Schade door Brinta-affaire nog onduidelijk; Avebe tegen verwachting in weer uit rode cijfers

ROTTERDAM, 14 SEPT. Voor het aardappelzetmeel-concern Avebe is het afgelopen jaar onverwacht goed afgelopen. Hoewel de Groningse onderneming zelf eind 1993 nog voorspelde dat het boekjaar 1993/94 met een verlies van 20 tot 30 miljoen gulden zou worden afgesloten, maakte Avebe gisteren bekend toch weer in de zwarte cijfers terecht te zijn gekomen.

Omdat de cijfers over het op 31 juli afgesloten boekjaar een voorlopig karakter hebben, staat de omvang van de winst nog niet precies vast. De onderneming gaat er van uit dat het positief resultaat zo rond de twee miljoen gulden uit komt. Vorig jaar moest het concern nog een negatief bedrijfsresultaat van 83,1 miljoen gulden (mede veroorzaakt door een voorziening voor reorganisatiekosten van 56,4 miljoen gulden) incasseren.

Ook het afgelopen boekjaar kreeg Avebe nog met forse tegenvallers te maken, waaronder een sterke daling van de prijzen voor aardappelzetmeel en de 'Brinta-affaire'. De salmonella-bacterieën in Brinta ontbijtpap (van Honig) begin maart 1994 bleek na onderzoek veroorzaakt te zijn in de fabriek van toeleverancier Avebe. Omdat Avebe daarop besloot een al geplande investering van vijf miljoen gulden in de fabriek in Foxhol vervroegd uit te voeren, kwam de produktie bijna twee maanden stil te liggen. In die periode verschenen er ook geen pakken Brinta in de winkelschappen.

Hoeveel de Brinta-affaire Avebe uiteindelijk heeft gekost, is volgens de woordvoerder van Avebe nog niet helemaal duidelijk. “Het stilleggen van de produktie kost natuurlijk geld, maar inmiddels zijn we al weer op volle sterkte aan het leveren. Daarnaast liggen nog er nog wat claims, maar dat is een zaak voor de verzekering.”

Dat Avebe het boekjaar toch positief heeft kunnen afsluiten, heeft de onderneming naar eigen zeggen te danken aan enkele meevallers in “de sfeer van fiscale aangelegenheden” en aan de baten uit verkoop van verschillende buitenlandse produktie-onderdelen. Zo verkocht Avebe eerder dit jaar zijn Franse lijmfabriek Quelyd aan Elf Atochem en werd het minderheidsbelang in het Zweedse Svenska Lim afgestoten. Daarnaast heeft het toegenomen verkoopvolume volgens de woordvoerder een deel van de prijsdaling kunnen compenseren.

Hoewel het bestuur en de directie van de coöperatie Avebe “ingenomen zijn” met de verbetering van het bedrijfsresultaat, plaatst de onderneming hierbij zelf de kanttekening dat het structurele resultaat “nog steeds onvoldoende is”. Verdere efficiencyverbetering en een hoger prijsniveau (dat in het eerste halfjaar van 1994 voor het eerst weer een lichte stijging te zien gaf) zijn volgens de Avebe-leiding “een absolute oorzaak”.

Die efficiency-verbetering moet voortkomen uit de in 1992 ingezette reorganisatie van de onderneming, waarbij tot 1996 ongeveer een kwart van het personeelsbestand wordt geschrapt. In Nederland is het aantal werknemers al teruggelopen van 2100 tot 1700. Eind 1996 moet het personeelsbestand zijn ingekrompen tot circa 1500. In de buitenlandse vestigingen, waar in 1992 nog circa 1000 mensen werkten, zijn volgens de woordvoerder per saldo enkele honderden banen verdwenen. De reorganisatie moet op jaarbasis een besparing van 70 miljoen gulden opleveren.