De vrijheid moet elke dag opnieuw bevochten worden

Vijftig jaar geleden werd een groot deel van Nederland bevrijd. Het is goed om te bedenken, zegt M. van der Stoel bij de herdenking van deze gebeurtenis, dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Overal in Europa wordt de vrijheid en veiligheid bedreigd door virulent nationalisme. Preventieve diplomatie en intensieve aandacht voor de problemen van de post-communistische landen is van groot belang.

Een volk ondergaat soms collectieve ervaringen, positieve of negatieve, die van fundamentele betekenis zijn omdat zij op onontkoombare wijze essentiële vraagstukken aan de orde stellen. De bezetting en bevrijding van Nederland vormen zo'n historische ervaring.

De brute inval in ons land, de daaropvolgende gewelddadige bezetting met haar onvrijheid en vertrapping van de elementaire rechten van de mens, de executiepelotons, de rassenhaat met alle gruwelijke consequenties van dien, dit alles bracht ons hardhandig aan het verstand wat het betekent te moeten leven onder een totalitair regime. Het verlangen naar de verlossing uit die nachtmerrie en naar de herwinning van de vrijheid was nooit sterker dan toen.

De bevrijding van ons land, de beëindiging van de terreur, het herstel van de rechtsstaat - zij werden met gejubel begroet. Zo terecht als het gejubel toen was en zo terecht als de blijdschap is waarmee wij vandaag deze bevrijding herdenken, zo dwingend is de noodzaak te gedenken tegen welke vreselijke prijs onze vrijheid werd gekocht, hoeveel mensenlevens verloren gingen aleer het zover was. De vrijheid werd duur betaald, omdat zij eerder niet genoeg beschermd werd.

De bevrijding betekende daarom niet alleen de herwinning van de vrijheid, maar ook de aanvaarding van de plicht die vrijheid vorm te geven, haar te beschermen en te ontwikkelen, en vooral: niet te vergeten dat de vrijheid niet een vast gegeven is maar elke dag opnieuw bevochten moet worden, elke dag opnieuw haar prijs vergt. Ik denk dat het nodig is hierop te wijzen omdat vandaag de dag, vijftig jaar later, vrijheid voor ons iets vanzelfsprekend is, iets dat nooit verloren kan gaan. De geschiedenis leert ons echter anders. Wat wij ook maar al te vaak vergeten, is dat deze vrijheid in de wereld om ons heen nog slechts een betrekkelijk schaars goed is. Het aantal werkelijk democratische staten is nog steeds benauwend klein; het getal van staten waar onderdrukking en schending van mensenrechten aan de orde van de dag zijn, verontrustend groot.

De prijs voor de vrijheid is voortdurende waakzaamheid, zo luidt een oud gezegde. Maar welke invulling geven wij aan het begrip 'waakzaamheid'? Het is in elk geval een ruimer begrip dan gewapende weerbaarheid in tijden waarin onze onafhankelijkheid, en daarmee onze vrijheid, van buiten wordt bedreigd. Voortdurende waakzaamheid is ook geboden voor het gezond houden van onze democratische instellingen en het behoud van onze rechtsstaat. Maar deze waakzaamheid vergt eveneens het besef dat ook een stevig geworteld democratisch bestel als het onze in gevaar komt als elders in Europa autoritaire tendensen de boventoon voeren.

