niet opgewassen.

Zeventien september 1944, tegen de middag. Het hoofdkwartier van het Duitse Erste Fallschirmarmee bevindt zich in de villa 'Bergen' bij Vught. Kurt Student, de Duitse parachutisten-generaal, zit bij de open balkondeuren over zijn papieren gebogen. Een aanzwellend gedreun vult de kamer en Student loopt nieuwsgierig naar het balkon. “Waar ik ook keek zag ik een eindeloze stroom transportvliegtuigen”, herinnerde Student zich later, “en ik dacht nog: had ik ooit maar zoveel materieel gehad”. Maar voor mijmeringen was geen tijd, de verdediging tegen de luchtlandingen werd onmiddellijk georganiseerd.

Ook de Duitse veldmaarschalk Walther Model was ooggetuige van de luchtlandingen. De Britse valschermen openden bij Oosterbeek zowat boven zijn hoofd. En ook hij reageerde onmiddellijk met de schaarse middelen onder zijn bevel.

Na het Duitse debâcle van de 'Falaise-pocket' half augustus, hadden ook de haastige terugtocht en de felle, vertragende achterhoedegevechten veel materieel gekost.

De voorste eenheden van de Britse maarschalk Montgomery veroverden op 3 september Brussel en Antwerpen viel al een dag later. De Amerikaanse generaals Patton en Bradley naderden de sterke Siegfried Linie aan de grens van het Reich. Een beslissende doorbraak leek binnen handbereik te liggen.

Maar mèt de snelle opmars waren ook de geallieerde bevoorradingsroutes uitgerekt. Montgomery stelde daarop aan de geallieerde opperbevelhebber, de Amerikaanse generaal Eisenhower, voor om de beperkte voorraden te reserveren voor de voortzetting van zijn offensief via een omtrekkende beweging door de Lage Landen naar het Ruhr-gebied. Daar lag het hart van de Duitse oorlogsindustrie. Het Eerste Geallieerde Luchtlandingsleger zou de bruggen over de Hollandse waterwegen ongeschonden in handen moeten zien te krijgen.

Eisenhower twijfelde. De Amerikaanse legers op non-actief stellen was politiek onhaalbaar en leek bovendien vanuit militair oogpunt niet absoluut noodzakelijk. Toen de Nederlandse ondergrondse meldde dat de nieuwe V-2 raketten vanuit Holland op Londen werden afgeschoten, kreeg Montgomery zijn fiat. De luchtlandingsoperatie kreeg de naam Market, het grondoffensief Garden. Ook de Amerikaanse legers mochten hun operaties voortzetten.

Student was getuige van de Amerikaanse landingen bij Veghel. Manschappen van de 101ste divisie 'Screaming Eagles' veroverden bij Veghel de bruggen over de Zuidwillemsvaart. De eenheden die per parachute of met zweefvliegtuigen, gliders, tussen Best en Son neerkwamen hadden minder geluk. De Duitsers bliezen de brug over het Wilhelminakanaal op. Bij Grave viel de brug over de Maas in handen van de 82ste luchtlandingsdivisie 'All American'. En ook een brug over het Maas-Waalkanaal bij Mook kon worden bezet.

Volgende belangrijke doel: de twee bruggen over de Waal bij Nijmegen. Amerikaanse parachutisten wisten tot vierhonderd meter van de grote overspanning door te dringen. Daar stuitten ze op felle Duitse tegenstand. Tot hun opluchting lieten de Duitsers de twee bruggen intact.

De laatste twee bruggen lagen bij Arnhem over de Neder-Rijn. Meer dan driehonderd Britse zweefvliegtuigen landden op de Ginkelse heide op vijftien kilometer afstand van het centrum van Arnhem. Drie gevechtsgroepen gingen op weg naar de bruggen.

