Kindermars in Vught

Toen vorige week woensdag in Vught het de dag ervoor onthulde monument voor de doden van het concentratiekamp Sachsenhausen met hakenkruizen was beklad, ben ik er tegen het vallen van het duister even heengegaan, zo treurig als de treurwilg oogt die ernaast staat. Zeker in deze tijd nu je wegens al die herdenkingen volop aan de oorlog wordt herinnerd en het gemoed extra gespannen staat, wil je toch een greintje meeleven uiten met degenen tot wier nagedachtenis een gedenksteen als deze is opgericht. Een schamele daad in vergelijking met hun lijden, maar je moet toch wat. Dan ga je daar een minuutje stil staan, slaat een kruis en denkt diep na. In volstrekte eenzaamheid, want een disco wordt massaler bezocht.

De dag erop was het plotseling wel druk in het park. Daar veerde je van op, de eenzaamheid was doorbroken; er waren meer mensen met diepere gedachten en wat nog belangrijker was: het waren kinderen. Enige honderden van hen hielden een stille mars naar het monument. De organisatie was binnen een paar uur geregeld. Vughtse schoolkinderen hebben met de verschillende oorlogsmonumenten in hun plaats een bijzondere band, omdat ze ze hebben geadopteerd. Zo ook het Sachsenhausen-monument, dat er is neergezet door de Stichting Nederlandse Vriendenkring Sachsenhausen. In de nacht van 5 op 6 september werden 2800 mensen uit het Konzentrationslager Herzogenbusch in Vught op transport gesteld naar Sachsenhausen. Meer dan 1400 vonden er de dood. De leerlingen van basisschool De Springplank hebben zich het lot van het monument aangetrokken. Eerder dan ze konden vermoeden, moesten ze er voor in het geweer komen. Daarin werden ze gesteund door honderden kameraadjes. Een beetje schuchter, soms duidelijk onder de indruk, maar allemaal zeer welbewust waren ze door het majesteitelijke park Reeburg zwijgend naar het monument getrokken. De burgemeester met ambtsketen voorop. Als kinderen massaal stil zijn beneemt je dat de adem. Als kindergezichten zo serieus staan, dan moet er echt iets zeer ernstigs aan de hand zijn. Ze schaarden zich als een beschermende ring om het monument en plaatsten er heel zorgvuldig en daardoor bijna plechtig tientallen waxinelichtjes op.

Ze werden toegesproken door burgemeester mr. G.J. de Graaf. Burgemeesters zie je niet zo vlug huilen in het openbaar, maar deze deed het wel. Hij sprak van een machteloze woede, van plaatsvervangende schaamte dat dit in zijn gemeente was gebeurd. “Zijn de mensen die dit gedaan hebben zoveel beter dan de kwelgeesten die onschuldigen tijdens de oorlog in kampen hebben gekleineerd en vermoord. Ik geloof het niet.” Een oudere vrouw, die tijdens de oorlog de joden had langs zien komen op weg naar het concentratiekamp in Vugt zei: “Die kinderen hebben weer veel goed gemaakt van deze schanddaad. Dit geeft mijn oude hart weer een beetje hoop.”

De kinderen vertrokken na nauwelijks een half uur, het park nu weer vullend met hun stemmen. Ze gingen huppelend terug naar school, langs het karretje van de IJskoning, dat zich daar snel had geposteerd, maar dat nauwelijks zaken deed. “Wachten tot de zoemer gaat en dan naar huis”, zoals ze zeiden.