Ski-industrie Oostenrijk onder vuur

ROTTERDAM, 13 SEPT. Atomic, de grootste skifabrikant van Oostenrijk waar 1.300 mensen werken, verkeert in ernstige financiële problemen. Terwijl de skiliefhebber op allerlei vakbeurzen in Europa deze weken kennis kan nemen van het uitgebreide assortiment artikelen voor het nieuwe wintersportseizoen (variërend van ski's, skistokken, bindingen en schoenen tot snowboards) van de fabriek uit Wagrain, heeft directeur-eigenaar Alois Rohrmoser zijn bedrijf in handen moeten geven van drie bewindvoerders. Die moeten een oplossing zien te vinden voor een schuld van 1,7 miljard schilling (270 miljoen gulden) van Atomic.

Eerder raakten concurrenten als HTM, Kästle en Fischer al in financiële problemen. Ook zij werden getroffen door de teruglopende vraag naar ski's. Maar Kästle werd gered door een financiële injectie van het Italiaanse kledingconcern Benetton, terwijl HTM alleen maar uit buitenlandse handen kon worden gered door financiële ondersteuning van tabaksconcern ATW. Fischer ten slotte werd de helpende hand gereikt door Japanse investeerders.

De teloorgang van de ski-industrie, eens het trotse uithangbord van de Oostenrijkse industrie, baart de publieke opinie in Oostenrijk echter grote zorgen. “De ski-industrie is één van de weinige sectoren waardoor Oostenrijk internationaal aanzien geniet. En die vecht nu voor haar leven”, meldde de Oostenrijkse krant Der Standard.

Ook Alois Rohrmoser wijst in de crisis van Atomic op dat nationale belang. Om die reden leek het hem wel een aardige gedachte voor financiële steun aan te kloppen bij het ministerie van financiën in Oostenrijk. Daar kreeg Rohrmoser echter nul op het rekest. De staat heeft juist een uitgebreid privatiseringsbeleid in gang gezet voor bedrijven waar de Oostenrijkse overheid op de een of andere manier nog in participeert. Financiële steun aan Atomic zou dat overheidsbeleid op slag weer ongeloofwaardig maken.

Rohrmoser begon zijn bedrijf halverwege jaren vijftig op een moment dat het grote skitoerisme nog op gang moest komen. Via de sponsoring van wintersport-sterren op de Olympische Spelen verwierf het bedrijf, dat gestaag groeide, naamsbekendheid. En hoewel het budget voor sportactiviteiten op de laatste Winterspelen in Lillehamar in Noorwegen vorig jaar sterk was beknot, behaalden atleten die met Atomic-produkten waren uitgerust 38 medailles, waaronder negen gouden.

Niettemin hebben de familiebedrijfjes, die vaak pas later uitgroeiden tot moderne ondernemingen, zich maar mondjesmaat aangepast aan de veranderde marktomstandigheden. Veel skifabrikanten, onder wie Rohrmoser, leidden hun bedrijven op een ouderwetse gemoedelijke manier. Dat ging ook door toen het skitoerisme in de jaren zestig explodeerde. Toen de Oostenrijkse ski-industrie ten prooi viel aan internationale concurrentie ging het echter in een groot aantal gevallen mis met de bedrijfsvoering.

“Toch zou ik Atomic niet willen afschilderen als een bedrijf dat ouderwets wordt gerund”, zegt Louk Vermeulen van Pinguin Sport, importeur van Atomic in Nederland. “Wanneer je er bij je produktie van nieuwe ski's in slaagt 97 procent minder lak te gebruiken en 47 procent minder slijpgangen, en je bovendien nog eens 46 procent minder energie verbruikt dan vroeger, dan ben je aardig innovatief bezig.”

Niettemin constateert Vermeulen dat de markt voor ski's wellicht verzadigd is geraakt door het feit dat een paar nieuwe ski's, zeker voor een Nederlander die slechts een paar weken per jaar naar de winstersport gaat, jaren meegaat. Bovendien is het nog gemakkelijker om ter plaatse ski's te huren. Dat goedkopere produkten de duurdere merken van de markt aan het verdrijven zijn wordt door Vermeulen bestreden. “De merkfabrikanten maken vanwege hun research en hun moderne produktie-apparaat de beste ski's. Zo simpel is dat.”

Atomic is met een produktie van 800.000 paar ski's de tweede fabrikant ter wereld, na het Franse Rossignol dat een produktie van eeneneenkwart miljoen heeft. In Nederland heeft Atomic een marktaandeel van iets meer dan 20 procent. Jaarlijks gaan ruim 1,2 miljoen Nederlanders naar de wintersport. Ongeveer een miljoen stapt ook daadwerkelijk op de lange latten.