Muis is uitvinding van de man met tien linkervingers

Jarenlang, voor mijn gevoel, heb ik me verzet tegen een computer met Windows of een Windows-achtige bediening waarbij je met een muis commando's aanwijst op je scherm. Ik geef de voorkeur aan het aloude, met toetsen bediende Dos, de standaard-werkomgeving voor IBM-compatibele computers en de daarop gebaseerde tekstverwerkers.

Waarom? Omdat ik een computer gebruik om teksten te schrijven en te redigeren; niet om ontwerpen te maken, niet om afbeeldingen van hot naar haar te slepen, en niet om te spelen - spelletjes zijn aardig, maar onvoldoende reden om er een computer voor aan te schaffen.

Waarom nog meer? Omdat ik werken met een toetsenbord - alias typen - nu eenmaal prettig vind, en ik het snel kan. Het gebruik van de muis is heel leuk, maar als je met tien vingers blind typt moet je er je rechterhand voor van het toetsenbord halen, en dat vertraagt. Bovendien slokt Windows exorbitante hoeveelheden geheugenruimte op, waardoor sommige andere functies worden vertraagd.

Daarbij erger ik me aan de harde verkoopmethoden. Probeer tegenwoordig maar eens een bureau- of schootcomputer te kopen zonder Windows erbij. Onmogelijk. Ergo, ik heb geen nieuwe computer gekocht sinds Windows verplicht werd.

Nu, zoals zoveel collega's bij de Independent, volg ik een opleiding voor het omgaan met een nieuwe computer - een Apple Macintosh - die volgens hetzelfde principe werkt als het alomtegenwoordige Windows op de PC. Nu moet ook ik me dus verdiepen in de op het oog talloze lagen 'mappen' en rij na rij kleine plaatjes, 'ikonen' geheten. En ik moet mijn muis temmen.

Halverwege de eerste dag, terwijl ik naarstig poogde mijn muis de goede kant op te sturen, te onthouden hoeveel bestanden er geopend waren en intussen ook nog te zoeken naar een schijnbaar verdwenen stuk tekst, drong het in een flits tot me door wat er mis was: dit was een computerwereld van en voor mannen.

Het ging er niet zozeer om dat al onze instructeurs mannen waren, net als de uitvinders van de Mac en de grafische werkomgevingen, maar dat de vereiste vaardigheden om zo'n systeem met gemak en plezier te bedienen allemaal worden geassocieerd met mannelijkheid.

Om te beginnen is er het ruimtelijke aspect - je bent niet beperkt tot het toetsenbord; dan is er het besturings-aspect - het bewegen van de muis over zijn mat om de cursor over het scherm te loodsen. Ook is er een complexe visuele gelaagdheid, als bij een constructietekening, en worden bestanden en afbeeldingen op een tactiele manier weergegeven en gemanipuleerd. Er wordt gewerkt met beelden van concrete zaken: afgesloten koffers staan voor ontoegankelijke bestanden; een afgedankt verhaal moet je letterlijk naar het zwarte prullenbakje slepen.

In het algemeen hebben vrouwen, die veelal blind hebben leren typen, zulke visuele beelden en tastsensaties niet nodig. We voelen ons geheel thuis in een wereld waar functies worden aangeduid met toetsen en letters. De vaardigheden die we associëren met vrouwelijkheid liggen op het vlak van de verbale begaafdheid en vingervlugheid, aandacht voor details, handigheid in routinewerk, uithoudingsvermogen enzovoort. We kunnen zelfs nadenken terwijl we typen.

Mannen daarentegen hebben vaak moeite met het toetsenbord. Je ziet nog altijd een heleboel mannen, ook professionele schrijvers en verslaggevers, met twee vingers van een afstand en a-ritmisch op de toetsen inhakken. Vaak gebruiken ze het toetsenbord alleen als het echt niet anders kan, en geven ze de voorkeur aan dicteren, uit aantekeningen of uit het hoofd.

Het is wel te begrijpen waarom mannen een hekel hebben aan het toetsenbord, dat hun kil, weinig representatief en traag voorkomt - er zo'n hekel aan hebben dat ze misschien daarom iets hebben bedacht dat beter aansluit bij hun sterke kanten. Wellicht doet het ook weinig jeuïg aan, te veel als regelrecht werken. Maar het is ook te begrijpen waarom vrouwen, die vaak competente typistes zijn, de grafische werkomgeving weinig invoelbaar en onnodig gecompliceerd vinden.

De meest treffende analogie is misschien de verschillende houding bij man en vrouw tegenover auto's en autorijden. Werken met Windows en soorgelijke produkten lijkt op autorijden - en mannen krijgen het vlugger onder de knie. Er is een soortgelijk besef van ruimte en richting in het geding. Je kunt je muis 'besturen'. Mannen behandelen hun auto's en hun computers als duur speelgoed. Ze hechten aan snelheid - van een muis op wielen in een recente advertentie wordt beweerd dat het apparaat 'zo snel gaat' - en aan status, en ze willen zoveel mogelijk 'accessoires', ook onnodige.

Vrouwen, zo wordt gezegd, kiezen hun auto volgens andere criteria. Zij willen een auto die hen veilig en zonder mankeren van A naar B brengt. Ze willen een soepel schakelende pook en bedieningsorganen onder handbereik. En bovenal willen ze een auto die simpel te bedienen en volstrekt betrouwbaar is. Ze willen geen speelgoed: er moet gewerkt worden en niet gespeeld. Als het ding een fraaie kleur en elegante vormen heeft, dan is dat meegenomen.

Maar waar zijn de Mini's de Micra's en de Renault 5-jes in computerland? De goed ogende, ruimtebesparende computers met een redelijke prijs en programmatuur die met het toetsenbord werkt? Wij willen geen toeters en bellen en al helemaal geen turbo-muizen.

©Mary Dejevsky/The Independent