DE SCHEIDSRECHTER

Door de week ben ik meldkamer-coördinator bij de Wegenwacht in Wolfheze. In het weekend leid ik al meer dan vijfentwintig jaar honkbalwedstrijden. Vroeger honkbalde ik ook zelf, bij Laakkwartier in Den Haag. Maar door avondstudie had ik geen tijd meer om intensief te trainen en besloot ik scheidsrechter te worden.

Elke scheidsrechter is een beetje autoritair en een beetje ijdel. Toch ben ik niet echt streng. Mijn beste eigenschap is dat ik onder alle omstandigheden rustig blijf. De laatste jaren stuur ik wel vaker spelers van het veld. Dat de maatschappij verwildert, merk je ook op het honkbalveld. Vroeger was je als scheidsrechter een autoriteit, tegenwoordig ben ik een van de deelnemers aan het spelletje. Spelers worden boos als ze met drie slag uitgaan en gooien met hun slaghout. En schelden gebeurt ook meer. Toch krijg ik nog niet de helft naar mijn hoofd geslingerd van wat een voetbalscheidsrechter te verduren heeft. Honkbal is geen contactsport, er is minder frictie. Maar sommige dingen zijn not done. Als je met 12-0 voorstaat, maak je geen stootslagen. Daarmee kleineer je je tegenstander. De volgende slagman loopt na zo'n stootslag de kans een bal in zijn gezicht gegooid te krijgen.

Over mijn grijze pantalon en lichtblauwe shirt ben ik wel tevreden. Het bevalt me beter dan het zwarte tenue van vroeger. Tijdens een toernooi in Italië moest ik eens een verticaal gestreept, rood-wit pak aantrekken. Geen gezicht, veel te clownesk. Een scheidsrechter moet zo min mogelijk opvallen, dat doet ie namelijk toch al. Overigens kost het mij, met mijn 1.93 meter en 110 kilo, veel moeite om passende kleren te vinden. En veel geld. Alleen een nieuw paar schoenen kost al driehonderd gulden. De bond zou de vergoedingen moeten verhogen. Dertig cent per kilometer en veertig gulden per wedstrijd is niet veel. Of mijn postuur een handicap is? Nee hoor, het is de kunst om over de catcher heen te kijken. Dat kost mij weinig moeite.