EU-ministers willen versoepeling sancties tegen Joegoslavië

BANSIN/USEDOM, 12 SEPT. De Europese Unie wil de sancties tegen Joegoslavië (Servië en Montenegro) versoepelen als Belgrado ernst maakt met de boycot van de Bosnische Serviërs, als Belgrado instemt met de stationering van 135 waarnemers langs de grens tussen Joegoslavië en Bosnië.

De ministers van buitenlandse zaken van de twaalf lidstaten hebben dat gisteren verklaard na afloop van een informele bijeenkomst op het Duitse Oostzee-eilandje Usedom. Binnen de zogeheten internationale contactgroep voor Bosnië heeft vooral Rusland de afgelopen tijd aangedrongen op zo'n versoepeling, als beloning voor de beslissing van de Servische president Milosevic om te breken met de Serviërs in Bosnië.

De Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Hans van Mierlo, heeft toegezegd dat ook Nederland waarnemers zal sturen naar de Servisch-Bosnische grens, om erop toe te zien dat de door Milosevic afgekondigde boycot inderdaad wordt uitgevoerd. Volgens Van Mierlo moet nog deze week worden begonnen met het toezicht op de naleving van de boycot.

Verschillende ministers onderstreepten dat versoepeling van de sancties tegen Joegoslavië pas mogelijk zijn indien echt duidelijk is “dat Milosevic van een Saulus is veranderd in een Paulus”, zoals de Duitse minister Kinkel zei. Het gaat om het opschorten van belemmeringen op het gebied van sport en cultuur en aan het vrij maken van het luchtverkeer op Belgrado.

Tegelijkertijd groeit binnen de EU de ongerustheid over de Amerikaanse druk om het wapenembargo tegen Bosnië op te heffen. De EU zal pogingen ondernemen om het Amerikaanse Congres te beïnvloeden. Indien het wapenembargo toch dreigt te worden opgeheven, zal Groot-Brittannië zijn blauwhelmen zo snel mogelijk terugtrekken. In dat geval zal ook Nederland, “in zeer nauwe samenwerking met de Britten”, dergelijke maatregelen nemen, aldus Van Mierlo.

De EU-ministers hebben verontwaardigd gereageerd op de aanslag die in de nacht van zaterdag op zondag werd gepleegd op het huis van Hans Koschnick, de oud-burgemeester van Bremen die namens de EU bestuurlijke leiding geeft aan de opbouw van de zwaarbeschadigde stad Mostar. Onbekenden schoten een granaat af op de op dat moment verlaten werkkamer van Koschnick in een flatgebouw. Koschnick was op dat moment in een vier verdiepingen lager gelegen restaurant. Bij de aanslag, die werd gepleegd vanaf het door de Bosnische Kroaten beheerste deel van Mostar, raakte niemand gewond. In telefonisch kontakt met minister Kinkel zei de EU-gouverneur dat hij in Mostar wil blijven. Kinkel deed gisteren een beroep op de Kroatische president Tudjman om de daders van de aanslag op te sporen en te straffen.

De aanslag was aanleiding voor minister Van Mierlo - in zijn functie als tijdelijk voorzitter van de WEU - om de lidstaten, en met name Groot-Brittannië, aan te sporen hun bijdrage te leveren voor de WEU-politiemacht, die het bestuur in Mostar bijstaat. In totaal zijn 180 politiemensen nodig. Italië, Duitsland en Nederland hebben al toezeggingen gedaan.