Zweedse bedrijven dreigen investeringen over te hevelen

ROTTERDAM, 13 SEPT. In een voor Zweden hoogst ongebruikelijke stap hebben vier top-ondernemers gedreigd hun toekomstige investeringen naar het buitenland over te hevelen als de belastingen in eigen land zullen stijgen. Het dreigement komt enkele dagen voor de parlementsverkiezingen waarbij de sociaal-democraten een goede kans maken de huidige conservatieve regering van premier Carl Bildt te verslaan.

De vier ondernemingen - autofabrikant Volvo, elektronica-concern Ericsson, bosbouwonderneming Stora en constructiereus ABB - vertegenwoordigen samen een derde van de Zweedse export. Vorig jaar hadden de vier concerns een omzet van bijna 60 miljard gulden.

In een gezamenlijk artikel in de Zweedse krant Dagens Nyheter dreigen Sören Gyll (Volvo), Lars Ramqvist (Ericsson), Bert-Olof Svanholm (ABB) en Bo Berggren (Stora) hun voorgenomen jaarlijkse investeringen in Zweden van in totaal 50 miljard kroon, 11,5 miljard gulden, aan het land te onttrekken.

“Onder de huidige omstandigheden is Zweden een aantrekkelijke keuze. Maar onduidelijkheid over het macro-economische beleid en de aanpak van de arbeidsmarkt, evenals de continuïteit waarmee het beleid wordt uitgevoerd, kan de besluitvorming (over investeringen in Zweden, red.) nadelig beïnvloeden”, aldus de vier ondernemers.

Ze waarschuwen er verder voor dat de recent verbeterde winstgevendheid en concurrentiekracht van hun ondernemingen, die mede te danken is aan doorwrocht overheidsbeleid, niet in gevaar gebracht mag worden. Ze roepen poltici dan ook op het overheidstekort aan te pakken en de groei van de overheidsschuld een halt toe te roepen. Een verhoging van de inkomstenbelasting staat volgens de bezorgde ondernemers gelijk aan een aantasting van de Zweedse concurrentiepositie. Verhoging van de inkomstenbelasting zou zelfs een exodus van hooggekwalificeerd personeel kunnen veroorzaken.

De sociaal-democraten hebben in hun verkiezingsprogramma aangekondigd de belastingen op bedrijven te willen verlagen om zo de investeringen te stimuleren. Gelijktijdig pleit de partij van Ingvar Carlsson evenwel voor een verhoging van de inkomsten-belasting met vijf procentpunten evenals verhogingen van de belastingen op vermogen, vermogensaanwas en dividend. De verhoging van de inkomstenbelasting zou slechts de hoogste inkomens treffen en tijdelijk van aard zijn. De belastingen werden in 1990 verlaagd, maar de sociaal-democraten vinden een verhoging nu noodzakelijk als noodmaatregel om de beroemde Zweedse verzorgingsstaat zoveel mogelijk te ontzien.

De interventie van de ondernemers ontlokte omiddellijk politieke reacties. Premier Carl Bildt greep het schrijven aan om te onderstrepen dat de sociaal-democraten een bedreiging vormen voor industrie en werkgelegenheid. Medewerkers van Carlsson diskwalificeerden de actie als goedkope verkiezingspropaganda.

De brief van de vier ondernemers is niet de eerste interventie in de huidige verkiezingsstrijd. Vorige week opende de bekendste Zweedse ondernemer, Peter Wallenberg, die via zijn bedrijf Investor AB belangen heeft in Saab, Scania en Ericsson, al in een Zweedse krant de aanval op de sociaal-democraten. En vorige maand sprak Björn Wolrath, topman van verzekeringsgigant Skandia, al zijn bezorgdheid uit over de Zweedse financiële huishouding. Wolrath dreigde de aankoop van staatsobligaties te staken als er niet snel iets zou worden gedaan om de overheidsschuld terug te dringen.

Zweden zit al geruime tijd tegen de grenzen van zijn economische en financiële mogelijkheden. Ruim dertig procent van overheidsuitgaven voor het lopende begrotingsjaar moet worden geleend. De schuld bedraagt maar liefst 275 miljard gulden. De werkloosheid is 14 procent.

In de opiniepeilingen lagen de sociaal-democraten gedurende de afgelopen maanden duidelijke voorop. Nu de verkiezingen van aanstaande zondag dichterbij komen slinkt die voorsprong evenwel. De Socialdemokraterna konden in het voorjaar nog rekenen op ruim 50 procent van de stemmen, maar vielen vorige maand terug naar ruim 49 procent. Volgens een peiling van afgelopen donderdag zouden ze zelfs niet verder komen dan ruim 45 procent.

Het dreigement van de Zweedse industriëlen roept herinneringen op aan de noodkreet van negen Nederlandse ondernemers uit januari 1976. In een brief aan het toenmalige kabinet beklaagden de negen zich over het slechte ondernemingsklimaat en de afbrekende kritiek op ondernemingen. De ondernemers, onder wie Wagner (Shell), Van den Brink (Amro Bank), Van den Hoven (Unilever) en Van Riemsdijk (Philips) keerden zich met name tegen “nieuwe experimenten” die voortkwamen uit een “eenzijdig en dogmatisch” streven naar maatschappijvernieuwing zoals de voorgenomen vermogensaanwasdeling en de instelling van personeelsraden.