Rap-dichter en Reve op Crossing Border

DEN HAAG, 12 SEPT. Toen Breyten Breytenbach zijn komst op het Crossing Border Festival afzegde vroeg hij “Mijnheer Behre, wat moet ik tussen al die jonge mensen?” Aldus Louis Behre, organisator van het driedaagse festival voor muziek en literatuur dat tot vannacht was te bezoeken in het Haagse Theater aan het Spui en het Filmhuis daarnaast. Breytenbach werd niet gemist: Gerard Reve bewees dat oudere schrijvers tussen jongere heel goed op hun plaats kunnen zijn, anderen toonden minstens zo betrokken als Breytenbach te zijn.

Voorafgaande aan een vertoning van de film De Avonden sprak Reve zaterdagmiddag met hoofdrolspeler Thom Hoffman over zijn leven in de tijd dat hij het boek schreef. Een wat nerveuze Thom Hoffman had zich grondig voorbereid maar slaagde er niet in Reve van zijn geliefde stokpaardjes af te houden. (“Jullie moeten in gezelschap zeggen 'Gerard Reve is een tragisch schrijver.' Daarna in stilte naar de grond kijken.”) Toch hingen vooral de jonge toehoorders, van wie er verschillende een stukgelezen exemplaar van De Avonden bij zich droegen, aan Reves lippen. En toen de schrijver bekende 'helemaal van de kook en beroerd' te zijn geweest van de naar zijn mening geslaagde verfilming van De Avonden riep men vertederd aah.

Op het Crossing Border Festival moet de barrière tussen het popconcert-publiek en serene literatuurliefhebbers wegvallen, vindt Louis Behre: “Miljoenen mensen kennen een songtekst uit hun hoofd. Maar hooguit tien kennen er een gedicht. Dat is toch krankzinnig?”

Na het 'ambient dub' feest waar zaterdagnacht door ruim vierhonderd mensen in drie versierde zalen gedanst kon worden, werd werd gisteren tijdens de internationale literatuurdag muziek poëzie, en poëzie muziek.

De geluiden die de Australische Janawirri Yiparrka voortbracht met zijn didgeridoo deden denken aan bezwerende formules uitgesproken door een mannenkoor. Lennie St. Luce wisselde hilarische en cynische poëzie over 'men trough Lennies eyes' en Aids af met zang die iedere begeleiding overbodig maakte.

De reggae-dichter Benjamin Zephaniah gromde 'there's a novel in my navel' en rapte zijn gedichten als een stand-up poet: Bij de eerste woorden van zijn vers 'Be nice to your turkey this Christmas' ('turkeys wanna have fun, every turkey has a mum'), kirde het publiek dat hem vrijdag al had gezien -Zephaniah verving Breyten Breytenbach- van plezier.

Misschien juist vanwege de optelsom van een jong publiek met serieuze schrijvers, werd ontoegankelijke poëzie vermeden. Dat resulteerde in geëngageerde optredens.

Zowel St. Luce als Zephaniah staken de draak met 'politieke correctheid' omdat ze, aldus Zephaniah, alles gladstrijkt en zo van drugsverslaafden mensen maakt die 'chemically challenged' zijn. Die manier van denken was ook Daniel Cohn-Bendit, leider van de Parijse studentenopstand in 1968 een doorn in het oog. Remco Campert zei het een half uur voor hem: “Verzet begint met: iemand stelt zichzelf een vraag”. Cohn-Bendit stelde vragen in een dialoog tussen zichzelf, Daniel, en zijn alter ego Marc (zijn tweede naam) en toonde aan hoe racisme juist in de bestbedoelde opmerkingen over 'het andere' kan sluipen:“Het grondprobleem is de angst van ieder mens voor het vreemde; om dat op te lossen moeten om te beginnen alle angsten en twijfels worden geuit”, aldus Cohn-Bendit.

Over angst voor het vreemde ging ook de voordracht van Anil Ramdas, over een een postbeambte die het Arabisch schrift van een klant niet machtig is: “Wie het gesproken woord niet in schrift kan uitdrukken, verliest elke aanspraak op beschaving”, zei Ramdas over het onrecht dat de klant vervolgens wordt aangedaan.

Aan betrokkenheid werden 's avonds minder woorden besteed. 'Generatie Nix'-auteur Don Duyns leek met zijn opmerking: “Geloven in een betere wereld is net zoiets als een mier de lambada laten dansen” het startsein te geven voor een uur waarin vooral over seks gesproken werd. De drieëntwintig-jarige Désanne van Brederode las zenuwachtig (“Victor is een geit, of nee sorry, een bok”) de gewaagdste passages uit haar romandebuut voor. “Ze moeten toch merken hoe porno mijn lichaam is, ver van poëzie?” Het lukte Andreas Sinakowski wèl zijn doodstille publiek te verleiden. Flemerig, soms grinnikend om zijn eigen taal, met ingelaste pauzes om het volgende woord nog dubbelzinniger te laten klinken ontbraken handboeien noch touwen in wat uiteindelijk alles te maken had met het oproepen van de herinnering aan een verborgen verhaal.

Douglas Coupland (Generation X) dacht indruk te maken met herinneringen aan de dood van Nirvana-zanger Kurt Cobain alsof het om president Kennedy ging. Het publiek sputterde eerst tegen en vroeg om ondertiteling toen de Spaanse schrijver Ray Loriga synchroon werd vertaald, maar raakte allengs geboeid door de combinatie van de opgewekte vertaler en het droef gemompel over bier en de Rolling Stones van de schrijver.

Als Gerard Reve tegen elven onder de woorden 'Dieu peut tout' op het decor voor de tweede maal voor een bomvolle zaal opkomt, is het Crossing Border Festival al een groot succes en lukt het zelfs de 'tragische schrijver' niet meer om bitter te kijken. Na klassiekers als Late Devotie (“Dit is zeg maar komisch komisch”) en Avondrood (“Men moet ook eens kunnen lachen”) volgt zelfs een toegift. “Geheel tegen mijn zin”, probeert hij nog. Maar het Crossing Border-publiek mag dan misschien wat onervaren zijn in 'de' literatuur, het weet zelfs de volksschrijver te krijgen waar hij wezen moet. “Al mijn werk wordt oud papier en dat hindert mij geen zier”, klinkt het olijk.