Van Dousselaere is begenadigd verteller, nu het verhaal nog

Voorstelling: Saigon Follow Me. Regie: Rob de Kuiper; vormgeving: Saskia Hovers; spel: Michel van Dousselaere. Gezien: 10/9 Theater De Balie Amsterdam. Nog te zien aldaar: 14 t/m 17/9 en 21 t/m 23/9. Aanvang 22u.

Regisseur Rob de Kuiper en vormgeefster Saskia Hovers maakten in 1991 een reis naar Ho Chi Minh Stad, het vroegere Saigon. Daar volgden ze het spoor van verslaggever Fowler, hoofdfiguur in Graham Greene's roman The Quiet Man die zich in Saigon afspeelt ten tijde van de Franse overheersing in de jaren vijftig.

Terug in Nederland besloten ze dat hun tocht genoeg stof had opgeleverd voor een theatervoorstelling. Nu, drie jaar later, is het zover: onder de titel Saigon Follow Me presenteren ze 'een imaginaire reis door het Saigon van 1955'. De bijgevoegde informatie belooft 'een theatrale vertelling' waarin de Vlaamse acteur Michel van Dousselaere 'heden en verleden, werkelijkheid en fictie verweeft'.

Na de eerste minuten waarin een nummer van The Doors door de zaal schalt en een mannenstem aan de hand van historische feiten en jaartallen in vogelvlucht de koloniale geschiedenis en het oorlogsverleden van Vietnam schetst, neemt Van Dousselaere het woord. Hij vertelt, alsof hij het zelf zo heeft ondervonden, hoe hij aankwam in Ho Chi Minh en een hotel betrok vlakbij het hotel waar Greene indertijd heeft gelogeerd. Op een oude stadsplattegrond wijst hij ons de lokaties aan.

Al pratend schakelt hij even later bijna ongemerkt over op de belevenissen van Fowler. Van Dousselaere is een begenadigd acteur die de verschillende romanfiguren moeiteloos tot leven roept en het luisteren waard blijkt. Hij moet alleen wel wat te vertellen hebben. Zolang hij zich beperkt tot het boek - en dat is het grootste deel van de tijd - is er niets aan de hand, zodra hij echter in terzijdes verslag doet van de recente reis naar Vietnam heeft hij plotseling teleurstellend weinig te melden. Door het gebrek aan interessante observaties en anekdotes komt van de aangekondigde verweving van heden en verleden, werkelijkheid en fictie weinig terecht.

De haast onvermijdelijke conclusie die hieruit volgt is dat Rob de Kuiper en Saskia Hovers noodgedwongen volledig moesten terugvallen op Graham Greene omdat hun reis bij nader inzien niet opmerkelijk genoeg was om er een voorstelling aan op te hangen. Wie het magere resultaat ziet vraagt zich dan af waarom ze het desondanks geprobeerd hebben.