Moderne katholiek wil kerk die spirituele accu oplaadt

EDE, 12 SEPT. De Nederlandse katholieken moeten hun geloof opnieuw leren uitdragen. Zij moeten niet in hun schulp kruipen en zich in de verdediging laten drukken zoals in de afgelopen decennia, maar voor zichzelf durven opkomen.

Dat was de boodschap van het symposium 'onzichtbaar katholiek' dat zaterdag werd gehouden in Ede. Een kleine tweehonderd katholieken discussieerden over de vraag hoe de katholieke gelovigen in een periode van secularisatie inspiratie kunnen opdoen. Onder de aanwezigen waren ook de bisschoppen mgr. H. Ernst van Breda en mgr. A. van Luyn van Rotterdam.

Het congres was van oordeel dat de afnemende aantrekkingskracht van het katholicisme een nieuwe spiritualiteit noodzakelijk maakt. “Ik heb het gevoel dat onze accu's leeg zijn”, zei een van de deelnemers. “De kerk heeft tot taak ons op te laden. Laat de kerk voorkomen dat haar klemmen niet meer op onze accu's passen.”

Voorzitter M.J.C. van den Muijsenbergh-Geurts van de organiserende Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving sloot zich bij de metafoor aan: “Ik heb altijd geleerd dat zonder accu zelfs de duurste auto niet meer werkt, inclusief de airconditioning. We laden onze accu op door te praten met elkaar, door een geloofsgesprek aan te gaan. Onze ziel heeft onderhoud nodig.”

Volgens de filosoof Paul Sars doen in Nederland veel clichés de ronde over het katholicisme. Het geloof lijkt in de openbare discussie een hebbelijkheid geworden in plaats van een houding die hoort bij de overtuiging dat we in goede handen zijn, dat we een bestemming hebben, dat de dood niet het einde is, dat het allemaal wel goed komt. Sars: “Katholiek ben je en blijf je, ook zonder kleren. Het is een tweede huid, een habijt dat door elk maatpak, elke toga of uniform heen schijnt.”

De socioloog Herman Vuijsje meent dat Nederland rijp is voor een nieuwe religiositeit. Volgens hem zijn katholieken zo onverschillig geworden voor de kerk dat er ruimte is voor individuele spiritualiteit. De Nederlandse kerken, die hij omschreef als “de behoeders van de aardigheid”, zouden daar, zoals het bedrijfsleven, op in kunnen spelen door fusies en het aanbieden van “casco-rituelen”, algemene tradities waar iedere individuele burger eigen gedachten bij kon hebben. De atheïst gaf als voorbeelden de dodenherdenking op 4 mei en pelgrimages.

Hoezeer sommige katholieken haken naar een verdieping van hun geloof, bleek tijdens een discussie over katholieke normen en waarden in de gezondheidszorg. T.H. Kassing, directeur zorg en bouw van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, meende dat in katholieke ziekenhuizen meer dan elders de nadruk moet liggen op gastvrijheid. “Dat is iets anders dan klantvriendelijkheid.” Ook moet de directie tijdens discussies over de te volgen protocollen bij reanimatie, het staken van life support en euthanasie zichtbaar maken wat de kerk daarvan vindt.

De arts P.J.C. Van Kalmthout, hoofd behandeldienst van het psychogeriatrisch verpleeghuis St. Joachim en Anna uit Nijmegen, zei te verlangen naar tips en richtlijnen van de kerk, zoals ze vroeger in de catechismus stonden. In de stervensfase zou het bijvoorbeeld wel eens belangrijker kunnen zijn om dicht bij een patiënt te staan dan om diens bloeddruk en ureumgehalte te meten, aldus Van Kalmthout. Hij erkende het belang van medische protocollen in de gezondheidszorg, maar waarschuwde dat de persoonlijke verantwoordelijkheid van medewerkers daardoor niet verloren mag gaan. “Iedereen in een verpleeghuis moet gewoon een radio kunnen halen als een patiënt daar behoefte aan heeft, ook al heeft de activiteitenbegeleider toevallig een dag vrij.”

Bij alle roep om rituele inspiratie was er op het symposium zelf in elk geval geen gebrek aan rituelen. Het congres werd afgesloten met een vesperdienst met zang en brandende kaarsjes. En de bijeenkomst kreeg een ouderwets rooms trekje toen bisschop Van Luyn de scheidende voorzitter M.J.C. van den Muijsenbergh-Geurts van de Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving een oorkonde uitreikte en de versierselen omhing van commandeur in de orde van Gregorius.