China opent binnenland voor Westerse industrie

PEKING, 15 SEPT. China zal een speciale economische zone openen in de binnenlandse Hubai-provincie. De Chinese autoriteiten willen daarmee de buitenlandse investeringen verder het binnenland inbrengen. Het zwaartepunt ligt tot nu toe hoofddzakelijk in de kustprovincies. De zone die in Hubai is aangewezen bevindt zich direct rond de nieuwe dam in de Yangtse-rivier, waarvan de bouw volgend jaar wordt gebonnen. De electriciteitscentrale moet de industrie in de nieuw te vormen regio, die zeventien steden bevat, gaan bedienen.

Vier Westerse bedrijven kondigden gisteren een uitbreiding van hun investeringen in China aan. Het Zwitserse chemiebedrijf Sandoz zet een gezamenlijke onderneming met een Chinees staatsbedrijf in de provincie Tianjin op voor het produceren van verfstoffen voor de Chinese markt en de export.

Het Zwitsers-Zweedse concern Asea Brown Boveri (ABB) investeert 10 miljoen dollar in een joint venture in Peking, voor de productie van hoogtechnologische electriciteitscentrales. ABB heeft al 3000 werknemers in China en zal binnenkort het plaatselijke hoofdkwartier verhuizen van Hong Kong naar Peking. Het Amerikaanse computerbedrijf Compaq kondigde gisteren een uitbreiding van de bestaande gezamenlijke onderneming in China aan. Het bedrijf verwacht al dit jaar 100.000 personal computers in China te vervaardigen, en is daarmee de grootste landelijke producent.

Coca Cola zei het aantal productievestigingen in China uit te willen breiden van de bestaande dertien naar 23. Het concern, dat al 100 miljoen dollar in China investeerde, maakte bekend in 1993 2,4 miljard blikjes cola te hebben verkocht, wat neerkomt op twee voor elke Chinees.

Het officiële statistische bureau van China voorspelde vanmorgen dat de Chinese economie in de periode tot het jaar 2000 jaarlijks met tussen de negen en tien procent zal blijven groeien. In de eerste zes maanden van dit jaar groeide de economie met 11,6 procent op jaarbasis, de de laatste twee jaar jaarlijks al met 13 procent. De stijgende prijzen van voedingsmiddelen waren de voornaamste oorzaak voor de forse stijging van de kosten van het levensonderhoud. In de erste zeven maanden van dit jaar telde de inflatie op tot 20 procent op jaarsbasis. (Reuter, AP)