'Kairo' eindigt met reeks van voorbehouden

KAIRO, 14 SEPT. De Wereldbevolkingsconferentie is gisteren in Kairo afgesloten met de aanvaarding - met voorbehouden van een reeks delegaties - van een Plan van Actie dat een aantal maatregelen opsomt om de bevolkingsgroei terug te dringen.

Onder andere beoogt het plan de gezondheidszorg te verbeteren en vrouwen de gelegenheid te geven zelf hun beslissingen te nemen.

Tijdens de plenaire slotvergadering van wat officieel de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling (ICPD) heette, maakte een aantal landen voorbehouden bij diverse deelaspecten van het slotdocument. Zo liet de delegatie van het Vaticaan vastleggen dat deze geen “deel uit kan maken van de consensus” met betrekking tot de hoofdstukken 7 en 8. In hoofdstuk 8 wordt onder meer gesproken over abortus terwijl in hoofdstuk 7 de zogeheten reproduktieve rechten aan de orde komen. Volgens de delegatie van het Vaticaan, die overigens liet weten het “holistische” concept van de reproduktieve gezondheid toe te juichen mits dit adequaat wordt gedefinieerd, wordt in het Kairo-document abortus gezien als een “dimensie van bevolkingspolitiek”. Bovendien zouden de hoofdstukken op zo'n manier gelezen kunnen worden dat zij seksuele activiteit buiten de context van het huwelijk, met name van adolescenten, zouden stimuleren.

Ook een aantal islamitische landen (waaronder Libië, Syrië, Iran en Jordanië), liet voorbehouden vastleggen. Zo zou het ontwerp-slotdocument nooit mogen ingaan tegen de islamitische wet, de shari'a. Daarnaast heeft de term “individuen” zoals gebruikt in het Plan van Actie, voor een aantal islamitische landen slechts betrekking op getrouwde individuen. Enkele landen uit Latijns-Amerika (waaronder Argentinië, Honduras en Nicaragua) maakten een voorbehoud met betrekking tot abortus.

Het Plan van Actie zoals dat gisteren werd goedgekeurd, heeft als basisgedachte dat de bevolkingsgroei niet adequaat kan worden beheerst door deze primair als een demografisch probleem te beschouwen. De beste manier om het probleem op te lossen is - aldus het Plan - een brede aanpak waarin verbetering van de gezondheidszorg, het vergemakkelijken van de toegang tot anti-conceptiemiddelen en het bevorderen van het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen centraal staan.

Het Plan noemt een aantal concrete maatregelen om deze doelstellingen te verwezenlijken. Zo zouden staten een einde moeten maken aan de discriminatie van vrouwen en zou ernaar gestreefd moeten worden om de kindersterfte in de Derde Wereld terug te dringen. Ook zouden regeringen in de Derde Wereld de komende jaren onderzoek moeten doen naar de zogeheten unmet need aan anti-conceptiemiddelen zodat gezinnen in de Derde Wereld een reële mogelijkheid hebben om aan gezinsplanning te doen.

Voor dit alles zou tot het jaar 2000 jaarlijks 17 miljard dollar moeten worden uitgetrokken, oplopend tot 21,5 miljard dollar per jaar tegen het jaar 2015. Westerse donorlanden zouden hiervan een derde deel moeten opbrengen; de ontwikkelingslanden de rest. Ontwikkelingsdeskundigen hebben hierover hun twijfel. Afrikaanse landen hebben al gezegd dat ze zich dergelijke uitgaven niet kunnen veroorloven. Op dit moment wordt jaarlijks ongeveer 6 miljard dollar uitgegeven aan bevolkingsprogramma's.