Congres wil debat over invasie VS in Haïti

WASHINGTON, 14 SEPT. Terwijl de voorbereidingen voor een Amerikaanse militaire operatie in Haïti in volle gang zijn, heeft het Congres een debat en stemming gevraagd over president Clintons “kanonneerbootliberalisme”, zoals een Republikeins senator de invasieplannen van de president omschreef.

Gisteren vertrok het vliegdekschip America vanuit de marinehaven Norfolk (Virginia) naar de Caraïbische Zee. Aan boord bevinden zich onder meer elite-eenheden van het Amerikaanse leger. Later deze week vertrekt het vliegdekschip Eisenhower naar Haïti. In diverse Amerikaanse havens worden tanks in transportschepen geladen. In totaal zendt het Pentagon een strijdmacht van 20.000 man. Andere landen dragen bij met in totaal 1.500 man, voornamelijk voor de politiemacht die na het vertrek van de invasiemacht de orde moet handhaven.

De voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, Tom Foley, heeft gezegd dat een debat over een eventuele invasie volgende week kan plaats hebben. Volgens de laatste berichten zou Clinton de invasie voor het debat willen laten beginnen, begin volgende week. Hij heeft aangekondigd donderdag het Amerikaanse volk voor de televisie te zullen toespreken over de kwestie.

De militaire plannen van Clinton zijn weinig populair. Volgens een recente opiniepeiling voelt driekwart van de Amerikanen niets voor een invasie. Volgens de stafchef van het Witte Huis, Leon Panetta, zal het Amerikaanse volk de president echter steunen. “Dat gebeurde in Panama [1989], het gebeurde in Grenada [1982] en het gebeurde ook tijdens de crisis in de Perzische Golf [1990]”, aldus Panetta.

De Democraten in het Congres - uitgezonderd de groep zwarte leden, de zogeheten Black Caucus, die invasie eist - stemmen echter niet graag over de kwestie. Ze moeten dan kiezen tussen hun president die een voorstander is van een invasie of hun kiezers die er tegen zijn. Het liefst dragen zij geen verantwoordelijkheid voor een risicovolle operatie. Democratische leiders wijzen er daarom op dat president Reagan en president Bush ook geen toestemming vroegen voor hun invasies in respectievelijk Grenada en Panama.

Pag.4: 'Geen Amerikaans belang'

“Ik geloof dat een president het advies van het Congres moet vragen voor elke militaire operatie. Maar in mijn hele politieke leven heb ik geen president meegemaakt die het daar mee eens is”, zei de Democratische leider van de Senaat, George Mitchell, diplomatiek.

Het verschil met de invasies in Panama en Grenada is dat Clinton veel langer talmt met ingrijpen in Haïti. Als voormalig dienstplichtontduiker heeft hij weinig zelfvertrouwen in militaire zaken. De oppositie heeft nu meer kans gekregen om kritiek uit te oefenen. Omdat Congresleden maanden de tijd hebben gehad om na te denken over een eventuele invasie, voelen ze zich sterker genoodzaakt tot een debat.

Woordvoerders van het Witte Huis zeggen echter dat de eis tot inspraak van het Congres de dreigementen van de Amerikaanse regering aan het adres van het Haïtiaanse militaire regime uitholt. Voor Clinton is een invasie onvermijdelijk geworden. Als de troepen thuis blijven, zal de Amerikaanse geloofwaardigheid nog verder worden vezwakt. “De president raakt in grote verlegenheid, als het Congres tegen stemt”, zei de Democratische senator John Breaux. “Haïti is geen bedreiging voor de Amerikaanse nationale veiligheid noch het nationale belang. Misschien moet de regering wat duidelijker uitleggen waar het om gaat.”

De Democratische afgevaardigde Robert Torricelli, een 'havik' op het gebied van Caraïbische onderwerpen, zei het merkwaardig te vinden dat “een voormalige demonstrant tegen de oorlog in Vietnam de VS in een oorlog betrekt zonder het Congres te raadplegen”.

