Film als 06 beter dan Venetië-middelmaat

VENETIË, 13 SEPT. Zoals van een uit negen leden bestaande jury te verwachten was, is haar oordeel over de op de 51ste editie van het Film Festival van Venetië vertoonde films niet een schoolvoorbeeld van een ondubbelzinnige keuze. Dat blijkt alleen al uit het feit dat de eerste prijs, de Gouden Leeuw, gedeeld moet worden door twee regisseurs, maar ook uit het volstrekt uiteenlopende karakter van beider produkties. Before the Rain, het debuut van de Macedoniër Milcho Manchevski (35) is alleen al naar structuur barok en overdadig en Vive l'amour (Aiqing Wansui), na Rebels of the Neon God de tweede speelfilm van de Taiwanees Tsai Ming-liang (37), is juist éen en al verstild minimalisme. De eerste film is bovendien sterk politiek gekleurd, de tweede vooral psychologisch.

Voor het tweede achtereenvolgende jaar is gekozen voor het zwaktebod van een gedeelde eerste prijs. Behalve voor de samenstelling van de jury is dat tekenend voor het festival en zijn programmering. De negentien films die meedongen naar de Gouden Leeuw vielen over het algemeen op door hun teleurstellende kwaliteit. Slechts enkele verdienden het in het hoofdprogramma te zijn opgenomen, laat staan voor een prijs in aanmerking te komen. Het ene lokt het andere uit: dank zij de middelmatigheid zijn nu liefst twaalf films met een prijs beloond. Dat heeft, gezien de afhankelijkheid van het festival van de zittende regering, ongetwijfeld ook met politieke machinaties te maken, maar bevorderlijk voor de filmkunst en voor het imago van het Festival zijn al die compromissen niet. Een van oudsher zo toonaangevend festival hoort geen speelbal te zijn, maar een standaard.

Opvallend was dat van de in totaal ruim 180 films die vertoond zijn, er geen een van Nederlandse bodem afkomstig was. Dat zegt iets over de reputatie van de Nederlandse film, maar meer nog over het beeld dat de cinema hier over zichzelf heeft. Er zijn door Nederlandse producenten en Holland Film Promotion geen noemenswaardige pogingen gedaan om een Nederlandse film opgenomen te krijgen, in welk programma-onderdeel dan ook.

Dat valt te meer te betreuren daar twee recente films, 06 van Theo van Gogh en 1000 Rosen, het hier nog uit te brengen debuut van Theu Boermans, met kop en schouders uitsteken boven de in Venetië vertoonde middelmaat. Als er van produktiezijde iets meer rekening was gehouden met de sluitingstermijn van de inzending, hadden beide films zonder meer een kans gemaakt. Een kans om mee te dingen, maar dit jaar zeker ook om een van de nog altijd belangrijke Venetië-prijzen in de wacht te slepen. Niet alleen doen producenten en filmers er goed aan hun minderwaardigheidsgevoel bij gelegenheid te overwinnen, ze zouden ook hun besmuiktheid (of hovaardij) ten aanzien van de verkoop van hun produkt moeten laten varen. Als de bekroning van bij voorbeeld Oliver Stones Natural Born Killers iets leert, dan is het dat promotie en publicitair geweld wonderen kunnen doen en, kennelijk, zelfs soms van groter belang zijn dan artistieke prestaties.