ATTRACTIE VERDRINGT DEGELIJKHEID

De tegenstander van PSV in het UEFA-Cuptoernooi wordt net als de Eindhovense vereniging gefinancierd door een grote multinational. De Duitse firma Bayer steunt de voetbaltrots van Leverkusen, die zich morgenavond kan revancheren voor de bekernederlaag van afgelopen zaterdag tegen München 1860.

Het oefenterrein van Bayer 04 Leverkusen ligt verscholen achter het stadion en bijna onder de snelweg van Düsseldorf naar Keulen. Hoeveel voorbij razende automobilisten zien Rudi Völler en Bernd Schuster door de modder banjeren? Waarschijnlijk geen enkele. De twee vedetten van het Duitse voetbal worden slechts gade geslagen door een groepje oude getrouwen. Zij genieten van Völlers hakballen, van Schusters wegdraaiende voorzetten. Dat Der Rudi morgen nog niet speelgerechtigd is tegen PSV, heeft geen invloed op de hooggespannen verwachtingen. “Als we driemaal scoren, kan Eindhoven het wel vergeten”, spreken de vaste supporters in koor.

Völler keerde vorige maand na zeven jaar terug in de Bundesliga. Sinds zijn komst herstelde Leverkusen zich van een matige seizoenstart, tot de ploeg zaterdag werd uitgeschakeld voor de Duitse beker. Uitgerekend Völler miste een penalty in de strafschoppenserie tegen München 1860. Leverkusen speelde een zwakke wedstrijd en dankte de verlenging aan doelman Vollborn. De verdedigers voor hem bleken kwetsbaar tegen de tweede club van Beieren. De defensieve zwakte is misschien wel de consequentie van het nieuwe aankoopbeleid dat meer gericht is op attractieve dan op degelijke spelers.

Jaren lang gold Bayer Leverkusen als een typische counterploeg, die met gortdroog maar efficiënt voetbal in 1988 zelfs de UEFA-Cup wist te winnen. De Koreaan Cha Bum was een trekpleister, maar de liefhebbers konden zich toch niet identificeren met de club, die gemiddeld nauwelijks tienduizend toeschouwers trok. Ter vergelijking: nabijgelegen clubs als Schalke 04 en Borussia Dortmund hebben drie keer zoveel fans. Het zijn de traditionele volksclubs die geen multinational maar een grote achterban als steun en toeverlaat koesteren.

Schalke is het Feyenoord van Duitsland, Leverkusen valt beter te vergelijken met PSV. Zelfs de onderkomens van beide clubs vertonen overeenkomsten. Het Ulrich Haberland-stadion ruikt naar rubber, niet naar modder. In de wandelgangen hangen een paar oude foto's, maar een rijk verleden heeft Leverkusen niet. Behalve de UEFA-Cup won de Millionenelf een keer de Duitse beker. De derde plaats in de afgelopen competitie was een nieuw clubrecord.

Leverkusen - PSV is niet alleen een duel tussen twee door multinationals gesponsorde clubs, het is ook de strijd tussen twee Brazilianen: Sergio contra Ronaldo. Beiden waren reserve tijdens het WK, maar zijn bij hun club publiekstrekkers. Sergio zorgt met Schuster voor de creatieve impulsen. De laatste wordt op het middenveld bijgestaan door Thomas Dooley, de Amerikaanse waterdrager. Met dank aan de miljoenen van de firma Bayer, die de club in staat stelde om afgelopen zomer ook de van FC Antwerp afkomstige middenvelder Hans-Peter Lehnhof te contracteren.

