Britse renteverhoging breekt met traditie

AMSTERDAM, 13 SEPT. Centrale bankiers zijn niet altijd even populair bij politici en het bedrijfsleven. Het is hun taak om zo goed mogelijke monetaire omstandigheden te scheppen voor economische groei, maar tegelijkertijd te waarborgen dat de inflatie onder controle blijft. Dat laatste houdt vaak in dat een renteverhoging al moet worden doorgevoerd vóórdat het publiek iets merkt van een versnelling van de prijsstijgingen: wanneer pas wordt ingegrepen als de inflatie zichtbaar stijgt is het meestal al te laat en zijn er forse rentestappen nodig om het tij te keren.

Dat laat zich moeilijk uitleggen, ondervond de Britse minister van financiën Kenneth Clarke gisteren. Anders dan in de meeste Noord-Europese industrielanden heeft niet de gouverneur van de centrale bank, Eddie George, maar de minister van financiën het laatste woord over het monetaire beleid. Terwijl de politiek neutrale centraal bankier schouderophalend aan kritiek voorbij kan gaan, staat de minister in het brandpunt van de politiek. De Bank of England verhoogde gisteren voor het eerst sinds vijf jaar het basis-rentetarief van 5,25 procent naar 5,75 procent - afgezien van een paniekerige rente-maatregel in september 1992 om het pond sterling te redden. Clarke kon gisteren rekenen op zware kritiek van het Britse zakenleven en Clarke's eigen conservatieve partij. De Britse geldontwaarding is met 2,2 procent een van de laagste in Europa en staat op het laagste punt sinds 1967. Clarke had heel wat uit te leggen, en nam daar ook de tijd voor.

De minister is niet van plan om de fouten van zijn voorgangers te herhalen. Nog maar vier jaar geleden bedroeg de rente niet de 5,25 procent van vorige week, maar 15 procent. Dat was het gevolg van een te lakse monetaire politiek van de toenmalige minister van financiën Nigel Lawson. Tijdens de Thatcher-boom van de tweede helft van de jaren tachtig, toen de Britse economie met 6 procent per jaar groeide, ging Lawson pas heel laat over tot het verhogen van de rente. Te laat: de inflatie liep uit de hand en steeg in drie jaar tijd van 4 procent naar bijna tien procent. Het gevolg was dat de eerste renteverhoging, vanaf 7,5 procent in 1988, binnen ruim een jaar tijd moest worden gevolgd door stappen die de rente brachten naar het voor Europese begrippen astronomische niveau van 15 procent in 1989.

Niet alleen dat hoge renteniveau, maar ook de snelheid waarmee de rente moest worden opgevoerd hadden een verwoestend effect op de economie. Zowel burgers (van wie bijvoorbeeld de hypotheekrente anders dan op het continent afhangt van de tarieven van de Bank of England) als bedrijven hadden onvoldoende tijd om te reageren, en leden zwaar onder de draconische maatregelen waartoe Lawson zijn toevlucht moest nemen. Na de Thatcher-boom belandde het Verenigd Koninkrijk in de diepste recessie sinds de jaren dertig.

Het Lawson-beleid was de laatste episode van monetair mismanagement, dat het Verenigd Koninkrijk al sinds eind jaren zestig kenmerkt. Clarke lijkt vastbesloten om met die traditie te breken. Na twee jaar van economische groei duiken in de Britse economie de eerste tekenen van inflatie op. Bovendien maakt het Europese continent een snel economisch herstel door, waardoor het Verenigd Koninkrijk kans maakt om in de naaste toekomst niet alleen Europese produkten, maar ook bijbehorende inflatie te importeren.

De Britse minister kan zijn critici wijzen op het gunstige onthaal van de beslissing op de financiële markten. De Britse aandelen gingen gisteren nauwelijks naar beneden, het pond sterling steeg met vier pfennig tegenover de Duitse mark en de obligatiemarkt - van eminent belang voor de financiering van het Britse begrotingstekort - reageerde zelfs met een koersstijging waardoor de kapitaalmarktrente iets kon dalen.

Even belangrijk is misschien wel, dat Clarke tegenover zijn EU-collega's een punt heeft willen maken. In Maastricht is in 1991 afgesproken dat de Europese centrale banken, net als die van bijvoorbeeld Duitsland en Nederland, politiek onafhankelijk moeten zijn. Het monetaire beleid mag niet voor electorale doeleinden worden gebruikt. In Frankrijk en Italië zijn inmiddels al stappen gezet om de centrale banken los te koppelen van de politiek. De regering-Major heeft zich daar volgens oeroude Britse traditie altijd sterk tegen verzet. Het is aan Clarke om te bewijzen dat een 'politiek' monetair beleid even verstandig kan zijn als dat op het Europese continent. En dat, weet de minister, kan in het Britse Lagerhuis juist in zijn voordeel werken.