Richard Ayres wint bij Gaudeamus met gedurfde 'improvisatie'

Internationale Gaudeamus Muziekweek 1994. Concerten door Nederlands Kamerkoor o.l.v. Huub Kerstens en Gaudeamus Ensemble, Margit Kern (accordeon) en Christophe Roy (cello). Gehoord: Posthoornkerk en De IJsbreker Amsterdam 9/9 en 11/9.

De 29-jarige Engelse componist Richard Ayres, sinds 1989 woonachtig in Den Haag waar hij studeerde bij Louis Andriessen en Diderik Wagenaar, had zijn compositie voor tien instrumenten A Penny o FA zonder enige verwachting ingestuurd voor de Internationale Gaudeamus Muziekweek. Tot zijn niet geringe verbazing verwierf hij de eerste prijs van tienduizend gulden. Voorts gaf de jury, bestaande uit Gilius van Bergeijk, James Clarke, Luc Ferrari en Earl Kim, nog een eervolle vermelding aan de eveneens 29-jarige Italiaan Pietro Borradori voor diens Pan voor kamerorkest. Borradori is een doorzetter: hij zond ook al in voor 1989, 1990 en 1991.

Niet alleen Richard Ayres keek er van op, meerderen toonden zich zondagmiddag verrast. A Penny o FA, in deze krant reeds uitvoerig besproken ter gelegenheid van de bijzonder geslaagde première door het Ives Ensemble, is een avontuurlijke en geheel onvoorspelbare compositie - Ayres spreekt over een 'geanimeerde dubbelzinnigheid'. Maar het stuk is wat onhandig in de articulatie, de tekens staan elkaar in de weg. Dat niet een professioneel gelikte compositie, maar een min of meer uitgeschreven improvisatie waaruit veel durf spreekt werd bekroond, heeft mijn zegen. Desalniettemin vond ik Paul Newland's horrorshow minstens zo gewaagd en eerder in aanmerking komen voor een prijs.

Gewaagd was ook Between lips and lip there are cities voor antifonaal koor van de Canadees Paul Steenhuisen. Helaas ontaardde het in de gulle akoestiek van de overigens prachtig gerestaureerde Posthoornkerk te veel als een onontwarbare doolhof aan van aaneengeklonte fragmenten. Steenhuisen put voor intellectueel 'debat', waarin Beckett centraal staat, uit liefs 25 auteurs! De laatste zin is echter wel degelijk te verstaan: 'Truly words have no power', díe boodschap komt over.

Beeldschone om niet te zeggen bloedmooie koren waren er voorts van James Dillon (Viriditas) en Davis del Puerto (Vision del Errante). Aan het eerste leek geen einde te komen en het tweede was zo voorbij, alhoewel de werken ongeveer even lang duurden. Del Puerto biedt meer afwisseling met name in de kernachtig behandelde lage stemmen, een kolfje naar de hand van het Nederlands Kamerkoor, dat zeldzaam toegewijd en met veel kleur de veeleisende werken uitvoerde als betrof het Debussy.

Minder raakte ik onder de indruk van het laatste concert zondagmiddag in De IJsbreker. Sharon Hershey's Nightphases voor cello-solo haalde bij lange na niet het niveau van haar orkestwerk, waar zij verleden jaar een eervolle vermelding voor verwierf. Wel is het dankbaar voor het instrument geschreven. De Noor Asbjorn Schaathun (eerste prijs 1991) liet een keurige maar weinig zeggende uitbreiding horen van een ouder werk voor Engelse hoorn, harp en slagwerk.

De Sloween Uros Rojko (eerste prijs in 1986) tenslotte begon wat chaotisch aan zijn compositie voor accordeon-solo, maar verraste toch nog met geconcentreerde mini-clusters in het tweede deel. Daarbij had hij veel te danken aan het zeer geconcentreerde spel van Margit Kern, want deze accordeoniste weet ook met spaarzaam materiaal wonderen tot stand te brengen.