Meer vertraging voorkenniszaak rondom RDM

AMSTERDAM, 12 SEPT. Het gerechtelijk vooronderzoek naar mogelijke handel met voorkennis in aandelen Begemann door de bestuursvoorzitter van dat concern J. van den Nieuwenhuyzen bij de overname van de werf RDM in 1991 loopt opnieuw maanden vertraging op.

Van den Nieuwenhuyzens advocaat mr. L. Spigt verwacht dat de RDM-zaak ruimschoots na het over twee weken startende hoger beroep in een andere voorkenniszaak tegen Van den Nieuwenhuyzen - beurshandel in het inmiddels failliete automatiseringsbedrijf HCS - behandeld zal worden. “Het duurt allemaal erg lang. Ik vrees dat wij al lang in hoger beroep in de HCS-zaak zijn uitgestoeid voordat deze zaak ter zitting komt”, alsdus Spigt.

De Amsterdamse rechtbank had eind maart bij de eerste behandeling van de RDM-zaak vier maanden uitgetrokken voor heropening van het gerechtelijk vooronderzoek en het horen van nieuwe getuigen omdat het dossier nog teveel vraagtekens bevatte. In juli was al duidelijk dat het horen van getuigen in de RDM-zaak meer tijd zou vergen, maar nu zorgt het aanzoeken van deskundigen om enkele essentiële aspecten van de zaak te beoordelen voor nieuw oponthoud.

Prof. mr. drs. H. Ophof, de ondernemingsrechtsexpert die begin jaren tachtig naam maakte als curator van Ogem, is onlangs aangezocht als deskundige, maar heeft het verzoek in verband met een belangentegenstelling moeten weigeren. “Het is een volstrekt tegenstrijdig belang, want Nauta Dutilh, het advocatenkantoor waar ik partner ben, treedt niet alleen regelmatig op voor de Amsterdamse beurs, maar ook voor Begemann.”

Van den Nieuwenhuyzen heeft als bestuursvoorzitter van Begemann in mei van 1991 in aandelen van zijn eigen concern gehandeld terwijl hij bezig was met de overname van RDM van de Nederlandse staat. Volgens Van den Nieuwenhuyzen hadden zijn aankopen in die periode niets te maken met de overname van RDM, maar met een bijeenkomst met beleggingsanalisten. Hij wilde aandelen Begemann achter de hand hebben omdat hij na zijn presentatie over de toekomstperspectieven van Begemann een sterke vraag naar aandelen verwachtte.

Uit het verhoor van nieuwe getuigen in de RDM-zaak is afgelopen weken tevens gebleken dat het dossier pijnlijke hiaten bevat. Een van de opgeroepen getuigen, Begemann-bestuurder A. Deleye - die uit België moest komen - bleek bij het noteren van de personalia pas in 1992 voor het concern te zijn gaan werken, terwijl de RDM-overname in 1991 speelde. Ook het eerste krante-artikel over de geplande RDM-overname door Begemann zat niet in het dossier.

De vertraging vertoont opvallende overeenkomst met de justitiële behandeling van de voorkenniszaak in handel in aandelen in HCS door Van den Nieuwenhuyzen, twee andere grote HCS-beleggers en effectenmakelaar Suez Kooijman. In april zijn zij door de Amsterdamse rechtbank vrijgesproken. Het hoger beroep dat het Openbaar Ministerie heeft ingesteld, begint eind deze maand. Het gerechtelijk vooronderzoek in de HCS-zaak liep vorig jaar een maand of vijf vertraging op door de inschakeling van uiteindelijk vier externe deskundigen. Een deskundigenonderzoek vergt in dit soort gecompliceerde gevallen twee tot drie maanden. De advocaten van de verdachte kunnen vervolgens om contra-expertise van andere deskundigen vragen.