Crisis

De voltallige Nederlandse voetbal-intelligentsia sprak er schande van. Ruud Gullit, de 'voetbalambassadeur', werd gisteravond in het Olympisch Stadion bij elk balcontact door tienduizenden Ajax-fans uitgefloten. Wat een ondankbaarheid voor de Mokumse voetbalambassadeur die zoveel voor de vaderlandse sport heeft betekend. Dat kan alleen in dat brutale Nederland. Het gaat inderdaad bergafwaarts met ons land. Leefde Pim Mulier nog maar.

Er is geen speld tussen te krijgen. Maar deed de geconcerteerde afkeuring en zorg er ook toe? Nee. Want los van de vraag of de vaderlandse voetbal-intelligentsia met deze koorzang niet vooral haar verlangen naar correcte algemeen aanvaarde opvattingen etaleerde, ging ze ook voorbij aan de positie die een voetbal-ster als Gullit in de nieuwe wereld speelt. Hij heeft de plaats ingenomen van de politicus, van de koning en ook nog eens van de paus. Wat hij doet is ex-cathedra gedaan. Hij is aldus de sublimatie van het modern-democratische patriottisme geworden. Dat leiderschap is over het algemeen erg lekker. Maar het is ook een last. Een sterveling kan het volk nu eenmaal niet ongestraft ontstijgen. Met zijn vertrek uit het traigingskamp van het Nederlands elftal in juni, zijn hoogmoedige verklaring daarvoor na het wereldkampioenschap en zijn terugkeer dinsdag op Schiphol overschreed hij de subtiele grens die liefde en haat tussen massa en macht scheidt. Zo wilde hij zich kennelijk terugtrekken als leider. Dat hij die rol nu wel wilde spelen voor het financieel en sportief almachtige AC Milan, verschafte deze breuk bovendien een vleugje klassenstrijd.

Met het gefluit vanaf de tribunes werd dat alles gisteravond door het volk onderstreept. Een klassiek voorbeeld van een leiderschapscrisis.