Voorhoeve wil meer worden betrokken in Bosnië-overleg

VALKENBURG, 13 SEPT. Nederland wil nauwer worden betrokken bij het Bosnië-overleg. Het levert troepen voor de VN-vredesmacht, maar is geen lid van de contactgroep voor Bosnië, waar Duitsland, Frankrijk, Amerika, het Verenigd Koninkrijk en Rusland wel deel van uitmaken. Daar moet volgens minister Voorhoeve (defensie) verandering in komen.

Dat zei de minister gisteravond op het vliegveld Valkenburg na afloop van een driedaagse reis naar het voormalige Joegoslavië. Tijdens een NAVO-beraad, later deze maand in Sevilla, wil Voorhoeve de situatie in Bosnië hoog op de agenda plaatsen en zijn wensen kenbaar maken.

De tweeduizend Nederlandse militairen zullen niet worden teruggetrokken uit het voormalige Joegoslavië. De komende maanden kunnen er wel verschuivingen komen in hun taken, aldus Voorhoeve. Hij wil bewerkstelligen dat meer landen voor de kosten opdraaien. Voorhoeve neemt het standpunt van de vorige regering over dat Europese landen die geen troepen in het voormalige Joegoslavië hebben, wel moeten bijdragen aan de hoge kosten die andere landen daar maken. “Het zou moeten gaan om een redelijke verdeling”, aldus de minister.

Volgens de minister kan Nederland een aantal van de zestien F-16's die nu op de Italiaanse luchtbasis Villafranca staan opgesteld terugtrekken, wanneer militairen van de luchtmacht van België en Spanje gaan bijdragen aan de NAVO-actie om het luchtruim boven Bosnië schoon te houden en luchtsteun te verlenen aan VN-troepen die op de grond in moeilijkheden komen. Dat zal in goed overleg met de NAVO gebeuren.

Voorhoeve verwacht niet dat de Verenigde Staten eenzijdig een einde zullen maken aan het wapenembargo tegen de strijdende partijen in Bosnië. “De Verenigde Staten alleen kunnen niet zomaar een VN-resolutie wijzigen of naast zich neerleggen”, aldus de minister.

Landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland, die veel troepen hebben in Bosnië, zijn tegen het opheffen van het wapenembargo.