Fuchs: begrip voor controle op budget Stedelijk Museum

AMSTERDAM, 13 SEPT. “Nooit, nooit en nooit meer wil ik een situatie belanden als destijds in het Haags Gemeentemuseum”, zegt directeur R. Fuchs van het Stedelijk Museum in Amsterdam. “Ik tastte over de financiën totaal in het duister. Ze vinden daar nu nog rekeningen van voor mijn tijd.” Om budget-overschrijdingen zoals in het Haags Gemeentemuseum te voorkomen, die in maart 1993 tot het vertrek van de Haagse wethouder van cultuur A. van den Berg leidden, richt Fuchs nu in het Stedelijk Museum een intern produktiebureau voor budgetbewaking op.

Om een financieel en artistiek overzicht te waarborgen zal het museum ook niet langer verspreid over het jaar kunstwerken aankopen, maar de plannen opsparen tot het najaar om dan in kort tijdsbestek beslissingen te nemen. In het Haags Gemeentemuseum werd de financiële administratie niet zelden verrast door onverwachte aankopen en uitgaven. Men verweet Fuchs nadat de tekorten aan het licht waren gekomen 'impulshandelen'.

Alle uitgaven voor tentoonstellingen die de conservatoren van het Stedelijk Museum nu willen doen, moeten voortaan aan dit nieuwe produktiebureau worden voorgelegd, vertelt Fuchs in zijn met de blanke meubels van Donald Judd ingerichte kamer.

Zijn staf heeft schriftelijk bezwaar aangetekend tegen de nieuwe financiële regels, maar “het produktiebureau zal de conservatoren niet betuttelen”, aldus Fuchs. Het bureau moet de conservatoren 'terzijde staan' en structuur aanbrengen in activiteiten en uitgaven. “Het is voorgekomen dat in één week twee vrachtwagens voor ons op en neer gingen naar Keulen om een kunstwerk op te halen”.

Fuchs heeft er alle begrip voor dat hij voortaan niet meer op zijn aankoopbudget van volgende jaren mag vooruitlopen zonder toestemming van de wethouder, die hem onlangs schriftelijk heeft bericht over deze maatregel. Hij betreurt het evenmin dat Bakker hem onlangs heeft verboden nu alvast met acht ton van de begroting van 1995 het neon-sculptuur Seven figures van Bruce Nauman aan te schaffen. Fuchs wilde de sculptuur van Nauman deze zomer kopen, wetende dat het budget voor 1994 al op was. “Medewerkers van het museum hadden mij gezegd dat dat niet ongebruikelijk was om het volgende budget aan te spreken ”, zegt hij. Tien tot twintig procent van de toekomstige aankoopbudgetten konden voortijdig worden opgesoupeerd, zo was de directeur intern gegarandeerd.

Alle aankopen boven de 250.000 gulden moet de directeur normaliter voorleggen aan een van gemeentewege benoemde commissie. Die komt twee à drie keer per jaar bijeen. Dit voorjaar is de commissie “van harte akkoord gegaan” met de aanschaf van de Nauman, “ook met de prijs.” De acht ton voor de Seven figures is goedkoop, vindt Fuchs. “Nauman is de duurste kunstenaar die er bestaat. En terecht, hij is een genie. In elk museum waar ik heb gewerkt, heb ik een werk van Nauman gekocht.”

Na het akkoord van de commissie van aanwinsten legt de museumdirecteur het aankoopvoorstel voor aan B & W. Dat is in de regel een hamerstuk. “Meestal stelt de raad geen andere vragen dan 'is het dat wel waard?', zoals raadslid Roel van Duijn deed bij de koop van een Baselitz”, meent Fuchs. Dat ging toen ook om een kunstwerk van acht ton.

