'Gedreven' pater Koopman voor de laatste maal naar het Binnenhof

DEN HAAG, 13 SEPT. Hij is 74, voelt zich achttien en is net begonnen aan zijn tweede jeugd: pater J. Koopman, lid van De Congregatie van de Paters van het Heilig Sacrament en onvermoeibaar anti-abortus activist. Dertien jaar lang demonstreerde hij één keer per maand op het Binnenhof. Vandaag verzamelt hij daar voor de laatste maal zijn getrouwen om zich heen. Zijn tweede jeugd staat in het teken van het opzetten “overal in den lande” van gebedskringen - tegen abortus en voor de bekering van hen die dwalen.

Van die laatsten zijn er veel, vindt pater Koopman. De leden van het kabinet, bijna alle parlementsleden, met uitzondering van een paar CDA'ers en de leden van kleine christelijke partijen, en vele burgers in den lande. Ten onrechte, zegt hij, verheffen zij hun stem niet tegen “het kwaad van abortus.”

Koopman kwam in 1972 terug uit Brazilië waar hij enige jaren missiewerkzaamheden had verricht. Het was het jaar waarin het kabinet-Biesheuvel viel en na de Kamerverkiezingen van november de gedachte aan een progressief kabinet niet langer een hersenspinsel leek. De strijd om legalisering van abortus stond hoog op de agenda van de vrouwenbeweging. 'Wij Vrouwen Eisen' ging er met enige regelmaat de straat voor op.

Zo ook pater Koopman - al zette hij nimmer koers naar het Amsterdamse Beursplein waar de abortusdemonstraties meestal eindigden. Koopman haalde de media toen hij een toren in Purmerend bezette en in 1978 zich ruim dertig uur nestelde op een bouwkraan. Hij liet zich niet uit het veld slaan toen in 1980 de Kamer akkoord ging met legalisering van abortus. Integendeel. Hij toog sinds september 1981 elke tweede dinsdag van de maand naar het Binnenhof - dààr zat de wetgever die moest beseffen dat legalisering van abortus de weg had vrijgemaakt voor de hedendaagse variant van Sodom en Gomorra.

Hij begon met een “handjevol getrouwen”, maar allengs wist hij honderden mensen achter zich te verenigen. Dertien jaar later heeft hij nog niets van zijn stelligheid verloren: “Tegenover de schepper van het leven kan geen enkel kabinet de huidige praktijk verantwoorden. Het is een ramp voor het volk en een ramp voor aanstaande moeders. Als zij het zelf willen? Dan zijn zij misleid.”

Hij is niet gediend van het predikaat 'fanatiek', hij omschrijft zichzelf liever als 'gedreven'. Gedreven door het Woord van God en gedreven door zijn afkeer “van het uiteenrukken van kinderen in de moederschoot”, zoals hij de abortusingreep noemt. “Sinds 1973 zijn in Nederland meer dan een miljoen abortussen uitgevoerd. Daar betalen we allemaal aan mee.” In Nederland bedroeg het aantal abortusingrepen bij in Nederland woonachtige vrouwen vorig jaar 19.804, in 1992 werden 19.422 abortusingrepen uitgevoerd.

Volgens Koopman is het nu “de hoogste tijd” dat overal in het land gebedsgroepen worden geformeerd om het tij te keren. Het kan nog, “maar de tijd is kort”, waarschuwt hij. “Gebeurt er niets, dan zijn wij rijp voor een atoombom of verdienen we het om vier meter onder de zeespiegel te verdwijnen.”