Trainer Dragoslav Stepanovic past in het beeld dat het vernieuwde Leverkusen zichzelf graag voorhoudt. Een markante snor siert het Bourgondische gezicht. De 46-jarige Serviër is in Belgrado geboren, maar heeft zijn halve leven in Duitsland doorgebracht, waarvan de laatste tien jaar als trainer. Zijn voorlaatste club was Eintracht Frankfurt, waar hij ook als voetballer actief was. Hij is populair bij de supporters, die Steppi's typische voetbalhumor op waarde schatten. Als hij tijdens de ochtendtraining de geblesseerde Nederlandse neo-prof Bernard Schuiteman in gesprek ziet met enkele schrijvende landgenoten, schreeuwt hij van veertig meter: “Hé Holländer, pass mal auf.” Na de training worden zijn verbale kwaliteiten onderdrukt door een quasi norse houding. “Keine Zeit, keine Zeit”. Zijn humeur is nogal wisselend, legt Schuiteman uit.

De jeugdspeler van FC Twente staat al twee seizoenen onder contract bij Leverkusen. Als teamgenoot van Sergio, Dooley en de Roemeense verdediger Lupescu geldt Schuiteman als zogenaamde 'vierde buitenlander', wat betekent dat hij de meeste speeltijd vanaf de bank volgt. “Vorig seizoen heb ik de laatste twee wedstrijden gespeeld. Dat was een fantastische ervaring.” Over zijn toekomst maakt de 20-jarige Schuiteman zich nog geen zorgen. “Ik heb voorlopig weinig kans op een basisplaats, maar bij zo'n club hoef je je daarvoor toch niet te schamen?”

In 1989 had Leverkusen de primeur door als eerste Bundesligaclub een Oostduitse speler aan te trekken. Nog voor de Muur viel had de Oostberlijner Andreas Thom een contract getekend bij de kapitalistische bedrijfsvereniging. Nog geen jaar later volgde zijn landgenoot Ulf Kirsten. Het spitsenduo uit de DDR vergrootte de scoringskansen van Leverkusen, maar het vertoonde voetbal was en bleef weinig sprankelend.

Pas toen de Westduitser Bernd Schuster zijn carrière ging afbouwen in de Bundesliga, kreeg het spel van Leverkusen de nodige glans. De zwaarlijvige spelverdeler nuanceert het karakteristieke Duitse tempovoetbal met vertragende acties en slimme balletjes. Twee weken geleden maakte hij een fantastisch doelpunt tegen Eintracht Frankfurt, door de bal vanaf de middenlijn in de bovenhoek te lobben. Of de 35-jarige het spel ook op internationaal niveau kan dikteren, valt te betwijfelen. Zijn loopvermogen is sterk verminderd, sinds hij in 1980 tijdens het Europees kampioenschap opzien baarde met een paar onnavolgbare rushes. Het EK in Italië was tevens zijn laatste hoogtepunt in het Duitse elftal. Na een ruzie met de toenmalige bondscoach Derwall nam Schuster naar later bleek voorgoed afscheid van het nationale team.

De laatste twaalf jaar speelde hij achtereenvolgens bij Barcelona, Real en Atletico Madrid. Bij de alledrie de clubs had Schuster problemen, maar zijn voetbalkwaliteiten stonden ook in Spanje buiten kijf. Hij heeft een uitstekende traptechniek en een fantastisch speloverzicht, die de fraaiste passes mogelijk maken. “Ik ben blij dat Leverkusen aanvallend voetbal speelt. Dan komt mijn spel beter tot zijn recht.” Op de vraag of de 35-jarige zwaargewicht aan zijn laatste club bezig is, volgt een verrassend antwoord. “Nee, daar ben ik nog niet zo zeker van. Ik weet niet hoe lang ik doorga. Ik bekijk het van jaar tot jaar.” Vervolgens loopt hij naar zijn terreinwagen, geflankeerd door een lijfwacht die hij sinds zijn Spaanse periode in dienst heeft.

“Hij had de naam een enfant terrible te zijn, maar dat valt honderd procent mee”, spreekt Bernard Schuiteman vol bewondering over Schuster. “Als je hem iets vraagt, geeft hij bijna altijd antwoord. Nee, hij mengt zich niet echt in de groep. Na de training gaat hij er meestal snel vandoor. Maar als voetballer kunnen wij enorm veel van hem opsteken. Wij zien meestal twee oplossingen bij een bepaalde spelsituatie. Dan heeft hij er al vier gezien.”