Seven figures van Nauman, nu te zien op de tentoonstelling Couplet II, laat in de kleurcontouren roze, blauw en groen zeven naakte, copulerende figuren zien. Figuren en lichaamsdelen knipperen aan en uit. “Dit in Amerika omstreden neon-werk toont de pop-art-achtige kant van Nauman en legt een mooie verbinding met pop art-kunstenaars als Warhol, Lichtenstein en Rauschenberg”, licht Fuchs toe. “Het kost inderdaad veel geld, de meeste musea hebben maar een fractie van dat bedrag als jaarlijks aankoopbudget. Alleen het Stedelijk Museum kan dit soort dingen nog aankopen. Ik ben het van harte eens met de uitspraak die collega Jan Debbaut (directeur van Abbemuseum, red.) eens in een Engels café zag hangen: 'Memory of bad quality lasts longer than the shock of high prices'. Of, zoals Benno Premsela eens heeft gezegd: Goeie kunst is nooit duur.”

Om het contrast 'leven en dood' in Naumans werk tot uitdrukking te brengen, wil Fuchs ook het werk van Nauman kopen dat hij aanschafte voor het Haags Gemeentemuseum. 'Carrousel', uit 1988, stelt een cirkel voor van gegoten aluminium waaraan modellen van dode beesten bungelen. Het kostte destijds 350.000 gulden. Voorlopig heeft het Haagse museum het beeld in langdurig bruikleen afgestaan aan het Stedelijk Museum.

Door de weigering van het gemeentebestuur om de acht ton voor te schieten, kan Seven Figures pas in januari worden aangekocht. De Duitse kunsthandelaar Konrad Fischer, die de sculptuur al in januari aan het Stedelijk Museum in bruikleen gaf, zal daar geen probleem mee hebben, verwacht Fuchs.

Een andere dure, voorgenomen aankoop in 1995 is Words 1958-1972, 600 bladen poëzie van de Amerikaanse conceptueel werkende beeldhouwer van Carl Andre. Dit met de handgeschreven en getypte werk, dat 500.000 gulden kost en in termijnen wordt betaald, acht Fuchs 'een canon van Andre's oeuvre' en een aanvulling op de Stedelijk-collectie typografie, de grootste van Nederland. Dit najaar zal de commissie van aanwinsten zich erover uitspreken. Behalve het schilderij Das Meer van de Oostenrijkse kunstenaar Arnulf Rainer, dat een miljoen gulden gaat kosten, zegt Fuchs “geen grote wensen” meer te hebben, hoewel hij het ontbreken van Joseph Beuys in de collectie als de 'pijnlijkste omissie' ziet.

Fuchs onderstreept dat hij door zijn persoonlijke relaties met kunstenaars sommige werken gratis of goedkoop, buiten de kunsthandel om, in bezit krijgt. Zo zal Carl Andre zijn aanvullende 'notebooks' aan het museum schenken, de Duitse kunstenaar Günther Förg een serie van ruim honderd aquarellen en Mario Merz liet onder meer een iglo achter. Jannis Kounellis heeft een repertoire van tekeningen in langdurig bruikleen gegeven, aantekeningen van de beeldhouwer, “die zijn vrouw als het ware tijdens het inrichten van de tentoonstelling opveegt.” Ze gaan volgens Fuchs over in eigendom van het museum, na de dood van de kunstenaar. “Men verwijt mij wel eens dat ik te enge relaties heb met kunstenaars. Dat kan zo zijn, maar ik kan nu moeilijk ineens anders met ze gaan praten”, meent Fuchs.

Als gevolg van de kostenbesparingen heeft het Stedelijk Museum het tentoonstellingsprogramma van dit najaar gewijzigd. De tentoonstelling van Günther Förg is naar volgend jaar verschoven. Een vierde aflevering van de serie Couplet, een combinatie van sterk uiteenlopende eenmanspresentaties, kan dit jaar niet doorgaan omdat dat “veel te duur is”. De tentoonstelling van Georg Breitner, voorzien in december, is met enkele weken vervroegd om de tegenvallende bezoekcijfers, mede veroorzaakt door de hete zomer, op te krikken, zoals Fuchs bevestigt. Het museum rekent net als vorig jaar op circa 425.000 bezoekers. Intussen stelt Fuchs ook een tentoonstelling samen uit de collectie van het Whitney Museum in New York. Volgend jaar zal dit overzicht, “een essay over Amerikaanse kunst”, naar Amsterdam reizen.