Docenten in het basisonderwijs nog te onervaren met computers

DEN HAAG, 14 SEPT. Leraar: “Vandaag zullen we het hebben over computers.” Leerling: “Da's goed meester, wat wilt U weten?” Deze conversatie staat in een tekenstrip uit een informatiemap van basisschool De Triangel uit Gouda en staat niet ver van de werkelijkheid af.

Het gaat goed met de computer in het basisonderwijs, maar nog niet goed genoeg. Dat is de strekking van het rapport 'Computers in het basisonderwijs', dat in opdracht van de Tweede Kamer is geschreven. Het is vanmiddag overhandigd aan de Kamerleden W. van Gelder (PvdA) en A. Koekkoek (CDA). Het rapport is opgesteld door het Rathenau-instituut, een onafhankelijk adviesbureau voor politiek en beleid.

Basisscholen kunnen sinds 1990 deelnemen aan het door de overheid gesubsidieerde Comenius/ Print project, waarbij zij worden begeleid in het gebruik van de computer op school. Binnenkort loopt het project ten einde. Het project moet doorgaan, zegt het rapport, want anders zou het leiden tot kapitaalvernietiging: veel docenten zijn nog te ondeskundig om op eigen kracht de computer in de lessen te gebruiken. Een ander probleem bij de introductie van computers op basisscholen is een gebrek aan beeldschermen en programma's. Staatssecretaris Netelenbos van onderwijs zal het rapport met andere rapporten bekijken, voordat zij dit najaar de Tweede Kamer zal laten weten hoe zij verder wil met de computer op de basisschool.

Het rapport bevat stellingen als 'De leerkracht die de computer het langst thuis houdt, is secretaris van de bridge-vereniging' en 'De meeste scholen gebruiken liever programma's waarbij ze zo min mogelijk aan inhoud en didactiek hoeven te veranderen'. Tweede-Kamerlid Van Gelder had graag vragen bantwoord gezien als: 'Wat wil je en wat kun je met computers in het basisonderwijs?' “Pas als deze vragen beantwoord zijn, kunnen we kijken wat de overheid nog verder moet doen. Maar daarop wordt in het rapport helaas niet ingegaan”, zegt Van Gelder. Rathenau-directeur L. Korteman begrijpt de kritiek van Van Gelder maar meent dat dát niet de opdracht was. “Wij bekijken de rol van de overheid in dit project. Het ministerie moet zelf kijken wat de kinderen ervan leren.”

Op scholen klinkt tevredenheid over het computergebruik. W. ten Brink, directeur van De Triangel, vindt dat er “nuttige” programma's in het Comenius-pakket zitten. “Groep 3 gebruikt 'Veilig leren lezen' dagelijks. De andere groepen maken een uur per week gebruik van de overige vier computers. Helaas zijn we erg afhankelijk van ouders die vrijwillig begeleiding bieden, wat ik voorlopig niet zo snel zie veranderen. Een enkel programma is totaal ongeschikt. 'Corel-draw' is handig op een architectenbureau, maar niet voor een basisschool.”

Op de openbare school De Ekkelboom in Zuidwolde wordt, zegt directeur W. Westerbeek, goed gebruik gemaakt van computers. “Al onze groepen hebben afgelopen jaar de computer uitgeprobeerd. Rekenen, topografie en lezen vormen in de toekomst onze basis, waarna we een keuzeprogramma gaan samenstellen. Belangrijk is dat we genoeg variatie hebben, want andere verdwijnt het enthousiasme bij de leerlingen snel.” Het gevaar dat leerlingen de computer gaan zien als veredeld speelgoed wordt ook in het rapport gesignaleerd. In het overblijflokaal van De Triangel is het tussen de middag dringen rondom de spelcomputers.