Scheidsrechters

Louis van Gaal, sprekend over scheidsrechter Jol, vroeg zich na afloop van Ajax-Vitesse af waarom de scheidsrechter niet bij de persconferentie aanwezig was? Het zou toch interessant zijn geweest om met hem na te praten over 's-mans beslissingen. Toen Van Gaal sprak was het net alsof ik Nico Scheepmaker hoorde. Want in datzelfde zaaltje riep Scheepmaker ooit: “Waarom is de scheidsrechter hier niet?” Daar is toen niet op ingegaan, vermoedelijk omdat de meeste aanwezigen niet vertrouwd waren met de presentie van voetbalrechtsprekers voor de vierschaar van 'de pers'. En wellicht ook omdat ze dachten dat de arbiters op dit soort suggesties zeker niet zouden ingaan zonder dekking van KNVB-zijde. En van de voetbalbond is bekend dat die zijn officials ongaarne massaal aan kritiek blootstelt.

Nu is het ook waar dat er in het scheidsrechterskorps wel degelijk enkelen zijn die voor de bovenbedoelde confrontatie in het geheel niet bang behoeven te zijn. Mannen als Mario van den Ende, Blankenstein, Uilenberg, Wegereef en anderen zouden hun woordje temidden van kritische omstanders heus wel goed doen. En zeker indien zij bereid waren een eventuele fout te erkennen, waarbij het voor de toehoorders best interessant zou kunnen zijn de achtergronden te vernemen. Vroeger had je twee types fluitisten: het ene type bestond uit Leo Horn, Frans Derks, Dirk Nijs. Het hart op de tong, gesteld op woord en wederwoord, maar niettemin autoritair in de zin van 'ik ben de baas'. De tweede groep bestond uit degelijke, minder eigenzinnige, maar ook minder kleurrijke officials, die strikter volgens het spelregelboekje floten, maar de flair van genoemd drietal misten.

Ga je nog verder terug dan arriveer je bij Karel van der Meer, Aad van Welzenes, Job Mutters en anderen. Die floten in een periode waarin het woord van de man in het zwart absoluut tot wet was verheven. Die hadden het dus gemakkelijk. Bovendien waren de trucs van de spelers simpeler en lag het tempo van de acties veel lager. Het is de vraag of iedereen die op die - voorlopig nog denkbeeldige - persconferenties met de heren wedstrijdleiders in de clinch zou willen gaan, zich van de veranderingen volledig bewust zou zijn. Dat er harde noten zouden worden gekraakt lijkt mij duidelijk. Dat er onbillijke verwijten zouden worden gemaakt mag eveneens rustig worden aangenomen.

Maar is dat een reden om er niet aan te beginnen? Een slagvaardige arbiter, zich zowel van zijn vakmanschap als van zijn feilbaarheid bewust, zou niet bang behoeven te zijn om onder de wielen te belanden. Hij zou in bepaalde gevallen voor de broodnodige verduidelijking kunnen zorgen en dat zou winst zijn. Maar als de arbiters bang zijn voor gezichtsverlies en vrees voor kritische vragen (waar uiteraard ook een portie kaf bij zou zitten) dan moeten zij er maar niet aan beginnen. Aan de andere kant: hun vak vergt veel eelt op de ziel en geen 'softies'. Indien zij in het veld mentaal overeind blijven dan moeten zij ook de confrontatie met trainers en pers niet uit de weg gaan. De nadering van het jaar 2000 kan toch niet het tijdperk 'vragen, geen vragen' betekenen? En de officiële waarnemer op de tribune is toch niet de enige categorie waarmee de arbiters te maken (willen) hebben?