Hoe nihilistisch gaat Kok om met bede in Troonrede?

Gaat het paarse kabinet volgende week een beroep doen of Gods zegen, óf juist niet? Het vorige kabinet liet de Koningin de Troonrede afsluiten met de woorden: “Van harte wens ik U toe dat Gods zegen op Uw werk rust”. De Troonrede van voorgaande jaren was afkomstig van kabinetten mét het CDA, de partij die nu voor het eerst in de oppositie zit. Het paarse kabinet heeft vooralsnog moeite zich te onderscheiden van de voorganger. Wordt de bede gebruikt om het paarse profiel te tonen? In klein-christelijke kring heerst vrees. Een parlementair verslaggever van het Reformatorisch Dagblad vroeg premier Kok afgelopen vrijdag wat hij met de bede gaat doen. “Maakt U zich geen zorgen, het komt wel goed”, zei Kok ter geruststelling, maar hij liet de mogelijkheid open om aan de woorden te sleutelen.

De bede is vaker ter discussie gekomen bij verandering van het getij. In de jaren zeventig schrapte het kabinet-Den Uyl - dat werd gedoogd door KVP en ARP - de bede. Koningin Juliana sloot de Troonrede in die jaren af met de zin: “Hiermee verklaar ik de zitting der Staten-Generaal geopend”. Dit veroorzaakte ontsteltenis bij de kleine christelijke partijen SGP en GPV. De fractieleiders Abma en Jongeling schreven de toenmalige 'plagen van Egypte' die Nederland troffen - zoals een olieboycot en terroristische aanslagen - toe aan het weglaten van de bede. Volgens SGP en GPV bevond Nederland zich in een neergaande lijn die was ingezet toen het kabinet-Cals zich bij de regeringsverklaring van 1965 baseerde op de waarden van het christendom én het humanisme. Deze gelijkstelling was bedenkelijk, zo vond SGP-Kamerlid Van Dis: “Bij het humanisme wordt God van de troon gestoten en de mens erop geplaatst”. Den Uyl maakte het nóg erger. Hij schrapte het christendom en op zijn politieke werk zou, aldus Abma, “geen zegen rusten”.

Maar het tij keerde. Bij de troonrede van 1978 sleutelde het kabinet-Van Agt/Wiegel aan de formule van het kabinet-Den Uyl. Er kwam een zin met een levensbeschouwelijke grondslag, al keerde de bede nog niet terug als vroeger: De Koningin zei tot de Staten-Generaal: “Moge dat werk worden gedaan in het vertrouwen dat velen u wijsheid toewensen en om zegen voor U bidden”. Pas in 1983 voerde de pas aangetreden premier Lubbers de bede weer in en bleef deze twaalf jaar onaangetast. Van het paarse kabinet verwacht ex-premier Lubbers geen levensbeschouwlijk houvast. Hij zei dit weekeinde dat studenten die vroeger geen lid waren van een vereniging “nihilisten” werden genoemd. “Dat klinkt nogal bedreigend”, aldus Lubbers op zijn Erasmus-universiteit. “Tegenwoordig hebben we een paars kabinet, en dat is net zoiets geloof ik.” (DJE)