Sorgdrager vindt sluiten coffeeshops onrealistisch

DEN HAAG, 14 SEPT. Minister Sorgdrager (justitie) vindt sluiting van coffeeshops waarin softdrugs worden verkocht niet realistisch. Dat bleek gisteren tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer. Sorgdrager sluit zich daarmee aan bij de mening van de vergadering van procureurs-generaal.

Een commissie onder leiding van de Haagse hoofdofficier van justitie Blok adviseerde vorige maand een 'ontmoedigingsbeleid' dat zou moeten leiden tot sluiting van alle 1.500 coffeeshops.

De procureurs-generaal noemden dat voorstel 'onrealistisch'. Zij besloten evenwel om de geldende criteria voor coffeeshops tot verplichtende richtlijnen te verheffen. Die richtlijnen luiden: geen verkoop aan minderjarigen, geen verkoop van harddrugs, geen verkoop van meer dan 30 gram per transactie, een verbod op reclame en geen overlast voor de omgeving.

Het GVP-Kamerld Schutte wilde gisteren van de minister weten of zij de gekozen oplossing ook voor de toekomst afdoende vindt. Sorgdrager beaamde dat de overlast door coffeeshops te groot is geworden. “We proberen die overlast nu dan ook terug te brengen.” Voor de toekomst wil Sorgdrager het gedoogbeleid opnieuw bekijken. D66, PvdA en GroenLinks steunen de minister in haar overtuiging dat opheffing van de coffeeshops onrealistisch is. “Met het verbieden van de coffeeshops zal de scheiding tussen verkoop van hard- en softdrugs vervagen en dat vinden wij ongewenst”, zei D66-Kamerlid De Graaf.