Doodshemdje

Een mens heeft ook eigenlijk geen leven in deze tijd. Je hoort er niet zo veel over, want de een houdt zich groot en de ander wil geen slapende honden wakker maken. De pers, voor wie dit laatste zeker geldt, besteedt maar mondjesmaat aandacht aan het probleem.

Maar één publikatie heeft het aangedurfd om het grootscheeps aan te pakken, een - zei ik daar bijna 'tijdschrift'? Avenue is veel meer dan dat, al jaren, het is een imago, en bij gebrek aan abonnees nu al bijna vergeestelijkt. Het heeft zijn doodshemdje al aan. Het verschijnt tegenwoordig in de gedaante van een doos.

Met de moed der wanhoop wordt daarin de ziekte van onze tijd benoemd. Zij heet Overvloed. Wij hebben allemaal de geldpest. Wij staan - om maar iets te noemen - aan de balies van vliegmaatschappijen en luxe-hotels en worden ellendig van de vraag welke credit-card te gebruiken. Elke card biedt zijn eigen voordelen, van suites voor de prijs van kamers tot gratis dagjes met een Ferrari. En die marteling is nog maar één van vele.

Er staan er veel meer in Avenue; erg tragisch is bijvoorbeeld iemand die het niet kan laten roestvrijstalen gardes te kopen. Elders onthult een foto met bijschrift dat er minstens negen mannenparfums in één jaar tijd op de markt zijn gekomen - wat doe je, als je in oktober weer aan je nieuwe geurtje toe bent? Is het niet om gek van te worden?

Maar het duidelijkste blijkt uit de modefoto's die in Avenue staan hoe erg het allemaal is. Onherstelbaar beschadigde jongelui zijn voor die foto's door verpleegsters in de kleren gehesen die de redactie had uitgekozen. Het zijn zwarte kleren, die slecht zitten en niet bij elkaar passen: plastic laarzen, nylon onderjurken, designerjurken 'als pull' gedragen. Jasjes voor de prijs van een tweepersoons vliegvakantie staan naast 'halssieraden' van stukken waslijn. Eén ontwerper werkt, volgens een bijschrift, graag met cassettetape - geluidsband dus -, een ander deconstrueert avondjurken. Met moeite houden de modellen zich overeind, en voor zover zij hun ogen niet dicht hebben, kijken zij diepgestoord de wereld in.

Om de lezers op te beuren heeft Avenue een verslaggever en een Engelse fotograaf naar Amerika gestuurd voor een reisreportage, zij het niet over een plezierig vakantie-oord. Wij hebben het immers al zo moeilijk met kiezen tussen Cyberspace, Patagonië of toch maar weer Bali. Neen, Avenue bezocht de grootste shopping mall ter wereld (of bijna), die staat in Minneapolis. De Minneapolitanen zijn er met al die overvloed duidelijk nog beroerder aan toe dan wij. Al zien de mensen op de foto's er stukken beter uit dan Avenue's eigen fotomodellen.

De vraag is natuurlijk of Avenue ook raad weet. Ooit was dit tenslotte gewoon een damesblad, het rijke zusje van de Margriet. Maar haar radeloosheid springt in het oog. Verstrikt geraakt in hun zelfverzonnen probleem raadpleegden medewerkers een overstelpend aantal psychologen, ethisch bedrijfskundigen, demografen en vrijetijdswetenschappers (wat doet zo iemand als hoofdberoep, vraag je je af). Je moet gewoon kiezen, zeggen die, of: je moet vooral niet kiezen, of: ons sociale leven in de traditionele zin van het woord zal sterk afnemen. Mmm, knikt Avenue. En peinst onderwijl of zij nog een glimp zal opvangen van mevrouw Popcorn, een Amerikaanse trendkijkster van wie bekend is dat zij voor minder dan een fortuintje haar kont niet keert, en die als lid van de 'Raad van Advies' achterop de doos staat vermeld.

Weet de Avenue, die zo theatraal getuigt van de verschrikkingen van de overtolligheid, dan helemaal niets dat op een oplossing lijkt? Jawel, maar die is zo simpel dat je je bijna afvraagt of het een pesterijtje van iemand op de drukkerij is. Onderin de doos zit een echte vuilniszak, die ten behoeve van de anders begaafde medemens ook nog is bedrukt met driemaal de woorden The End.

Een vuilniszak! De oplossing zit in het raadsel zelf verborgen! Alles wat vanaf nu onder de naam Avenue verschijnt zal nog slechts postuum zijn; de schim van een blad dat aan zijn eigen welvaartsziekte ten onder ging.