Markten Latijns-Amerika met gas mee omhoog

AMSTERDAM, 14 AUG. In de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires deed lange tijd het verhaal de ronde dat het het beste was om in een pand uitsluitend op de eerste en tweede verdieping te koken: het gas van de nationale energiemaatschappij haalde niet eens de fornuizen op de derde verdieping. Inmiddels is het energie bedrijf geprivatiseerd en is het personeelsbestand verkleind van 15.000 tot 9.000 mensen, die meer gas en olie produceren dan voorheen.

Gezeten aan een uitgebreide lunch op de 23ste verdieping van het Amsterdamse Okura-hotel konden de Nederlandse beleggers zich wel iets voorstellen bij het gas-verhaal van hun gastheer Scudder, Stevens & Clark, een Amerikaanse beleggingsadviseur. De grootste institutionele beleggers zoals het ABP, PGGM, Nationale Nederlanden en het Shell Pensioenfonds, die gezamenlijk honderden miljoen guldens aan belegd vermogen vertegenwoordigen, oriënteerden zich op investeringen in Latijns-Amerika.

Een aantal Latijnsamerikaanse landen is de afgelopen jaren door beleggers aangeduid als een zogeheten emerging market, een waarmerk dat lang was voorbehouden aan de economiën in Zuidoost-Azië. De aandelenkoersen in Argentinië, Chile en Mexico stegen - net als het Argentijnse gas - vanaf 1989 sterker dan die in bijvoorbeeld Pakistan, Thailand en de Philipijnen, met groeicijfers van 50 tot 70 procent. De hoeveelheid kapitaal die de financiële markten opstroomde verveelvoudigde, waardoor de beurswaarde van genoteerde ondernemingen (marktkapitalisatie) in bijvoorbeeld Mexico explodeerde van 5,6 miljard dollar eind 1986 tot 174,6 miljard dollar nu.

De bedragen van honderden miljarden dollars stonden in de jaren tachtig nog voornamelijk voor de oninbare leningen tijdens de schuldencrisis, die de ooit zo moderne en rijke landen als Brazilië en Argentinië de naam van wanbetaler verschafte. De democratiën die waren gevolgd op de militaire regeringen, wankelden niet alleen door de druk van het leger maar ook door economisch verval. De inmiddels legendarische hyperinflatie met prijsstijgingen van duizenden procenten per jaar veroorzaakte zelfs broodoproeren.

De omslag is het gevolg van de hervormingen van de totaal vastgelopen economiën. Toen de Chicago Boys begin jaren tachtig de toenmalige president Pinochet van economische adviezen voorzagen, werden deze leerlingen van de monetaire econoom Friedmann nog veelal vergeleken met de eveneens in Chicago opererende mafia-leider Al Capone. Nu geldt Chili als lichtend voorbeeld net als Mexico, dat een bitter medicijn te slikken heeft gekregen van het Internationaal Monetair Fonds. Het recept luidt onveranderd: privatisering van de staatsbedrijven, liberalisering van de handel en een stringente aanpak van de inflatie.

Argentinië, na Brazilië het grootste land van het continent, heeft naast de 71 privatiseringen vooral werk gemaakt van de inflatiebestrijding. “Minister Cavallo heeft alleen pesos uitgegeven waar dollars en goud tegenover stonden en keerde zo eigenlijk terug naar de Gouden Standaard. Nu is de inflatie geen 4000 procent meer zoals in 1989, maar 3,5 procent, terwijl bij sommige groothandelsprijzen sprake is van deflatie”, zegt fundmanager T. Truscott van Scudder.

Chile is ook begonnen met oudedagsvoorziening, waarbij werknemers 10 procent van hun loon afdragen aan een zelfstandig pensioenfonds. Argentinië en Perú hebben dit systeem, dat grotendeels vergelijkbaar is met de Nederlandse pensioenvoorziening, inmiddels overgenomen. Daardoor is er voor de financiële markten steeds meer geld beschikbaar, waarbij alleen Chile al goed is voor 60 miljard dollar.

Voor de doorgaans zeer voorzichtige institutionele beleggers in Nederland is het volgens Scudder niet te laat om de pensioengelden en verzekeringspremies te beleggen in Latijns-Amerika. De groei van het Bruto Nationaal Produkt (BNP) ligt de komende jaren tussen de 3,5 en 5 procent en die is nog naar een zwakke afspiegeling van de toenemende bedrijfswinsten. De marktkapilisatie is weliswaar toegenomen, maar bedraagt zelfs in Mexico maar iets meer dan de helft van het BNP, terwijl dat in Groot-Brittannië op 100 procent ligt.

Er is nog geen einde aan de privatiseringen: in Argentinië zijn staan nog 250 bedrijven op de lijst. “Het continent is rijk aan olie en gas, aan metalen en fruit. Als het smalle Chile fruit exporteert, wat voor mogelijkheden heeft het veel grotere Argentinië dan niet”, hield Truscott zijn toehoorders voor. Door de grote hoeveelheid jongeren (60 procent is onder de dertig jaar) is veel vraag naar onder meer huizen (600.000 in Mexico) en consumptiegoederen.

Investeren in Latijns-Amerika is echter geen loterij zonder nieten. De politiek situatie is onzeker door de komende presidentsverkiezingen in onder meer Argentinië. De bevolking heeft het zwaar te verduren door de hoge werkloosheid en het afschaffen van subsidies.

De liberalisering kost bedrijfstakken als de petrochemie vermoedelijk de kop. Een groot aantal bedrijven is bovendien helemaal niet beursgenoteerd, zoals het grootste cementbedrijf van Argentinië, maar in handen van patriachale families.

Het wachten is bovenal op Brazilië, 'een continent in een continent', dat nog nauwelijks met de hervormingen is begonnen. “Misschien dat het land met het winnen van de wereldbeker voetbal moed krijgt”, grapte een Scudder-medewerker. Vertegenwoordiger S. de Boer van Nationale Nederlanden, dat rechtstreeks belegt in Latijns-Amerika, verzuchtte: “Ik vraag me af of we niet eens onze Brazilaanse aandelen moeten gaan verkopen.”