Schönberg Ensemble viert 20-jarig jubileum met nieuwste muziek

Jubileumconcert door het Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw. Gehoord 10/9, Muziekcentrum Vreedenburg, Utrecht.

“Velen lachten, sisten en floten. In een der loges stond bleek en met dichtgeknepen lippen Gustav Mahler, de hofoperadirigent, die al langere tijd het beschermheerschap voert over de nieuwe ontaarde muziek. Notabene in de hoofdstad van de eeuwige en onvergetelijke muziek presenteert Schönberg zijn onverzorgd democratengeruis.” Aldus een recensie van 9 februari 1907 over Schönbergs Kammersymphonie op. 9, een vuistslag in het gezicht van zijn tijdgenoten, niet alleen samengebald in bezetting (vijftien solo-instrumenten), maar ook in tijd, als een afrekening met de laat-romantiek.

Zaterdagavond geen enkel gesis en gefluit, noch bleke gezichten, maar een respectvol applaus voor het jubilerend Schönberg Ensemble (in 1974 opgericht door studenten en oud-studenten van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag) dat het concert in Vredenburg met die Kammersymphonie afsloot: een belangrijk moment in de twintigste eeuwse muziekgeschiedenis als treffend amalgaam van melodie en harmonie in een beslissende stap richting atonaliteit.

Terwijl in de jaren '70 Mahler steeds populairder werd en anderzijds ensembles als het Asko zich gingen wijden aan de nieuwste muziek, werd die beslissende schakel van de Tweede Weense School geheel verwaarloosd. Het alsof een concertpraktijk die wortelt in de barok en af en toe romantische muziek brengt, geen aandacht schenkt aan Haydn, Mozart en Beethoven! Daarin heeft in ieder geval het ensemble van Reinbert de Leeuw - met uitvoeringen van de volledige kamermuziek van Schönberg en Webern, maar ook die van Charles Ives - radicaal verandering gebracht. En ondertussen wijdde het zich de laatste jaren steeds meer aan nieuwere muziek uit Oost-Europa, niet verwonderlijk want in wezen even schrijnend expressionistisch als die van de Schönbergschool.

Schönbergs Kammersymphonie vormde een rode draad door het programma: fragmenten eruit verwerkte Cornelis de Bondt in deel 1 van Het gebroken oor - tevens een studie in de relatie of beter: dialectiek, beweging en stilstand - en dit was ook het uitgangspunt voor Micha Hamel's recente blättern, een analyse van de muziek uit de eeuwwende vol verdroomde herinneringen en ongrijpbare flarden, niet onaangenaam, zij het toch meer nuchter dan melancholiek, laten we zeggen vanuit een typisch Nederlandse optiek.

Organum, het fraai klinkend jubileumstuk van Oliver Knussen bleek iets meer dan drie minuten te duren, wat wel heel erg beknopt is. Het leek in de zachte buisklokken te verwijzen naar Ives, met name naar het slot van diens impressionistische The Housatonic at Stockbridge, waarin van verre kerkgezang klinkt over het water, oplossend in een mist van natuurgeruis.

Maar het absolute hoogtepunt vormde de Nederlandse première van György Kurtág's Samuel Beckett: What is the word opus 30b uit 1991 voor spreekgezang, kleine piano en diverse instrumentale en vocale ensembles, die ruimtelijk moeten worden opgesteld.

Een onverdraaglijk langzaam Larghissimo, plots onderbroken door een razendsnel gefluister prestissimo: zó begon deze grote Beckettfantasie, met in het centrum een arioso als homage aan Bartók. De drie groepen in de zaal - blazersensembles met steeds een strijkinstrument in het midden - komen alleen in het eerste deel tot uitbarsting, klinken voornamelijk mysterieus en zacht als van verre, ook de instrumentalisten hebben met hun stem de broze akkoorden zachtjes in te kleuren. Ondanks een aanwijzing als het genoemd arioso klinkt het werk verre van leadachtig, het vocale kwintet komt geen moment tot ontplooiïng, Kurtag's muziek is even autistisch als een kind dat in een hoekje wat voor zichzelf neuriet.

Niet voor niets is het werk opgedragen en ook steeds uitgevoerd door de Hongaarse chansonnière Ildiko Monyok, die haar stem na een verkeersongeluk verloor, en beetje bij beetje terugvond: een diepe, vreemd hese alt, die met begeleiding van slechts één kale kwint in de viool de tekst Mi is a szo (What is the word) meer gebroken fluistert dan spreekt, laat staan zingt. Kortom, een prachtig jubileumconcert, maar beslist zonder feestelijke fanfares.