'Humor' in de jacht op de jager

DEN HAAG, 13 SEPT. Een sappig weiland bij het naken van de dag. Modder, flarden nevel, een flauwe zon. Zo ziet doorgaans het traditionele strijdtoneel er uit waar dierenbeschermers gevecht leveren met jagers. Soms tot bloedens toe.

Gisteravond laat werd de jaarlijks terugkerende oorlog voor de verandering ingeluid op een echt toneel, tijdens de Nacht tegen de Jacht in het Haagse Diligentia. Aan de vooravond van het nieuwe jachtseizoen verklaarde de Dierenbescherming de jacht op de jager voor geopend, met humor als belangrijkste wapen.

“Weg met de jacht en zijn barbaarse rite”, riep presentator Ivo de Wijs voor eigen parochie. “Er is genoeg geslacht, maak maar een tableau met suikerbieten.” Voorzitter H. Reilingh van de Dierenbescherming onderstreepte dat het merendeel van de bevolking (88 procent) tegen de plezierjacht is. Deze nacht zou een begin worden gemaakt om de overige twaalf procent te overtuigen van “de waanzin van het jachtbedrijf”.

Dieren moeten in hun waarde gelaten worden, luidde de hartekreet van oud-Tweede-Kamerlid R. Beckers (GroenLinks), ambassadrice van de Dierenbescherming. Het was niet alleen een oproep aan de enkele tienduizenden jagers die Nederland kent, maar ook aan de Tweede Kamer, die binnenkort de Jachtnota van oud-staatssecretaris Gabor behandelt. Een enkele politicus liet zich in Diligentia zien: behalve de voltallige fractie van de Socialistische Partij onder meer ook de Kamerleden Vos (GroenLinks) en Van der Ploeg (PvdA). Geen CDA'ers, geen VVD'ers, wellicht omdat deze twee partijen achterbannen hebben waar de jachttraditie sterk is geworteld.

Dat kritiek op de jacht nog steeds gevoelig ligt bij jagers bleek uit een dreigbrief die vorige week bij Diligentia was binnengekomen, gericht aan directie en de deelnemende artiesten. Schouwburg en 'fascisten' zou een lesje worden geleerd als de Nacht tegen de Jacht zou doorgaan. De anonieme briefschrijver eiste een 'algehele afgelasting' van het evenement, aan te kondigen in De Telegraaf van afgelopen zaterdag. De directie van Diligentia beperkte zich tot het inschakelen van de politie, die vannacht extra surveilleerde op het Lange Voorhout.

Voor zover de acts betrekking hadden op de jacht, waren ze in feite alle varianten op een oude sketch van Kees van Kooten en Wim de Bie, uit het begin van de jaren zeventig. Die werd op video nog eens vertoond. Van Kooten - met bivakmuts, duffelse jas en dubbelloops - zoekt in de bossen naar jagers. “Het is een dure sport. Wat wij doen is een kwestie van milieubeheer.” Hij doet dat als voorzitter van de Haagse afdeling van het Simplistisch Verbond. Uiteindelijk schiet hij jager De Bie, die, oog in oog met jager Van Kooten, tevergeefs om medelijden smeekt. De Bie: “Ik heb familie.” Van Kooten: “Een konijn heb ook familie.” Wellustig, met het snot op zijn bovenlip, schiet Van Kooten de vluchtende jager in de rug. Op het bospad zakt De Bie in elkaar. Dood. Van Kooten, trots: “Door de zwakken te elimineren, houden we de soort op peil.” Op de vraag van de interviewer wat Van Kooten met de jager gaat doen, zegt hij: “Die gaat schoon op, met wat Franse uitjes er over heen. Ik krijg m'n schoonouders met Kerstmis.”

Er was veel moeite gedaan om vannacht leuk voor de dag te komen, maar dat viel niet altijd mee. Een modeshow met jachtkostuums door de eeuwen heen moest het niet zozeer van de figuranten hebben, als wel van de grappen van De Wijs. Over het oude jachtopzichterskostuum van prins Hendrik bijvoorbeeld. “We hebben het gestoomd, nu is ook de dranklucht er uit.” Dierenbeschermers hebben overigens een warme band met het koninklijk huis: koningin Beatrix is beschermvrouwe van de Dierenbescherming, prins Bernhard beschermt de Vogelbescherming. Dat hij ook beschermheer van de jagersvereniging KNJV is, deed vannacht niet terzake.

Hans Dorrestijn zong Het Jagerslied, over een jager die geplaagd wordt door de dieren om hem heen. Hij wordt in zijn hand gebeten door hazen en krijgt een schop van een hert. “Overal loert het gevaar. Met wilde, woeste dieren is de natuur gevuld.” Dorrestijn verklaarde geen principieel tegenstander van de jacht te zijn. Waarom was hij dan toch naar de Nacht tegen de Jacht gekomen, wilde De Wijs weten. “Omdat jij me hebt overgehaald.”

Tussen verschillende optredens werden dierenbeschermers die een goede daad hadden verricht in de bloemetjes gezet. Zoals de Limburgse die tijdens een Heilige Mis op Sint Hubertusdag in Blerick een fazant had laten zegenen door de pastoor, temidden van jagers, jachthonden, paarden en geweren.

De bijeenkomst werd besloten met samenzang. Er werd teruggegrepen naar de anti-jachtklassieker van de Selvera's, Twee reebruine ogen. In het laatste couplet ligt de hartewens van iedere oprechte dierenvriend besloten:

En weder ging ter jacht de jager

Ontmoette toen een schuwe ree

Hij wilde op dat ed'le dier gaan schieten

Legd'aan maar schudde toen van nee.