Oponthoud

Een eindje boven Keulen raakte het verkeer lelijk in de knoop, op alle vier de rijstroken kwam het volledig tot stilstand. Een politiewagen wurmde zich er met loeiende sirene doorheen en in de verte, in een bocht omhoog, kon je een auto haaks op de vangrail zien staan.

Zevenhonderd kilometer verlopen vlekkeloos en dan dit. Twee minuten eerder en je had die bocht achter de rug gehad, je had nooit ergens van geweten.

Stapvoets vooruit, hooguit tien, twintig meter, dan weer wachten, ergernis en ongeduld, de hufters die gauw van baan verwisselen om een paar plaatsen winst te maken, de vrachtwagencombinatie die uitgerekend jou naar achteren begint te dringen, nee die hoef je er niet tussen te laten!

Supporters van FC Köln hingen rood met witte dassen uit het raam. Uit een aftandse Kadett, zo'n bouwvakkersvehikel, werd met het nodige gejoel een complete vlag naar buiten gestoken.

En eindelijk, eindelijk ben jij de ene druppel in de flessehals.

Zag je dat? Die aan flarden gereten zijkant, die aan diggelen geslagen voorruit, die in een deken gehulde gestalte rechts voorin. Was dat een mens?

Maar je bent erlangs en het meest sinister is de plotselinge vrijheid op de weg, het stuur, het gaspedaal, de wijzer die alweer op honderd, honderdtwintig springt.