Verzonnen

Tirade 353. Van Oorschot, 96 blz. ƒ 17,50

Tirade verrast met nieuw proza van Marga Minco. Een vrolijke maar verder in alle opzichten onhandige verslaggever neemt twee vrouwen een interview af voor een regionaal radiostation; een joodse oud-onderduikster, licht verdwaasd, en haar vroegere gastvrouw die duidelijk laat merken dat ze wel wat meer dankbaarheid had verwacht. De jodin schreef een boek over haar onderduiktijd - “'U moet het niet letterlijk nemen. Ik heb geen verslag geschreven. Het is een verhaal en daar verzin je van alles voor.' 'Verzinnen! Iedereen bij ons op het dorp heeft ons herkend. Ze hebben allemaal het boek erbij gehaald. Dat zijn jullie, zeiden ze. Wezen ons de bladzijden aan.' Ze tikte vinnig met haar wijsvinger op de tafel of de regels daarop gedrukt stonden. 'Ze hebben het niet goed gelezen.' 'O nee?' Ze boog zich voorover. Haar kleine pupillen probeerden van achter haar brilleglazen door me heen te steken. 'En dat van de andere personen die in je boek voorkomen, die mensen die zijn weggehaald en niet zijn teruggekomen. Heb je dat ook verzonnen?”

Van Willem Jan Otten bevat dit nummer een fragment uit zijn op handen zijnde euthanasie-roman Ons mankeert niets; en van Elisabeth Eybers, Benno Barnard en Robert Anker (gelegenheids) poëzie. Barnard aan Herman de Coninck bij zijn vijftigste verjaardag: “Dichters zijn wij, / baarlijke engelen, de hemelen mengend / door onze herinnering, en de hel, de hel / door een halve eeuw. / Pratend met onszelf / denk ik: het ga je godverdomme goed.”

Carl Friedman is er met 'De grauwe minnaar', een ongehoord mooi, ver vooroorlogs en zeer joods verhaal dat speelt in Polen, tussen een oude man en een ezel - “Waren ze niet alletwee, zowel jood als ezel, verschoppelingen in de wereld? Werden ze niet beiden sinds eeuwen bespot, opgejaagd en afgeslacht?”

De debuterende dichter Erik Menkveld roept met zijn vijf gedichten voornamelijk vragen op. Wie maakt chocolade van 'Nieuwe knieën': “Vervelend zeg. / Hoe is het met je vissen? // Goed eigenlijk. / Maar ik zie jou / nog nieuwe knieën moeten. // Ja. Die moestuin / zal ik missen.”