Aantasting van gezondheid door uranium 'onwaarschijnlijk'

DEN HAAG, 13 SEPT. De Amsterdamse GG en GD acht het 'onwaarschijnlijk' dat de ramp met het El Al-vrachtvliegtuig in de Bijlmermeer op 4 oktober 1992 indirect de gezondheid van omwonenden heeft aangetast. In een brief aan de stadsdeelraad Zuidoost schrijft de GG en GD: “De klachten die door een groep bewoners naar voren werden gebracht waren niet zodanig dat een relatie met het vliegtuigongeval aannemelijk was”.

De artsen van de gemeentelijke dienst baseren deze conclusie onder meer op informatie van huisartsen in het stadsdeel en van bedrijfsartsen. Werknemers van andere gemeentelijke diensten die direct na het ongeluk werden ingeschakeld bij de reddingswerkzaamheden (brandweer, politie, ambulancepersoneel) hebben volgens de GG en GD evenmin nadelige gevolgen ondervonden.

Onder bewoners van het voormalige rampgebied heerst nog altijd onrust over het zoekraken van 227 kilo uranium dat als extra ballast (contragewicht) in het staartgedeelte van de Boeing 747 was verwerkt. Van de in totaal 390 kilo verarmd uranium is na enkele ongecoördineerde zoekacties, soms gestart na aandringen van bewonersverenigingen, niet meer dan 163 kilo teruggevonden. Drie kilo is na een intensieve zoekactie aangetroffen op een noodstort in het westelijk havengebied van Amsterdam en nog eens 48 kilo tussen de wrakstukken in een hangar op Schiphol.

De artsen van de GG en GD menen dat de mensen die de ramp overleefden en in de flats Kruitberg en Groeneveen wonen, niet bang hoeven zijn dat ze schadelijke gevolgen zullen ondervinden van het uranium. Zelfs als het destijds door verbranding in zeer kleine deeltjes is verspreid, zou niemand het risico hebben gelopen om bij het inademen radioactief materiaal in de longen te krijgen, aangezien “de luchtstroom altijd naar de brandhaard is gericht”. De artsen van de GG en GD achten de kans dat zich kleine deeltjes hebben gevormd niet groot omdat het materiaal in forse brokken wordt verwerkt.

De stadsdeelraad Zuidoost houdt het er intussen op dat het uranium is afgevoerd naar de provinciale vuilstortplaats 'Nauerna' in Zaanstad. “Het is zeer aannemelijk dat het spul daar nog altijd ligt”, aldus een woordvoerder van het stadsdeel. Direct na het ongeval is een grote hoeveelheid afval naar 'Nauerna' getransporteerd. De luchtvaartspecialisten in de Tweede Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat werden hierover geïnformeerd door ir. H.N. Wolleswinkel van de Rijksluchtvaartdienst, die het onderzoek leidde.

PvdA-Kamerlid R. van Gijzel: “Ik denk dat we nu een serieus probleem hebben. In de eerste plaats uit het oogpunt van volksgezondheid: uranium mag niet zoekraken. Een tweede vraag is wat er allemaal nog meer verdwenen is op die vuilstortplaats. De cockpit-voice-recorder, een van de belangrijke zwarte dozen is nooit gevonden. Wij hebben tijdens een briefing in het ministerie als voorwaarde gesteld dat al het materiaal in een afzonderlijk depot moest worden bewaard. Nu verneem ik dat er over heen is gestort. Het zou betekenen dat we voor de zoveelste keer onjuist geinformeerd zijn”. Van Gijzel wil deze kwestie zo snel mogelijk bespreken in de eerstkomende vergadering van de Tweede Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat.

De vliegtuigmaatschappij ElAl vindt het van groot belang als de cockpit-voice-recorder alsnog zou kunnen worden opgespoord. “We hechten er veel waarde aan om de stemmen van onze bemanning te horen en om precies te weten wat zich in die laatste minuten in de cockpit heeft afgespeeld”, aldus woordvoerder Kleiman in Tel Aviv. Maar een initiatief van zijn maatschappij in deze richting noemt hij onwaarschijnlijk: “Voorlopig houden we het er op dat de onderzoekers in Nederland alles hebben gedaan om de black box te vinden”.