Amsterdammers tasten onschendbaarheid AC Milan aan; Ajax danst mee rond gouden kalf

AMSTERDAM, 15 SEPT. Voor direct betrokkenen telt in voetbal alleen het resultaat, voor anderen is meer nodig om in een staat van opwinding te raken. Voor de laatste groep rest na de wedstrijd tussen Ajax en Milan vooral een gevoel van ergernis en slechts een beetje voldoening omdat het enige elftal dat wilde winnen won. Het is een gevoel dat met grote regelmaat terugkeert in de Europese competitie der kampioenen en dat wel niet uit te bannen zal zijn.

Commercieel voetbal in zijn ergste vorm. Handelsgeesten die zich rondom een voetbalveld in hun handen wrijven. Niet de schoonheden, maar de punten en vooral de miljoenen guldens vormen het belangrijkste gespreksonderwerp. Sportieve drijfveren verdwijnen naar de achtergrond en de kudde op de tribunes danst mee rond het gouden kalf.

Het volk heeft nog hoop dat het allemaal niet zo'n vaart loopt met de ondergang van voetbal als louter sportieve krachtmeting. Met zoveel hoop in hun voetbalhart trotseerden ze gisteravond met z'n veertigduizenden de narigheid in het Olympisch Stadion en lieten ze zich nat regenen. Als onderwierpen ze zich aan een oordeel uit de hemel. Want wie van voetbal houdt, moet lijden.

Gelukkig was er nog Ajax, won Ajax met 2-0, kwam er een voorlopig einde aan de superioriteit van Milan. Slechts tweemaal had het Italiaanse voetbalbolwerk in de Champions League een nederlaag moeten incasseren. Beide malen tegen Olympique Marseille, eens net als Milan een met imperialistische gulzigheid bijeengekocht team dat intussen is teruggekeerd in het rijk der armlastigen. De laatste keer was in mei 1993, in de finale van de kampioenencompetitie.

Mogelijk wordt in Europa zoveel waarde aan de overwinning van Ajax op Milan toegedicht dat in stilte wordt gedacht aan een Amsterdamse machtsovername. Alleen het resultaat heeft immers waarde. Niet de manier waarop het resultaat tot stand kwam. Het excuus dat Milan op z'n minst vier van zijn belangrijkste spelers miste en een paar anderen na een periode van blessures in Amsterdam hun rentree maakten, zal enigszins schouderophalend worden geaccepteerd.

Maar wanneer Milan Tassotti en Costacurta in de verdeding en Albertini en Desailly als verdedigende middenvelders mist, als fantastische voetballers als spits Savicevic en verdediger Maldini nauwelijks zijn genezen, zou men moeten beseffen dat de Milanezen behoorlijk onthand waren. Relativerende opmerkingen als die van Ajax-trainer Van Gaal, dat bij een club die een bijna driemaal zo'n grote begroting heeft als Ajax niet van een verzwakking gesproken kan worden, behoren tot de lachwekkende overmoed die trainers en vooral Ajacieden wel vaker over zich krijgen.

Het is even ergerlijk als de hoon van de Ajax-supporters die Gullit over zich heen gestort kreeg wanneer hij de bal raakte. Eenzaam vocht hij tegen de rondom hem gegroepeerde Ajax-verdediging. En nog was elke bal die hoog werd aangespeeld voor hem. En nog controleerde hij die ballen perfect, zonder dat een Ajax-verdediger er aan te pas kwam. Maar hij stond er alleen voor, mede omdat Savicevic zijn avond niet had en kennelijk andere dingen aan zijn hoofd had dan aan te tonen dat hij ook op een drassig weiland kan toveren.

Milan kwam niet om te winnen. Dat doet het elftal niet graag meer sinds Capello de technische leiding heeft. Milan kwam naar de wet van de Champions League om gelijk te spelen. Een elftal dat zo verzwakt is, uit vorm is, zoveel belangrijke spelers mist, komt niet in de verleiding aan te vallen. En omdat het jeugdige Ajax in de eerste helft te veel ontzag had voor dit Milan, was er niets waarvan de toeschouwer opgewonden kon raken.

Misschien wordt daarmee het spel van de Milanezen Baresi en Maldini en van de Ajacieden Davids en Rijkaard te kort gedaan. Met name de laatste twee zetten hun opvallende dadendrang voort in de tweede helft. Davids als een onverzettelijke middenvelder die zowel verdedigend als aanvallend aangaf dat bondscoach Advocaat hem ten onrechte voor het Nederlands elftal passeert. Rijkaard als de sterke routinier met overzicht, die weer liet zien dat hij als opkomende centrale verdediger Nederlands beste is.

Het moet gezegd dat de aanvallende partij, Ajax dus, op het drassige veld in het nadeel was. In de tweede helft mocht Ajax op het beter bespeelbare deel van de grasmat aanvallen. De bal smoorde toen niet meer in de modder. En omdat Ajax het ontzag van zich afschudde, kwam er meer dreiging in het spel. Al na vijf minuten zette Ronald de Boer een combinatie op met Kluivert. Toen De Boer vrij voor doelman Rossi kwam, wist hij met een stiftbal fraai te scoren.

Daarop had Milan niet gerekend. Wat nu? Aanvallen? Maar hoe? Blijven verdedigen? Radeloos en zonder zelfvertrouwen keken sommige Milanezen om zich heen. Even was er sprake van opwinding. Vooral omdat Overmars in de gaten kreeg dat zijn directe tegenstander Nava niet van het kaliber Tassotti is. Na twinig minuten snelde hij weer eens langs de back, zijn voorzet kwam via het hoofd van een Milan-verdediger bij Litmanen die gretig profiteerde en 2-0 aantekende.

Misschien had Ajax nog wel met 3-0 kunnen winnen. Zo lusteloos speelde Milan verder, zich neerleggend bij de wetenschap dat zowel de lichamelijke als geestelijke conditie niet aanwezig was. Capello wist al langer, zei hij, dan gisteren dat het merendeel van zijn selectie de naweeën ondervindt van het wereldkampioenschap. Hem wacht een zware taak, want de Italiaanse concurrentie zal de nederlaag opvatten als een volgende stap naar de onttakeling van het grote Milan.

Ajax geniet de eer buiten Italië de onschendbaarheid van Milan te hebben aangetast. Op dat soort historische daden heeft Ajax zo langzamerhand patent. De onverwachte overwinning betekent tevens dat een plaats in de kwartfinale de Amsterdammers nauwelijks kan ontgaan. Voor de direct betrokkenen een verheugende ontwikkeling, voor anderen slechts een vaststelling.

Misschien is er nog hoop dat Milan in de return op 23 november weer in zijn mooiste gedaante kan verschijnen, zodat wel van een opwindende wedstrijd sprake kan zijn. Maar de verwachting is dat in de voorlaatste wedstrijd van de eerste ronde van de Champions League opnieuw het resultaat en niet de schoonheid heilig is.