Bittere ervaring leert dat autoritaire regimes potentieel steeds een bedreiging van vrede en veiligheid opleveren. Van een regime dat zich niets aantrekt van rechtsregels die de vrijheid van de eigen bevolking moeten waarborgen, kunnen geen scrupules worden verwacht waar het de naleving van internationale normen betreft inzake het afzien van agressie en het zoeken naar vreedzame oplossingen van geschillen. Zij zullen verdragen met hun buren slechts zolang naleven als het hun goed dunkt. Regeringen van democratische landen daarentegen achten zich als regel wel gebonden aan het respecteren van rechtsregels, nationale zowel als internationale, en zijn meer geneigd tot het zoeken naar compromissen dan tot dwang en geweld. Het onmiskenbare verband tussen verzekering van demcoratische vrijheden enerzijds, en het behoud van vrede en veiligheid anderzijds, heeft ook internationaal erkenning gevonden. Wij zijn ervan overtuigd, zo verklaarden de staats- en regeringshoofden van de CVSE-landen in het Handvest van Parijs van 1990, “dat bevordering van democratie en respect voor en effectieve uitoefening van mensenrechten, onmisbaar zijn voor de versterking van vrede en veiligheid in de kring van onze staten”.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog en de nederlaag van het nationaal-socialisme leidden tot herstel van de vrijheid in West-Europa. Centraal- en Oost-Europa moesten nog bijna een halve eeuw wachten totdat de ineenstorting van het communistische dwangsysteem de weg opende naar de invoering van een democratische orde. Maar de euforische verwachting van enkele jaren geleden dat veiligheid en vrijheid zich nu tot heel Europa zouden uitstrekken, heeft plaatsgemaakt voor een grimmiger werkelijkheid. De pogingen om op de puinhopen van het oude bestel tegelijkertijd ingrijpende economische hervormingen tot stand te brengen en de grondslagen te leggen voor een democratie, stuiten in menige staat op grote moeilijkheden. De teleurstelling over het uitblijven van snelle successen bij het opbouwen van een nieuwe politieke en economische orde, dreigt hier en daar zelfs over te slaan in toenemende twijfel over de waarde van een democratisch bestel.

Uitermate zorgwekkend is de explosieve groei van het nationalisme in Europa. Het beklemtonen van de eigen identiteit als volk en gerechtvaardigde trots op wat in eigen land wordt gepresteerd behoeven vrijheid en veiligheid in Europa niet in de weg te staan. Maar op tal van plaatsen in Europa zien wij een excessief, virulent nationalisme groeien met onverdraagzaamheid en superioriteitsbesef als voornaamste kenmerken. Verschijnselen die zich niet alleen slecht verdragen met een democratisch bestel, dat immers de gelijkwaardigheid van alle staatsburgers als grondslag heeft, maar die bovendien een dodelijk gevaar vormen voor veiligheid en vrede. Het is dit virulent nationalisme dat tot de ramp in Joegoslavië heeft geleid - het is ditzelfde nationalisme, dat, als wij ons niet tot het uiterste inspannen om dit te voorkomen, tot nieuwe rampen kan leiden.

Nog steeds wordt in het Westen te weinig aandacht geschonken aan de gigantische problemen waarmee de post-communistische staten te worstelen hebben bij hun pogingen om de fundamentele politieke en economische hervormingen uit te laten monden in een stabiele democratische orde. Te weinig wordt ook beseft hoeveel kruitvaten het nieuwe nationalisme tot ontploffing kan brengen. In de jaren van de Koude Oorlog overheerste in het vrije Westen het besef dat onze democratische instellingen werden bedreigd door het totalitaire communistische systeem dat de rest van Europa in zijn greep had. Wanneer echter post-communistische staten ten prooi vallen aan destabilisatie en nationalisme, dan zou dit al evenzeer een bedreiging vormen voor het democratische systeem in West-Europa. Een andersoortig gevaar, maar niet minder wezenlijk. De strijd voor de democratie is ondeelbaar. Als de democratie in één land in Europa tenondergaat, betekent dat ook dat een bastion ter bescherming van onze vrijheid wordt gesloopt.

De president van de Tsjechische Republiek, Vaclav Havel, heeft onlangs in een artikel in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs een aantal behartenswaardige opmerkingen gemaakt over de rol van het Westen ten opzichte van de worsteling in de post-communistische staten. Ik citeer: “Ik geloof bepaald niet dat het de kernrol van het democratische Westen is de problemen van de zogenaamde post-communistische wereld op te lossen. Onze landen moeten zelf hun eigen immense problemen aanpakken. Echter, het Westen moet niet toekijken alsof het slechts een toeschouwer is in een dierentuin of bij een griezelfilm, gespannen hoe het zal aflopen. Het dient deze processen op zijn minst te beschouwen als iets dat voor het Westen zelf van intrinsiek belang is en dat op de een of andere manier zijn eigen lot bepaalt, dat zijn eigen actieve betrokkenheid vereist en het uitdaagt zich opofferingen te getroosten in het belang van een dragelijke toekomst voor ons allen.”

