'Kans op aardschokken eerst onderzoeken'

ROTTERDAM, 14 SEPT. Alvorens definitieve beslissingen worden genomen over ondergrondse opslag van aardgas zou onafhankelijk geologisch onderzoek gedaan moeten worden naar de kans op nieuwe aardschokken in Nederland door het verhogen van de ondergrondse druk.

Dat bepleit de geoloog P. van der Gaag uit Rotterdam, lid van het Platform voor onafhankelijke geologen. In verband met de discussie die aanvankelijk morgen in de Tweede Kamer plaats zou hebben over de plannen voor gasopslag bij het Drentse Langelo heeft Van der Gaag aan geïnteresseerde politici en ambtenaren een notitie gestuurd. Hij vindt dat de mogelijke kans op aardbevingen bij aardgaswinning de leverantie van gas niet mag verhinderen, maar dat voor een juiste benadering en besluitvorming vanuit het milieubeleid en het economisch perspectief nader onderzoek nodig is.

Een extra reden daarvoor is volgens Van der Gaag dat de informatie over onderzoek dat tot nu toe is verricht, niet (volledig) openbaar wordt gemaakt en dat de berichtgeving daarover verwarrend en onjuist is. De Staatscourant is daarbij koploper, meent hij. Deze officiële uitgave meldde op 14 augustus dat de Begeleidingscommissie Onderzoek Aardbevingen (BOA) tot de conclusie zou zijn gekomen dat de kans op aardbevingen bij gasinjectie (bijvoorbeeld voor opslag) mogelijk groter is dan bij “normale exploitatie” (gaswinning). De BOA heeft naar dit verband echter geen onderzoek gedaan, weet Van der Gaag.

Hij meent dat bij gasinjectie inderdaad aardbevingen kunnen ontstaan. “Echter, de sterkte hiervan is zonder grondig onderzoek onmogelijk in te schatten.” De problematiek van aardbevingen is actueel geworden door de bevingen eerder dit jaar in Middelstum en Alkmaar, die een kracht van 3 op de schaal van Richter hadden, schrijft de geoloog. “Hierbij is het frappant dat het epicentrum zich in de buurt van het Bergermeer bevond. Het Bergermeerveld (gasveld) komt als technisch goed reservoir voor gasopslag naar voren in de aanvullende milieu-effectrapportage van Langelo, welke de verschillende geschikte locaties voor ondergrondse opslag met elkaar vergelijkt. Jammer is dat deze aanvullende MER niets vermeldt over het BOA-rapport, terwijl in de uitgebreide MER over Langelo juist verwezen wordt naar de resultaten van de BOA.”