Toekomst Canada is zeer onzeker

Canada gaat roerige en onvoorspelbare tijden tegemoet. Zal het (na Rusland) op één na grootste land in de wereld uiteenvallen? De verkiezingswinst van de separatistische Parti Québécois (PQ) in de oostelijke provincie Québec mag dan procentueel klein zijn uitgevallen, de uitkomst van gisteren zal (weer) heftige reacties oproepen in andere delen van het land.

Het kan zelfs een nieuwe golf van separatisme ontketenen: de westelijke provincies zijn het nu al decennia voortslepende debat over de onafhankelijkheid van hun Franssprekende landgenoten in Québec meer dan beu. Ze voelen zich bovendien al jaren - net als Québec trouwens - genegeerd door de federale regering in Ottawa. Voor veel Canadezen is 'Ottawa' in dit immense land niet een van de weinige gemene delers, maar een vervloekt bolwerk van bureaucratie.

De meest westelijke provincie British Columbia kijkt steeds minder landinwaarts en troost zich met een succesvolle economische vrijage met Azië. In het belendende Alberta zetelt de populistische en anti-Québec-gezinde Reform-partij die vorig jaar bij de landelijke verkiezingen uit het niets oprukte naar de derde plaats in de federale pikorde.

Tegelijkertijd blijft het zeer de vraag of Québec - in oppervlakte de grootste Canadese provincie en met zeven miljoen inwoners een kwart van de totale bevolking - zich werkelijk wil afscheiden. Alle peilingen hebben een bizarre paradox blootgelegd: de meeste kiezers hebben gisteren hun toevlucht gezocht bij een partij waarvan ze in meerderheid het belangrijkste programmapunt niet onderschrijven. Hun stem voor de separatisten van de PQ sluit eerder aan bij een andere grillige internationaal-politieke ontwikkeling: behoefte aan verandering in een ongunstig economisch klimaat. En in Québec is er na de Liberalen die negen jaar aan de macht waren en door een werkloosheidspercentage van 12,2 hun krediet verspeeld hadden, geen andere serieuze politieke hoofdrolspeler dan de PQ.

De verkiezingsuitslag duidt eerder op een afkeer van een gevoerd beleid van de regerende partij dan op een diep gekoesterd verlangen naar culturele autonomie. Net als voorheen toonde een peiling afgelopen zaterdag opnieuw aan: als het door de PQ beloofde referendum over de onafhankelijkheid nu zou worden gehouden, zou liefst 56 procent van de Québécois nee stemmen, en slechts 30 procent ja.

PQ-leider Jacques Parizeau meent dat hij nog genoeg tijd heeft om in de komende tien maanden voor het referendum de meerderheid van de Québécois te overtuigen van de noodzaak van afscheiding. En als het net als in 1980 mislukt - 60 procent stemde toen tegen afscheiding - zal hij het later weer proberen, heeft hij beloofd. Volgens analisten is gisteren al gebleken dat het een onhaalbaar karwei is.

Maar vlak Parizeau (64) niet uit: sinds hij in 1969 kort na de oprichting toetrad tot de PQ heeft zijn politieke leven in het teken gestaan van de afscheiding. Parizeau, afgestudeerd aan de Londen School of Economics, geldt als een intellectueel die voortkwam uit de 'Stille Revolutie' in Canada in de jaren zestig, die in Québec onder meer de bewustwording van het Frans-zijn stimuleerde. Hij was acht jaar minister van financiën voor de PQ tussen 1976 en 1984. Hij heeft een absoluut gebrek aan charisma, maar belichaamt in alles de drang om leider te worden van een nieuw land in Noord-Amerika.

Parizeau zal de Québécois er vooral van moeten overtuigen dat ze economisch beter af zijn als ze kiezen voor onafhankelijkheid. De economie van Québec heeft een omvang (116 miljard dollar), die vergelijkbaar is met die van Denemarken. De provincie neemt gerekend naar het bruto binnenlands produkt bijna een kwart (22,5 procent) van de Canadese economie voor haar rekening. Parizeau meent de economie te verbeteren door geen geld meer te besteden aan overlappende federale uitgaven, maar hoe doordacht zijn plannen zijn, is nog onduidelijk.

Er zijn veel meer onzekerheden. Hoe zal de Liberale premier van Canada, Jean Chrétien - net als enkele van zijn topministers zelf afkomstig uit Québec - zich de komende maanden opstellen? Gaat Chrétien, toch al overbelast door de aanpak van de economie en de bureaucratie, de strijd aan met Parizeau? Chrétien heeft gisteren na de uitslag voor het eerst gereageerd op het thema-Québec, en gezegd dat hij gelooft dat de inwoners voor Canada zullen kiezen. Maar zekerheid heeft Chrétien niet.

Bovendien hebben de separatisten sinds vorig jaar ook macht in het federale parlement. De zusterbeweging van de PQ, het Bloc Québecois onder leiding van Lucien Bouchard, is de officiële oppositiepartij. Gaat Bouchard nog meer kabaal maken in Ottawa? Of gaat hij, zoals sommigen waarnemers menen, juist met gretigheid de concurrentie aan met zijn geestverwant Parizeau voor het eventuele leiderschap van de beoogde natie Québec?

Zal er voorts nog voor een eventuele afscheiding al een exodus onder de (in totaal 1,3 miljoen) Engelssprekende Canadezen op gang komen uit Québec, zoals bij een eerdere winst van de PQ gebeurde? En zullen ten slotte de honkvaste indiaanse grootgrondbezitters in het noorden zich verzetten?

Het thema-Québec zal Canada's positie als bondgenoot binnen de NAVO of de G7, de groep van rijkste industrielanden, niet meteen aantasten. Maar het zal wel een aanslag plegen op de slagkracht van de federale regering-Chrétien, die zich toch al moet inspannen om binnen Canada weer iets meer respect te krijgen voor het politieke métier.