Let wel: Havel vraagt niet zonder meer om hulp voor de post-communistische staten. Hij beklemtoont dat bovenal een maximale inspanning van die staten zelf vereist is. Maar tegelijkertijd maakt hij ook duidelijk dat een helpende hand van het Westen nodig is om te verhinderen dat het moeras van problemen zich boven hen sluit.

Als wanbeleid van een staat ervoor zorgt dat hulp geen doel kan treffen, staat het Westen machteloos. Maar meestal kan hulp zinvol worden besteed. De verschillende vormen van hulp die thans geboden worden mogen ook stellig niet worden gebagatelliseerd. Maar kan werkelijk worden volgehouden dat voldoende wordt gedaan op het gebied van financiële hulp, technische bijstand en vergroting van de exportmogelijkheden voor produkten uit ex-communistische landen, als men deze inspanning meet aan omvang en ernst van de problemen waarvoor deze landen zich gesteld zien? Ik vrees dat het antwoord negatief zal moeten luiden.

Meer doen betekent offers voor het Westen, ongetwijfeld. Maar dit betekent ook bouwen aan stabiliteit en veiligheid in Europa, en helpen voorkomen dat opnieuw talloze mensenlevens worden geofferd in gewapende conflicten. Zelfs als men de zaak alleen op grond van materiële aspecten bekijkt, zal de onvermijdelijke conclusie zijn dat het uiteindelijk goedkoper is die offers te brengen. Men kan deze zien als onontbeerlijke beveiliging tegen internationale calamiteiten die, als zij werkelijkheid worden, het Westen tot offers zou dwingen in vergelijking waarmee de thans noodzakelijke als nagenoeg onbeduidend moeten worden beschouwd. Jarenlang is ons voorgehouden - en naar ik meen terecht - dat hoge defensie-uitgaven onontbeerlijk waren om de potentiële vijand in het Oosten af te schrikken en oorlog te voorkomen. De Koude Oorlog is nu ten einde, en de uitgaven voor defensie zijn omlaag gegaan. maar nu worden we geconfronteerd met een ander gevaar: destabilisatie en chaos in delen van ons continent. Het voorkomen daarvan vraagt opnieuw een inspanning van het Westen, zij het een geheel andersoortige dan ten tijde van de Koude Oorlog.

De historie in Europa wordt gestempeld door veelvuldige oorlogen. Helaas is in bepaalde gebieden in Europa waar de grenzen tussen staten en tussen volken niet samenvallen, maar waar het nationalisme hoogtij viert, de brandstof hoog opgestapeld. Het is daarom de hoogste tijd het begrip preventieve diplomatie meer inhoud te geven. Een van de instrumenten daarvan is hulpverlening, wanneer deze ertoe kan bijdragen het perspectief te bieden van toekomstige welvaart en om de pas af te snijden aan gevaarlijke demagogen die proberen groeiende ontevredenheid voor hun eigen doeleinden te mobiliseren. Vredesmachten zullen niet alleen moeten worden gebruikt om broze wapenstilstanden te helpen behouden, maar om te helpen voorkomen dat het tot gewapende conflicten komt. In de diplomatie van de betrokken landen zal conflictpreventie de zozeer noodzakelijke prioriteit dienen te krijgen. Wij kunnen het ons niet veroorloven dat de zorg over de problemen en crises van vandaag de aandacht voor de crises van morgen overvleugelt. En bovenal is het nodig dat diplomatieke actie tijdig wordt ondernomen. Tijdige politieke druk kan helpen erger te voorkomen. Als een geschil tot een conflict dreigt uit te groeien, kan het al te laat zijn. Hoe later wordt geïntervenieerd, hoe groter het risico dat emoties en prestige-overwegingen de weg naar een oplossing versperren. Preventieve diplomatie kan niet zeker zijn van succes, maar tegelijkertijd is het ook duidelijk dat passiviteit de laatste kans op voorkomen van een conflict kan doen verdwijnen.

