Requiem voor een vieze man

DORDRECHT. De vieze man is op een onsmakelijke manier aan zijn eind gekomen. 's Ochtends dreef zijn lichaam bleek en opgezwollen in de gracht.

Een dag eerder hadden ze hem uit de gevangenis gelaten. Om kwart over elf 's avonds stapte hij het café uit waar hij zich vol had laten lopen. Om kwart voor twaalf zag een voorbijganger zijn kolossale gestalte nog door de Voorstraat wankelen. Kort daarna moet er een zware plons hebben geklonken die nog even nagalmde tegen de winkelpuien en de muren van het vroegere stadhuis. Toen het licht werd heeft iemand van gemeentewerken hem gevonden.

Ze hebben hem op de snijtafel gelegd om sporen van een misdrijf te achterhalen. Het lichaam is een tempel, zeker, maar aan dit tafereel moet je toch niet te lang denken. Er is niets verdachts geconstateerd. De politie gaat ervan uit dat het een ongeluk is geweest. Deze week wordt hij 'in besloten kring' begraven. Zouden er veel mensen komen? Dat is niet waarschijnlijk. Joop Wilhelmus was in de laatste jaren van zijn leven een zeer ongeliefde vieze man.

Hij voelde zich ook onbegrepen. En niet helemaal zonder reden. Toen hij in 1992 voor de Haagse rechter stond om zich te verantwoorden voor handel in kinderporno en ontucht met zijn drie dochters, beweerde hij dat in zijn persoon de hele 'seksuele vernieuwingsbeweging' van de jaren zestig veroordeeld dreigde te worden. Wilhelmus was in die tijd uitgever en hoofdredacteur van het grootste seksblad van Nederland, Chick, en later ook van het kleine zusje Lolita, dat geheel op seks met kinderen was gericht. Hij maakte deel uit van de provo-beweging. Tussen de contactadvertenties in zijn blaadjes drukte hij intellectueel getinte verhandelingen af omtrent het belang van seksuele vrijheid. Hij schreef ze zelf, of liet deskundigen zoals 'drs. P. Rike, socioloog' of PvdA-senator Brongersma aan het woord. Hij was een veelgevraagd spreker bij teach-ins en op katholieke vormingsinstituten. De universiteit van Utrecht nodigde hem uit om gastcolleges te geven. Kranten en tijdschriften vroegen hem om commentaar inzake de zedelijkheidswetgeving. Porno was links in die jaren en de ordinaire verschijning van Joop Wilhelmus, met zijn sliertige haren, bakkebaarden als koteletten, immer gelaarsd en met sieraden behangen, gold als de Nederlandse vorm van radicale chic. Hij was zo salonfähig als de pieten.

De hoogtij-jaren van de vrije seks hebben niet lang geduurd. Vrij Nederland plaatst al lang geen rubrieksadvertenties meer waarin wordt gevraagd om gelijkgestemde paren en willige slavinnen. De NVSH veranderde van een brede volksbeweging weer in een sekte. Pornografie wordt al sinds de jaren zeventig vooral beoordeeld op haar vrouwonvriendelijke aspecten en over het tedere karakter van pedofiele relaties hoor je de laatste tijd ook opvallend weinig meer. Maar Joop Wilhelmus was er altijd prat op gegaan dat hij praktizeerde wat hij preekte - en dan is het moeilijk om de bakens te verzetten.

Naarmate het tij verliep, sloeg hij steeds wilder om zich heen. De politieke commentaren in zijn blad richtten zich niet langer meer uitsluitend tegen de clitoridectomie en het radicale feminisme, maar ook tegen 'de holocaust-industrie,' zoals Vrij Nederland in 1979 aan de kaak stelde. Daar werd de Chick in die tijd dus in ieder geval nog gelezen. In 1980 kreeg hij het aan de stok met NRC Handelsblad-columniste Emmy van Overeem en actiegroep De Verschrikkelijke Sneeuwvrouw toen hij opriep tot de bestorming van Blijf van m'n Lijf-huizen. De dikke map met knipsels in het archief van deze krant vertoont daarna een gat tot 1992, toen hij tot vier jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens incest. Het moet onverteerbaar voor hem zijn geweest dat hij werd bestraft voor precies datgene waar hij ooit om was bejubeld. De tekeningen van Robert Crumb (the family that plays together, stays together) hingen inmiddels in het museum. De goudeerlijke zakenman Wilhelmus moest naar de cel.

De volgende keer dat iemand sectie verricht op de roemruchte jaren zestig, verdient het aanbeveling om ook de rol van de penose in onze culturele revolutie eens nader te beschouwen. Het doorbreken van taboes ging noodzakelijkerwijs vaak gepaard met een enkele onschuldige wetsovertreding. Daar zijn fortuinen mee verdiend. Door witte-platenhandelaren, hasjboeren en seksbaronnen.

Zo kwam het dat Joop Wilhelmus ook op financiëel gebied grenzen heeft doorbroken. “Het is een feit dat het zakelijk klimaat in Nederland niet te harden is,” zei hij in 1974. “Dat heb ik ondervonden. Als je flink wat verdient, wordt je beschouwd als een kip waar ze van kunnen blijven plukken.” Zijn uitgeverij was toen al twee jaar in Liechtenstein gevestigd. Zelf bewoonde hij een royale villa nabij Antwerpen. “Om de belastingen natuurlijk.” Hij moet ook op dit gebied een van de eersten zijn geweest.

Maar bepaald niet de laatste. Want zijn zakelijke visie klinkt op de een of andere manier nog altijd verrassend eigentijds. Waar seksuele taboes opnieuw zijn opgetrokken, lijkt het erop dat Wilhelmus zich met de afbraak van de zakelijke moraal op blijvend succes zou kunnen beroemen. Schaamt iemand zich er nog voor wanneer hij zich aan het Nederlandse belastingregime probeert te onttrekken? Voor een bungalow in Brasschaat of een spaarrekening in het buitenland? De vieze mannen van de Antillen en de Kanaaleilanden, van de pensioen- en management-bv's hebben veel aan hem te danken.

Geestig, als het inderdaad waar is, dat een culturele revolutie in Nederland vooral een financiële verandering tot gevolg heeft gehad. Zelf had hij de grap natuurlijk niet begrepen.