Gevechten in Bihac escaleren tot de zwaarste sinds weken

SARAJEVO, 14 SEPT. De gevechten in de moslim-enclave Bihac in het noordwesten van Bosnië zijn gisteren verder geëscaleerd tot de zwaarste in Bosnië in vele weken. Dat meldde gisteren de VN-vredesmacht UNPROFOR.

De Kroatische Serviërs, die vorige week vanuit het noordoosten Bihac binnenvielen terwijl de Bosnische Serviërs dat vanuit het zuidoosten deden, hebben zich volgens de VN-vredesmacht inmiddels uit de enclave teruggetrokken. Ze blijven echter vanuit hun gebied - de Kroatische Krajina - stellingen van het Bosnische regeringsleger in Bihac beschieten.

De Bosnische Serviërs breidden gisteren hun offensief bij de stad Otoka in de enclave nog uit. Bij Otoka vuurden gisteren de twee strijdende partijen negenhonderd granaten op elkaar af. Het grootste deel werd door de Serviërs afgeschoten. Het Bosnische leger evacueerde de inwoners van Otoka. Volgens een woordvoerder van de VN kwam er in het frontverloop gisteren nauwelijks verandering. De Bosnische regering meldde dat gisteren aan Servische zijde zestig doden vielen. De opperbevelhebber van het leger van de Bosnische Serviërs, Ratko Mladic, werd volgens radio-Sarajevo bij de strijd in Bihac gewond. Dit bericht kon echter niet door andere bronnen worden bevestigd; de Bosnische Serviërs negeerden de melding.

In de Kroatische hoofdstad Zagreb hebben de presidenten en de premiers van Kroatië en Bosnië gisteren gesproken over het volgens de moslims gebrekkige functioneren van de moslim-Kroatische federatie in Bosnië. De Bosnische president, Alija Izetbegovic, heeft de afgelopen week herhaaldelijk geklaagd dat er sinds het akkoord van Washington, waarin de twee partijen in Bosnië afspraken een federatie aan te gaan, niets meer is gebeurd.

Volgens president Tudjman van Kroatië werd gisteren gesproken over de vorming van een gezamenlijk militair opperbevel en de samenvoeging van het Bosnische regeringsleger en dat van de Bosnische Kroaten, over de vorming van gemeentelijke bestuursorganen in de door de moslims en de Kroaten beheerste gebieden in Bosnië-Herzegovina, over samenwerking tussen Bosnische en Kroatische bedrijven en over douanekwesties.

In Mostar is gisteren de politiechef van het Bosnisch-Kroatische deel van de stad ontslagen en zijn vijf leden van de Bosnisch-Kroatische militaire politie gearresteerd in verband met de aanslag, zondagochtend vroeg, op Hans Koschnick, de EU-administrator van de stad. Zondagochtend werd een granaat afgevuurd op de woning en het kantoor van Koschnick, die op dat moment overigens niet thuis was. De granaat ontplofte in zijn slaapkamer. Volgens de Bosnische Kroaten heeft een onderzoek uitgewezen dat de aanslag het werk was van “gedemobiliseerde dronken leden van de militaire politie”.

In een meer aan de grens tussen Bosnië en Servië is gisteren het lijk gevonden van Risto Djogo, de hoofdredacteur van de televisie van de Bosnische Serviërs. Hij werd sinds zaterdag vermist. Djogo stond bekend als een fervent aanhanger van Radovan Karadzic, de leider van de Bosnische Serviërs, en recentelijk ook als een scherpe criticus van de Servische leider Milosevic. Hij stond bekend om de opzwepende en oorlogszuchtige taal van zijn commentaren. Hoe Djogo aan zijn eind is gekomen is niet duidelijk. (Reuter, AP, AFP)