Sinds de nederlaag van het nationaal-socialisme zijn nagenoeg vijftig jaar verstreken. De veranderingen die zich sindsdien in Europa hebben voltrokken, zijn groter dan iemand destijds had kunnen voorspellen. Het verslagen en bezette Duitsland van destijds is nu weer een van de sterkste staten ter wereld. Europa is Hitler's agressie en rassenhaat niet vergeten, maar tegelijkertijd is met het nieuwe Duitsland zoals dat zich na 1945 heeft ontwikkeld, een proces van verzoening gaande. Zo werd het mogelijk dat dit jaar op 14 juni, de Franse nationale feestdag, een Duitse militaire eenheid deelnam aan de traditionele parade op de Champs-Elysées in Parijs. Bij de herdenking van de opstand in 1944 tegen de Duitse bezetters in Warschau, die aan 200.000 Polen het leven kostte, was ook de Duitse Bondspresident uitgenodigd, die deze gelegenheid aangreep om de Polen namens zijn volk om vergiffenis te vragen.

Maar hoe staat Nederland tegenover de vijand van weleer? De vijftigste verjaardag van onze bevrijding is wellicht een passende gelegenheid ons op dit punt te bezinnen. De wonden die de bezetting heeft geslagen zijn nog niet geheeld en wij kunnen en mogen niet vergeten wat het nationaal-socialisme destijds in ons land heeft aangericht. Maar wij moeten, zoals koningin Beatrix het eens uitdrukte, niet de gevangenen van het verleden worden. De kinderen en kleinkinderen van de Duitsers die in de ban raakten van Hitler en zijn trawanten, hebben recht erop te worden beoordeeld op hun eigen daden en op hun eigen instelling, en niet op die van hun ouders of grootouders. Wij moeten beseffen dat het naoorlogse Duitsland een stabiel democratisch bestel tot stand heeft gebracht en een constructief element vormt in het Europese statensysteem. Uiteraard is het benauwend te moeten constateren dat in Duitsland weer uitbarstingen van rassenhaat en xenofobie plaatsvinden die aan het nazi-verleden herinneren. Maar wij moeten evenmin vergeten dat deze verschijnselen in Duitsland zelf massale woede en verontwaardiging hebben gewekt. Wij moeten het opbrengen naar deze Duitsers - en gelukkig vormen zij de grote meerderheid van het Duitse volk - de hand in vriendschap uit te steken.

Er is meer dat ons met het huidige Duitsland verbindt dan wat ons scheidt. De beide regeringen lijken zich dat zeer wel bewust te zijn, al doen zich incidenteel meningsverschillen voor. Met Duitsland zijn wij nauw verbonden in het proces van Europese eenwording; de NAVO heeft ons als bondgenoten bijeengebracht en in CVSE en Westeuropese Unie is van een hechte samenwerking tussen beide landen sprake. Het gaat nu vooral er om de contacten tussen beide volken meer omvang en bovenal meer inhoud en betekenis te geven. Als Nederland optimaal wil bijdragen aan de opbouw van een vreedzaam Europa waar rassenhaat en fanatiek nationalisme geen kans krijgen, dan moet het niet de rug toekeren of onverschillig staan tegenover het huidige Duitsland, maar juist zoeken naar maximale samenwerking met de vele positieve krachten die zich in dit land doen gelden. Anderzijds kan Duitsland veel bijdragen tot bezegeling van de nieuwe vertrouwensband door weerstand te bieden aan pogingen belangrijke Europese zaken in onderonsjes van grotere mogendheden te regelen en vast te houden aan het beginsel van gelijkwaardigheid van alle lidstaten van de Europese Unie, ongeacht verschillen in politiek en economisch gewicht.

De voorgeschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, en dus ook van de Duitse bezetting van ons land, leert ons hoe blindheid voor het nationaal-socialistisch gevaar en verdeeldheid van de westelijke democratieën tot deze verschrikkelijke ramp onvermijdelijk maakten. Wij hadden vergeten dat de vrijheid in Europa ondeelbaar is. Het behoud van de vrijheid vergt voortdurende waakzaamheid. Maar waakzaamheid in isolement zal vaak niet toereikend zijn. Meer is nodig - de solidariteit van alle democratische krachten. Hitler slaagde erin nagenoeg heel Europa te veroveren omdat zijn tegenstanders verdeeld waren. Daarentegen verzekerde de eendracht van de westelijke democratieën de overwinning in de strijd tegen de communistische dreiging zonder dat het tot een gewapend conflict behoefde te komen. Deze solidariteit is evenzeer onontbeerlijk om nieuwe, andersoortige bedreigingen van onze vrijheid met succes het hoofd te kunnen bieden.