Met een omtrekkende beweging ten zuiden van de haastig opgeworpen Duitse verdediging, slaagde overste John D. Frost er als enige in om met zijn 2de parachutistenbataljon de verkeersbrug te bereiken. De spoorbrug was al door de Duitsers opgeblazen. Met vijfhonderd man en één antitankkanon verschanste hij zich in de bebouwing aan de noordelijke oprit. De SS hield de huizen aan de zuidkant bezet. Beide wachtten op versterkingen.

Model formeerde intussen ad hoc gevechtsformaties, Kampfgruppen. Voor een deel bestaande uit veteranen, alte Hasen, maar ook uit werkloze 'blokkentrekkers' van de Luftwaffe en diepzeeduikers van de Kriegsmarine. Samen met pantsereenheden van twee uitrustende SS-divisies wisten ze de opmars van de geallieerde parachutisten te stuiten. Alles hing nu af van de snelheid waarmee het Britse leger onder generaal Horrocks over de smalle corridor van brug tot brug naar Arnhem kon rijden. Die corridor ging Hell's Highway heten.

Horrocks gaf in de middag van de zeventiende september het sein tot de aanval. Students parachutisten hoorden de Britse tankmotoren warmdraaien. Ze wisten dat de tanks over de weg moesten; de belendende weilanden waren te drassig. Met hun Panzerfäuste - de Duitse bazooka - lagen ze in hinderlaag. Horrocks wist dit, maar hij hoopte dat hij met snelheid en accurate luchtsteun kon doorbreken.

Het lukte. De eerste tanks moesten rokend aan de kant worden geduwd, maar de volgende avond werd Eindhoven bereikt.

Frost wachtte onderwijl op versterking. De achttiende had hij die moeten krijgen van een tweede lading parachutisten, maar die waren door de Duitse Kampfgruppen vastgepind bij Oosterbeek. De SS-pantserdivisie 'Hohenstaufen' voerde aanval op aanval uit. Keer op keer werden ze afgeslagen, maar de munitie van de parachutisten raakte op en het bruggehoofd werd kleiner.

Horrocks bereikte Grave op de negentiende. De verplaatsing van zijn legerkorps over Hell's Highway ging langzaam. Students Fallschirmjäger en andere Kampfgruppen leggen de ene hinderlaag na de andere.

Op de twintigste gloorde hoop voor het slagen van 'Market Garden'. Met een gecombineerde aanval wisten Amerikaanse parachutisten en Britse tanks de twee bruggen bij Nijmegen alsnog in handen te krijgen. De weg naar Arnhem lag in beginsel open. Maar de Duitse verdediging tussen Nijmegen en Arnhem werd steeds sterker. Horrocks kwam er niet door.

De avond van 20 september raakte Frost gewond en werd gevangen genomen. Kleine groepjes parachutisten zetten de strijd tot de 23ste voort, maar ze kondenniet verhinderen dat Duitse tanks over hun brug naar het front bij Nijmegen reden.

Op de vijfentwintigste bracht een postduif een bericht naar het geallieerde hoofdkwartier vanuit de Britse stellingen rond het hotel Hartenstein. “Moeten postduiven loslaten vanwege gebrek aan eten en water”, luidde de boodschap flegmatiek, en: “Hebben wedstrijd baardgroei. Geen tijd om winnaar aan te wijzen”. 's Nachts ontsnapten ze per boot over de Rijn met achterlating van gewonden. Sommigen doken onder in nog steeds bezet Nederland. Student en Model hadden de voor de Duitse legers broodnodige gevechtspauze afgedwongen.

Nog altijd wordt druk gediscussieerd of de geallieerden met 'Market Garden' niet te veel risico namen. Critici wijzen op de lichte bewapening van de parachutisten en de al te grote ambitie om zoveel bruggen in te nemen. Voorstanders zeggen dat áls de operatie was geslaagd - en dat was onomstotelijk bijna het geval - de oorlog waarschijnlijk met een half jaar was bekort. Die prijs leek, in ieder geval vijftig jaar geleden, het risico waard.