Republikeinse Congresleden hebben helemaal geen medelijden met Clinton. “Geloofwaardigheidsproblemen heeft Clinton zichzelf aangedaan”, zei de Republikeinse senaatsleider Robert Dole gisteren. “Het is gewoon geen goed plan om Amerikaanse levens op het spel te zetten voor de terugkeer van president Aristide op Haïti.”

Dole kreeg gisteren de chef van de generale staven, generaal John Shalikashvili, en de minister van defensie, William Perry, op bezoek. Ze hebben hem niet kunnen overtuigen van het nut van een invasie. Het ging om voldongen feiten waar hij geen invloed meer op heeft, zei hij. “De cake is al gebakken”, aldus een bittere Dole.

De redenen voor de invasie, 14.000 ongeduldige Haïtiaanse vluchtelingen die zijn gedetineerd op de Amerikaanse militaire basis Guantánamo (op Cuba) zonder uitzicht op een vaste verblijfplaats buiten Haïti, de dreiging van een nieuwe vluchtelingenstroom Haïtianen en de volgens de VS noodzakelijke democratisering van het westelijk halfrond, zijn volgens de meeste Congresleden niet dringend genoeg om militair in te grijpen.

De invasie zelf is volgens militaire specialisten niet de grootste klus. Het Haïtiaanse leger van enkele duizenden soldaten is “niet groter dan de politiemacht van de stad Baltimore” en is naar wordt aangenomen geen partij voor een overweldigende strijdmacht die is uitgerust met tanks en gevechtshelikopters. Verwacht wordt dat de meeste Haïtiaanse militairen hun uniformen zullen uittrekken en in de bevolking zullen opgaan.

Het handhaven van de vrede op langere termijn wordt echter beschouwd als veel gevaarlijker. Zo bestaat er kans op een guerrilla tegen de Amerikaanse strijdmacht door tegenstanders van president Aristide. Daarom wil president Clinton zijn leger graag snel terugtrekken zodat een coalitie van andere landen de vredeshandhaving kan overnemen. Maar volgens het Pentagon zitten de Amerikaanse troepen zeker tot half 1995 vast in Haïti. Mogelijk krijgen zij dan ook te maken met massale wraakoefeningen door aanhangers van president Jean-Bertrand Aristide op medestanders van het (dan) verdreven militaire bewind.

President Clinton heeft nog steeds enige hoop dat de junta uit zichzelf vertrekt en plaats maakt voor de gekozen president Aristide, die in 1991 door de junta werd afgezet en die nu in ballingschap verblijft. Tot zover onze correspondent.

In Haïti circuleerden kortgeleden geruchten dat de junta-leider, generaal Raoul Cédras, zou willen opstappen na het uitschrijven van verkiezingen, waarvoor hij zichzelf dan kandidaat zou willen stellen. Mocht het daartoe komen, dan zouden Aristides tegenstanders door middel van terreur en manipulatie kunnen bereiken dat Cédras op pseudo-legale wijze tot president gekozen wordt. Een dergelijke manoeuvre zou de junta tevens tijdwinst kunnen opleveren.

Amerikaanse militaire vliegtuigen hebben gisteren boven verschillende Haïtiaanse steden pamfletten uitgeworpen, waarin wordt opgeroepen de terugkeer van Aristide mogelijk te maken. Arsitide zelf heeft gisteren een plan bekend gemaakt waarin hij belooft na zijn terugkeer het Haïtiaanse bestel te hervormen. Het aantal ambtenaren wordt met de helft teruggebracht en het leger zelfs met tachtig procent, aldus Haïti. Het plan zou ook ruimte bieden aan economische hervormingen volgens het recept van het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Tijdens de zes maanden van zijn presidentschap op Haïti heeft Aristide zich daarvan altijd een tegenstander betoond. (Reuter)