Kinderen leren zich verweren bij Marietje Kessels Project

TILBURG, 14 SEPT. Jaarlijks krijgen zeshonderd kinderen op basisscholen in Tilburg les in weerbaarheid. In twaalf lesuren leren de hoogste klassen hoe ze moeten omgaan met seksueel geweld, mishandeling en pesten. Meisjes en jongens volgen aparte lessen. De meisjes krijgen mentale en fysieke zelfverdedigingslessen, bij de jongens ligt het accent op weerbaarheid tegen machtsmisbruik. Ook moeten zij leren zelf geen intimiderend gedrag te vertonen.

Seksuele intimidatie komt in Nederland, blijkt uit onderzoek, zo vaak voor, dat preventie ervan veel leed èn geld voor latere hulpverlening kan besparen. Dat is de achterliggende gedachte van de Stichting Jeugd & Jongerenwerk Tilburg, die vier jaar geleden met het Marietje Kessels Project is begonnen.

Het project draagt de naam van een elfjarig Tilburgs meisje dat in 1900 werd verkracht en vermoord. De zaak werd nooit opgehelderd. Aanvankelijk waren de lessen alleen voor meisjes maar sinds vorig jaar volgen ook jongens een 'Mini Macho' programma. Het project wordt betaald door de gemeente Tilburg. Binnenkort doen ook scholen in Amsterdam, Utrecht en Waalwijk mee.

Een van de deelnemende scholen in Tilburg is de katholieke Christoffelschool. De meisjes krijgen les van een docente zelfverdediging, Els Wilders. Tijdens de les worden spelletjes gedaan zoals schoudertikkertje, knietikkertje en het afweren van slaande armen. Voorafgaand aan de oefeningen praten de kinderen aan de hand van een persoonlijk 'zelfverdedigingsschrift'. Belangrijk uitgangspunt is dat kinderen onderscheid leren maken tussen een ja-gevoel en een nee-gevoel. In het schrift staat: “Niemand, zelfs niet iemand die van je houdt, heeft het recht om jou aan te raken op een manier die jou een nee-gevoel geeft.” Een meisje vertelt dat ze een ja-gevoel krijgt als iemand aan haar haar zit te frutselen. Een ander krijgt een nee-gevoel als haar ouders heel hard tegen haar zus schreeuwen. Een derde krijgt een weet-niet-gevoel als iemand met wie ze ruzie heeft het wil goedmaken terwijl zij nog steeds kwaad is.

De jongens luisteren in een ander lokaal naar preventiewerker Pim Royakkers. Hij legt in een toneelstukje met de onderwijzer uit hoe ze thuis een opdringerige tante aan de voordeur kunnen afweren: door een stap achteruit te zetten, een beleefde hand uit te steken en te gaan praten. Daarna vraagt hij wat ze zouden doen als in de bus een man naast hen zou komen zitten en een arm om hun schouder legt. Een jongen zegt dat hij ergens anders gaan zitten, een ander zou hem wegslaan, weer een ander zou zeggen: ik ben je zoontje niet. Nog beter is het, zegt Royakkers, om heel hard nee te roepen. Met veel kabaal en zwiepende armen wordt het tafereeltje nagespeeld.

De jongens leren hoe ze zich moeten verdedigen, maar ook zich in te leven in meisjes. Pim Royakkers: “Sommige jongens vinden het enerverend om in het zwembad bij meisjes de bikini uit te trekken en de borsten te pakken. Ik heb ze gevraagd zich voor te stellen wat ze zelf zouden voelen als ze op de duikplank staan en dat gebeurt. Dan begrijpen ze dat het een rotgevoel is. Het is een ontdekking voor ze.”

De effecten van een preventieproject zijn op langere termijn moeilijk te meten. Wel kan de Stichting Jeugd & Jongerenwerk bogen op enkele evidente resultaten, zoals een jongen die door de lessen de moed kreeg om hulp te vragen nadat hij door zijn broer was misbruikt. In zijn evaluatie schreef hij: “Bedankt dat ik bij u het geheim kwijt kon.” Of het meisje dat door de lessen thuis durfde te vertellen dat een kennis van haar ouders in het zwembad haar hand in zijn zwembroek had gestopt. Daarna hoefde ze niet meer bij deze kennis te gaan logeren. Bovendien is preventie volgens projectleider Gerda de Vries allicht goedkoper dan genezen. Ze rekent voor dat er maar één kind per klas hoeft te zijn bij wie misbruik wordt voorkomen om het geld uit te sparen dat anders later voor hulpverlening door het Riagg nodig zou zijn.

Directeur A. Robben van de Christoffel basisschool: “Het is een fantastisch project. Wij merken dat de meisjes sociaal weerbaarder zijn geworden. Ze durven meer. En jongens krijgen het gevoel dat meisjes toch niet altijd zo zijn als ze altijd wel gedacht hadden.”