Ondanks verzet PvdA en D66; Kabinet blijft bij gasboringen in Waddenzee

DEN HAAG, 14 SEPT. Het nieuwe kabinet kan zich vinden in het besluit van het vorige kabinet over gasboringen in de Waddenzee. Een verzoek in de Eerste Kamer van D66 en PvdA om een betere afweging van de milieu-effecten honoreert het kabinet niet.

Dit bleek gistermiddag tijdens een debat in de Eerste Kamer waarin de ministers De Boer (VROM, PvdA) en Wijers (economische zaken, D66) het besluit van het vorige kabinet verdedigden om onder voorwaarden gasboringen in de Waddenzee toe te staan.

Vorig jaar kwam het kabinet-Lubbers III met de oliemaatschappijen NAM, Elf-Petroland en Mobil overeen dat exploitatie zal gebeuren door boren vanaf de wal, terwijl voor exploratie over een periode van vijf jaar zes boortorens op het wad verschijnen, die daar ten hoogste drie maanden blijven staan. De eigendom van de reserves en de concessie voor opsporing en winning is in de jaren zestig overgedragen aan de oliemaatschappijen, zonder dat daaraan beperkingen in tijdsduur zijn gesteld. Tussen 1984 en 1994 zagen zij vrijwillig van gasboringen af.

Een minderheid in de Eerste Kamer van PvdA, D66, GroenLinks, GPV en RPF vroeg de ministers om een beleids-milieu-effectrapportage (MER). Een motie van GroenLinks van die strekking ondertekenden echter alleen D66, GPV en RPF mee. In een beleids-MER wordt op een rij gezet wat de milieu-effecten zijn van een kabinetsplan en van mogelijke alternatieven.

Volgens minister De Boer is reeds sprake van een beoordeling van de milieu-effecten, zij het op een andere wijze dan PvdA, D66, GroenLinks, GPV en RPF voor ogen staat. Dit gebeurt via milieu-effectrapportages die de zes boorlocaties of clusters daarvan nader bekijken. Het verschil met een beleids-MER is dat bij deze laatste het kabinetsbesluit in zijn geheel wordt heroverwogen, wat behalve tot uitstel ook tot afstel kan leiden. Dat is wat met name GroenLinks bij het indienen van de motie voor ogen stond.

Zowel minister De Boer als minister Wijers ontraadde de motie. De Boer schatte de tijd die het maken van een beleids-MER zou kosten op anderhalf jaar. Tegelijk zou het onzeker zijn of de politiek het meest milieuvriendelijke alternatief uit de MER zou overnemen. “Een milieu-effectrapportage is slechts één instrument voor het nemen van een politiek besluit.”

De Boer wees erop dat de concessie aan de oliemaatschappijen “er nu eenmaal ligt, of we dat nu leuk vinden of niet” en “dat we er dus maar het beste van moeten maken”. De ministers waren van mening dat het vorige kabinet daarin is geslaagd, door “het maximaal haalbare” uit de onderhandelingen met de oliemaatschappijen te slepen. “Daar heb ik alle respect voor”, aldus De Boer. De ministers zeiden dat overnemen van de motie betekent dat de onderhandelingen met de oliemaatschappijen opnieuw moeten worden gevoerd. “Dan staan we met lege handen, terwijl er nu een goed resultaat ligt.”