Duits Hof: Euthanasie mag, onder strenge voorwaarden

BONN, 14 SEPT. Het leven van een ongeneeslijk zieke patiënt in coma mag in bepaalde gevallen worden beëindigd door de medische behandeling te stoppen. Namelijk als er een redelijke zekerheid is dat de patiënt dat zelf ook zou hebben gewild. Met een arrest van deze strekking heeft het federale Duitse gerechtshof in Karlsruhe de grenzen van het debat over passieve euthanasie gisteren iets verlegd en de ruimte voor artsen en familieleden iets vergroot.

Het federale Hof, niet te verwarren met het Constitutionele Hof in Karlsruhe, bepaalde wel dat aan strenge eisen voldaan moet zijn, zowel wat de ernst van de ziekte als de aangenomen stervenswil van de patiënt betreft, vóór het tot beëindiging van de behandeling mag komen. Het euthanasiedebat is in Duitsland beladener dan elders door de nazi-praktijken in het Derde Rijk ('33-'45), toen op mensen die niet “geschikt” werden geacht om verder te leven, euthanasie werd toegepast.

Het arrest van gisteren betrof een geval van een 72-jarige vrouw, die leed aan de ziekte van Alzheimer en in 1990 door een hartstilstand ernstige schade aan de hersens had opgelopen. Zij was sindsdien buiten bewustzijn en werd kunstmatig gevoed. Begin 1993 had de huisarts van haar zoon voorgesteld om haar leven te beëindigen door nog slechts thee toe te dienen en haar zo zonder pijn te laten sterven.

De 53-jarige zoon had na enige bedenktijd met dat voorstel ingestemd omdat hij zijn moeder circa tien jaar daarvoor tijdens een televisie-film over de verpleging van ernstig zieke bejaarden had horen zeggen dat zij nooit zó aan haar eind wilde komen. Maar in het ziekenhuis weigerde het personeel mee te werken aan de door de arts voorgestelde passieve euthansie. In plaats daarvan wendde het personeel zich tot de justitie. De arts en de zoon werden dit voorjaar wegens poging tot doodslag onder bijzondere omstandigheden tot geldboetes van 6400 en 4800 mark veroordeeld door een rechtbank in Kempten. Die rechtbank krijgt de zaak nu terug van het federale Hof, dat in zijn arrest vrijspraak alleen al afwijst omdat de arts en de zoon destijds niet het “Vormundschaftsgericht” over hun besluit hadden ingelicht. Het Hof meent bovendien dat de zoon aan een verzuchting van zijn moeder van tien jaar daarvoor geen zekerheid aangaande haar stervenswil kon ontlenen.