Balladur en Mitterrand spelen correspondentieschaak

PARIJS, 12 SEPT. Ik ben niet dood en niet fout geweest. Het is haast niet te geloven, maar dat is de boodschap die president Mitterrand vanavond om kwart voor negen aan zijn landgenoten wil verkondigen. En hij zou Frankrijks langst regerende president niet zijn als hij vriend en vijand niet verbluft achterlaat. Ook al beschermde hij de Fransman die duizenden joden naar de kampen zond tot vorig jaar met zijn vriendschap.

Frankrijk volgt dezer dagen met open mond een partij politiek correspondentieschaak op het hoogste niveau. Niet tussen de troonpretendenten, de mannen die in mei 1995, of zoveel eerder als Mitterrands ziekte hem tot aftreden dwingt, het presidentieel paleis hopen over te nemen. Het gevecht gaat nu tussen de in iedere peiling triomferende premier en een staatshoofd dat vecht tegen zijn prostaatkanker en een (post-)oorlogsverleden dat zijn toch al verdeelde socialistische partij iedere dag verder verscheurt.

Donderdag zette president Mitterrand met een mengsel van plagerij en soevereiniteit zijn minister-president in Le Figaro op zijn nummer. Gisteravond sloeg premier Balladur terug. Op de commerciële televisie nam hij zijn tijd om de Fransen een sociaal contract voor zeven jaar aan te bieden (toevallig de duur van een presidentiële ambtstermijn), bezwoer tot januari niet over de opvolging te willen spreken en weigerde deftig commentaar te leveren op wat het staatshoofd hem had toegevoegd.

Nee, Balladurs geweten was schoon, hij had zich geen buitenlands politieke bevoegdheden toegeëigend die des presidents waren. Hij had inderdaad een aantal voorwaarden aan de Rwanda-interventie gesteld, die hadden gezorgd dat iedereen levend en snel was teruggekomen. (Lees: 'Daar had Mitterrand nog niet over nagedacht.') Het staatshoofd heeft gelijk, er kan er maar één de baas zijn. ('Stel je voor dat ik straks zo'n vrijmoedige premier naast me krijg', hoorde je Balladur denken.).

En toen kwam de klap op de vuurpijl. Gevraagd naar de recente onthullingen over het oorlogsverleden van de president zei de premier: “Iedereen zal begrijpen dat ik in mijn functie mij daarover niet heb uit te laten. Wat betreft het regime van Vichy (de Franse regering die collaboreerde met de Duitse bezetter, red.) houd ik mij aan wat generaal De Gaulle daarover op 18 juni 1940 zei: dat regime is intrinsiek slecht, want gegrondvest op alles wat strijdig is met de waarden die hebben gezorgd voor Frankrijks grootheid.” Harder kon het moeilijk.

Het gevecht gaat om grandeur, van het land maar vooral van mannen. De één vecht voor zijn plaats in de geschiedenis en de ander voor een plaats in het Elysée. Vanavond geeft het staatshoofd zijn volgende zet af op de staatszender France 2.