Geheime dienst Israel jaagt op militante joden

TEL AVIV, 13 SEPT. De recente arrestatie van negen Israeliërs uit nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever hebben in Israel de stellige indruk gewekt dat de Shin-Beth, de binnenlandse veiligheidsdienst, een grote klopjacht is begonnen op een nieuwe 'joodse ondergrondse'.

De militaire censuur schermt in samenwerking met rechtbanken informatie af over de terroristische plannen van de samenzweerders, zodat het een vraag blijft wat de 'ondergrondse' van plan was. Stelde deze kennelijk zeer gevaarlijk geachte organisatie zich ten doel opnieuw een massamoord op Palestijnen uit te voeren, zoals de arts Baruch Goldstein op 25 februari van dit jaar in Hebron deed? Ging het om een samenzwering om het vredesproces te torpederen? Troffen ze, zoals vandaag door enkele Israelische kranten wordt gesuggereerd, voorbereidingen voor een gewapende overval op het Palestijnse Oriënt House in Oost-Jeruzalem? Niets kan met zekerheid gezegd worden.

Vaststaat wel dat Goldstein voor veel kolonisten uit de zogenoemde 'harde nederzettingen' op de Westelijke Jordaanoever een man is wiens voorbeeld moet worden gevolgd om 'het land van Israel - Erets-Israel' te redden. Zijn graf bij de joodse nederzetting Kiryat Arba is een bedevaartsoord geworden. Duizend exemplaren van een pamflet van de hand van rabbijn Ginzburg waarin de motieven van Goldsteins moordpartij worden uitgelegd en geprezen zijn volgens de Israelische pers dezer dagen onder de kolonisten verspreid.

De krant Yedioth Achronoth citeerde gisteren uit het pamflet. “Het bloed van (het volk) Israel is bij God geliefd en daarom roder en meer waard (dan het bloed van andere volken)”, zo schrijft Ginzburg. De rabbijn bepleit wraak en gelooft dat het nodig is dat Baruch Goldstein moet worden herdacht om “de geest van heldendom te dienen die we in de nabije toekomst nodig zullen hebben.” In het pamflet spreekt Ginzburg zich uit voor oorlog om Israels vijanden “op beslissende wijze” te verslaan en zo Erets-Israel voorgoed in bezit te krijgen.

Dat is de geesteswereld waarin een deel van de ultra-orthodoxe kolonisten in de bezette gebieden zich thuis voelt. Baruch Goldstein is hun postume held en daarom staat de Shin-Beth in opdracht van premier Yitzhak Rabin zo op scherp. Het religieuze parlementslid Avraham Burg (Arbeidspartij) heeft enige tijd geleden ernstig voor het opstaan van “nieuwe Goldsteins” onder de kolonisten gewaarschuwd. “Ik wil mijn angst uitspreken”, zei hij tijdens een bijeenkomst van religieuze joden voor de vrede in Jeruzalem. “Ik ben bang voor joodse fundamentalisten.”

Intussen is onder de kolonisten in de bezette gebieden een wilde geruchtenstroom op gang gekomen over de omstandigheden waaronder de negen ultra-orthodoxe gevangenen, onder wie twee officieren uit elite-eenheden, worden vastgehouden. De verdachten zijn enkele dagen na hun arrestatie als sneeuw voor de zon verdwenen. Advocaten kregen geen toestemming met hen te spreken, laat staan ze voor, bij of na het verhoor door de Shin-Beth, bij te staan. Ouders van de arrestanten stonden doodsangsten uit totdat ze telefonisch door een 'stem' werden ingelicht dat hun zoons zonder opgave van redenen “in administratieve hechtenis” zaten

Een van de arrestanten, luitenant Ori Edri uit de joodse wijk Kyriat Arba bij Hebron, is inmiddels waargenomen toen hij in de greep van hoge politieofficieren een rechtszaal werd ingeduwd. Ori Edri zou volgens berichten tijdens zijn aanhouding in Jeruzalem zijn gemarteld en dagenlang in een piepkleine cel met ratten hebben gezeten.

Het vertrouwen in mededelingen van de Shin-Beth zelf over de zaak is niet groot. Niemand is de reeks leugens van de Shin-Beth vergeten toen twee gevangenen genomen Palestijnen door geheim agenten enkele jaren geleden werden vermoord. Persfoto's en getuigenverklaringen weerlegden de ontkenningen van de Shin-Beth.

De kolonisten, die met de arrestanten sympathiseren, beklagen zich nu dat hun geestverwanten “als Palestijnen worden behandeld”, terwijl door hun aderen niets anders dan “vaderlandsliefde” stroomt. President Ezer Weizman heeft zich gisteren ook in het openbaar opgewonden over de administratieve hechtenis van de leden van de vermeende nieuwe joodse ondergrondse. “We moeten een normaal land worden”, zei hij. “Als er bewijzen zijn moeten de arrestanten voor de rechter worden gebracht”.

De nog uit de Britse mandaattijd over Palestina stammende noodverordeningen, waarvan Israel zich zo lang tegen de Palestijnen heeft bediend, hebben volgens de president in het vredesklimaat in het Midden-Oosten geen plaats meer. Het ziet er naar uit dat het Hooggerechtshof ook die kant uitgaat. Vooralsnog hebben de hoogste rechters de Shin-Beth in deze zaak de voet nog niet echt dwars gezet. Op zichzelf zou dat een aanwijzing kunnen zijn dat de Shin-Beth inderdaad op het spoor is gekomen van een zeer gevaarlijke organisatie.

Of het tot processen komt is nog onduidelijk. Als het geen opgeblazen zaak is, zoals familieleden van de arrestanten beweren, zullen de arrestanten hoogstwaarschijnlijk om veiligheidsreden achter gesloten deuren terecht moeten staan.