De Cubaanse Revolutie met een propagandistisch vernis

Muestra de Cine Cubano. Overzicht van Cubaanse films. In: Rotterdam, Lantaren/Venster; Amsterdam, Rialto en Soeterijn.

Nu het Castro-régime op zijn laatste benen loopt, is het erfgoed van de Revolutie toe aan een hernieuwde evaluatie. Nadat twee jaar geleden het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) een retrospectief had gewijd aan de Cubaanse documentaire, begeeft het Rotterdamse theater Lantaren/Venster zich in het politieke mijnenveld door de grootscheepse presentatie van de Cubaanse speelfilm van de afgelopen dertig jaar. Hoewel het grootste deel van de geselecteerde films al eens eerder in Nederland te zien was, kent een jong publiek die merkwaardige mengeling van marxisme-leninisme, formeel avantgardisme, machismo en juist daartegen gerichte propaganda nog niet.

Het herzien van die films, bij voorbeeld van de meest vooraanstaande representant van de castristische cinema Tomás Gutiérrez Alea, wekt gemengde gevoelens. Zijn bekendste film Memorias del subdesarrollo (Herinneringen aan de onderontwikkeling, 1968) ging destijds door voor een gewaagd experiment, omdat de toepassing van de stijlmiddelen van de Franse 'nouvelle vague' op de subjectieve beleving van de Revolutie door een bourgeois-intellectueel wellicht de massa's op een dwaalspoor had kunnen brengen. Dat kón toch allemaal maar onder Castro. Nu overheerst de verbazing dat de propagandistische strekking van de film kennelijk niemand in het verkeerde keelgat schoot.

Net als vroeger in Oost-Europa balanceerden de Cubaanse filmmakers steeds op de rand van de vrijheid van meningsuiting en ze waren daar behoorlijk trots op. Het merendeel van de getoonde films is alleen in dat historische licht nu nog de moeite waard. Waarschijnlijk valt er meer plezier te beleven aan de ook in de 'Muestra de Cine Cubano' te bewonderen muziekfilms.

Bij mij wekt de neiging de ideologie van Cubaanse films, uit sympathie voor Castro's experiment, met de mantel der liefde te bedekken, een gevoel van schaamte. Tegelijkertijd besef ik dat als de mafia in Miami binnenkort de macht weer overneemt, er van de Cubaanse cinema bar weinig over zal blijven. Pijnlijk is vooral dat de organisatoren van de Muestra de Cine Cubano, die de problemen van het eiland doodleuk toeschrijven aan 'de mensonterende Amerikaanse boycot', naïeve en aardige mensen als ze zijn, niet door enige twijfel of ambivalentie bevangen lijken.