Zweden; Schrale progressieve troost

Wat de uitslag ook zal zijn van de parlementsverkiezingen die volgende week zondag in Zweden worden gehouden, vast staat nu al dat de sociale verzorgingstaat verder zal worden afgebroken. Het land is aan de grenzen van zijn economische en financiële mogelijkheden gekomen. Veertig procent van de overheidsuitgaven voor het begrotingsjaar 1994/95 moet worden geleend. De staatsschuld is opgelopen tot 275 miljard gulden. De werkloosheid beloopt dertien procent van de beroepsbevolking. Dat zijn cijfers waarbij geen enkele regering een populair beleid kan bedenken.

De opiniepeilingen van de afgelopen twaalf maanden duidden erop dat de sociaal-democraten onder leiding van de 59-jarige Ingvar Carlsson de verkiezingen ruim zouden winnen en de centrum-rechtse regering van premier Carl Bildt (45) naar de oppositiebanken zouden verwijzen. In de peilingen stonden zij steeds op zo'n vijftig procent van de stemmen. Een logisch herstel, nadat zij bij de vorige parlementsverkiezingen in 1991 een historische duikeling hadden gemaakt naar 38 procent. Sinds de jaren dertig hadden de sociaal-democraten steeds tussen de veertig en vijftig procent van de kiezers achter zich.

De laatste week is er echter een kentering gekomen in deze ontwikkeling. Volgens een donderdag gepubliceerde peiling in het dagblad Expressen is de steun voor de sociaal-democraten aan het afbrokkelen. De partij zou op 45,1 procent uitkomen, tegen 50,6 procent in de laatste week van augustus. De peiling bevestigt eerdere enquêtes in het economische weekblad Veckans Affarer en Svenska Dagbladet, die ook al een dalende lijn lieten zien.

Opvallend is dat het teruglopen van de sociaal-democratische aanhang niet ten goede komt van de partijen in de centrum-rechtse regering. Deze komen niet boven de veertig procent uit. De kiezers wijken uit naar de Groenen en naar de ex-communistische Vänsterpartiet, twee partijen die zich sterk maken tegen toetreding van Zweden tot de Europese Unie.

Terwijl de meeste politieke partijen voor toetreding zijn, is een meerderheid van de Zweedse kiezers tegen. Volgens een medio augustus uitgevoerde peiling van de krant Göteborgs-Posten is 41 procent van de Zweden anti-EU, 37 procent vóór, terwijl 20 procent zich nog geen oordeel heeft kunnen vormen.

De sociaal-democraten kampen het sterkst met deze incongruentie tussen het standpunt van de partij en haar kiezers. De partij zelf heeft zich vóór toetreding uitgesproken, maar peilingen geven aan dat maar liefst 50 procent van de sociaal-democratische kiezers bij het referendum op 13 november tegen en slechts 24 procent vóór toetreding zal stemmen. Ondanks pogingen van Carlsson de Europese kwestie buiten de verkiezingscampagne te houden, lijkt die nu toch een verstorende factor te worden.

Premier Bildt doet in de laatste fase van de verkiezingscampagne een uiterste poging het tij voor zijn impopulaire coalitiekabinet te keren. “Het zou een tragedie voor Zweden zijn als het allemaal zou uitlopen op een rood-groene chaos”, waarschuwde hij onlangs voor de televisie. Hij hoopt dat het inmiddels licht dalende werkloosheidscijfer en de groeiende winsten in het bedrijfsleven zwevende kiezers ertoe zal verleiden de zittende coalitie alsnog het voordeel van de twijfel te gunnen. “Ik stond voor de taak een keer te brengen in de economie die in een crisis verkeerde toen ik premier werd. Ik wil niet beweren dat ik alles heb opgelost, maar de zaken staan er nu beter voor”, zo houdt hij de Zweden in de verkiezingscampagne voor.

De zakenwereld reageerde nerveus op de cijfers, want het ontbreken van een solide politieke meerderheid is voor haar geen aantrekkelijk perspectief. De gedevalueerde Zweedse kroon kwam onder druk te staan en de prijzen van de aandelen zakten over de hele linie met zo'n twee procent. “Het is de politieke onzekerheid die de markten zorgen baart”, constateerde een econoom van de Zweedse bank.

Maar wie er volgende week zondag ook als winnaar uit de bus komt, er zal nog veel meer bezuinigd worden. Veel kiezers mogen dan boos zijn over de besnoeiingen die de huidige regering al op het sociale vlak heeft doorgevoerd, de sociaal-democraten zijn zeker niet van plan doorgevoerde bezuinigingen terug te draaien. De kinderbijslag gaat zelfs verder naar beneden en werkende ouders zullen vakantiedagen moeten opnemen bij ziekte van hun kinderen als Carlsson gaat regeren. De premies voor de gezondheidszorg gaan omhoog en ook de belastingen, die toch al tot de hoogste in Europa behoren, zullen verder stijgen om verdere slijtage van het sociale vangnet tegen te gaan. De sociale verzorgingsstaat zal, hoe dan ook, flink worden onttakeld.

De leider van de Zweedse liberalen heeft deze week gezegd dat zijn partij eventueel bereid is tot een coalitie met de sociaal-democraten als die op eigen kracht geen meerderheid weten te behalen. Daarmee is de kans weer groter geworden dat de ontmanteling van de verzorgingsstaat ter hand wordt genomen door de partij die deze heeft opgebouwd. Carlsson heeft nog een restantje progressieve troost beloofd: de helft van zijn kabinet zal uit vrouwen bestaan.