Justitie ziet zich voor onmogelijke taak gesteld

DEN HAAG, 14 SEPT. De ernst van de situatie wordt alom onderkend, maar het geld ontbreekt. Minister Sorgdrager (justitie) heeft Kamerbrede steun om de veiligheid in de samenleving te verbeteren, maar al direct na haar aantreden werd haar duidelijk dat 's Rijks financiën wel eens ontoereikend kunnen zijn voor de veelheid aan vernieuwingen in de rechtshandhaving. Aan de vooravond van Prinsjesdag lijkt het erop dat voor Justitie andermaal vier moeilijke jaren aanbreken. De ambtelijke top van het departement verschafte Sorgdrager enkele weken geleden een weinig florissant financieel toekomstbeeld voor de maatregelen die politiek en burgers voor ogen hadden. Justitie wordt “wederom met onmogelijke taakstellingen opgezadeld”, zo heette het in Sorgdragers introductiestukken.

De gehele strafrechtketen, beginnend met de politie en eindigend met het gevangeniswezen en de reclassering, is aan grondige versterkingen toe, zo analyseerden de afgelopen jaren politiek en ambtelijk Den Haag de situatie rondom de grote en kleine criminaliteit. Door een tekort aan politiemensen op straat werden te weinig boeven gevangen en werd er te weinig gedaan om criminaliteit te voorkomen. “Enkele duizenden” nieuwe politie-agenten, zoals in het regeerakkoord van het kabinet-Kok staat vermeld, zullen tot 1998 moeten proberen hierin zichtbaar verandering in te brengen.

Maar een forse uitbreiding van het politiepersoneel werkt door in de keten. Het openbaar ministerie, dat het afgelopen jaar herhaaldelijk werd afgeschilderd als een verouderd, overbelast bedrijf, staat aan de vooravond van een drastische reorganisatie waaraan de nieuwe minister, OM-kenner bij uitstek, haar handen vol zal hebben. Meer politie betekent echter niet alleen meer werk voor officieren van justitie, maar ook voor de rechterlijke macht, en ook een groter beroep op de capaciteit van het gevangeniswezen. Over reorganisaties, uitbreidingen en automatiseringsoperaties wordt in al deze sectoren hard nagedacht en soms ook al gewerkt, maar de grote vraag blijft hoe de schakels uiteindelijk op elkaar worden aangesloten.

De bezorgde departementale leiding van Justitie voorzag al bij de eerste 'paarse' schermutselingen tijdens de kabinetsformatie dat de financiële waardering voor de politieke wensen “wederom” niet op elkaar zouden aansluiten. Justitie heeft de warme belangstelling van het publiek, maar staat nog steeds in de brede schaduw van de sociaal-economische onderwerpen. Van de ombuigingen van 255 miljoen gulden die de Justitiebegroting tot 1998 zullen treffen wordt volgens het departement “praktisch al het geld” opgeslorpt doordat er “bij lange na niet genoeg” geld vrijkomt om de prioriteiten van het ministerie - een brede aanpak van de onveiligheid - uit te voeren. Justitie vreest dat de politiek het aanhoudende cellentekort, met als gevolg een toenemend aantal heenzendingen van verdachten, zal aangrijpen om te pleiten voor nog meer alternatieve straffen en een meer structurele aanpak van de misdaadpreventie. Maar, zo vindt het departement, een alternatieve straf of een boete heeft alleen zin als er cellen achter de hand zijn voor minder bereidwillige veroordeelden.

Misdaadpreventie is een term die recentelijk steeds vaker is gevallen tijdens discussies over de veiligheid. Niet alleen politiemensen, maar vooral burgerwachten, toezichthouders en andere surveillanten zouden in elk geval het gevoel van onveiligheid verminderen en mogelijk een deel van vooral de kleine criminaliteit voorkomen. In de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen werd daarnaast verwezen naar de verantwoordelijkheden van burgers zelf als het gaat om het voorkomen van criminaliteit. Of preventie, als onderdeel van het 'integrale veiligheidsbeleid', werkelijk van invloed zal zijn op de criminaliteitscijfers is volgens sommigen nog maar de vraag.

Samenwerking tussen Justitie en het ministerie van binnenlandse zaken wordt wellicht van doorslaggevend belang voor het welslagen van de grootschalige reorganisaties in de rechtshandhaving, aangezien Sorgdragers overburen aan de Haagse Schedeldoekshaven, minister Dijkstal en staatssecretaris Kohnstamm, verantwoordelijk zijn voor de openbare orde en het veiligheidsbeleid. Die samenwerking tussen beide departementen is de afgelopen jaren wel eens stroef verlopen.

Sorgdrager heeft sinds haar benoeming op het ministerie nog niet de tijd gehad haar ideeën over het te voeren Justitiebeleid te ordenen of invloed uit te oefenen op de begrotingsonderhandelingen. Als zij de politieke prioriteiten wil uitvoeren, zo waarschuwden haar ambtenaren haar al in de eerste week van haar ministerschap, blijft er niets over dan de “pijnlijke weg van oud voor nieuw”. Aan haar de taak om te oordelen welke oude onderdelen van de Justitiebegroting onder de nieuwe zullen moeten lijden.