Waterpoloploeg leunt te veel op Kuipers en levert de wereldtitel in

ROTTERDAM, 10 SEPT. Nederland is bij het vrouwenwaterpolo onttroond als wereldkampioen, maar topscoorster Karin Kuipers vond na de met 7-5 verloren finale tegen Hongarije Oranje nog steeds de beste ploeg hebben. “We maken de kansen niet af en gaan dan dingen geforceerd doen. De rust ontbreekt.”

Kuipers probeerde in Rome in haar eentje te redden wat er te redden viel. Ze werkte hoogstpersoonlijk een 3-0 achterstand weg, maar toen de Hongaarse ploeg wederom afstand nam was ook haar dat te machtig. “We leunden inderdaad te veel op haar”, zei bondscoach Kees van Hardeveld over de rol van Kuipers. “Iedereen keek naar wat zij ging doen. Ook als midvoor is Kuipers een kanjer, maar dan mis ik weer haar afstandschot.”

De bondscoach keek daarmee al voorzichtig naar de toekomst. Er moet in de breedte het nodige gebeuren bij de waterpolosters. Want op Lindhout en Verdam na, en dan nog zeer incidenteel, ontbraken bij het WK naast Kuipers de persoonlijkheden die de ex-wereldkampioen iets extra's konden geven. Het zal, aldus Van Hardeveld, niet eenvoudig zijn nieuwe sterren te vinden, want de sport maakt een terugval door, met name qua aantal speelsters.

Boering, Lindhout, Spijker en Verdam waren er acht jaar geleden ook al bij. Boering en Spijker stoppen waarschijnlijk. Anderen twijfelen. “Hier is drie jaar naar toe gewerkt. Het volgende grote doel is weer het WK. Een EK is leuk, maar je komt er de wereldtop niet tegen. We zullen ons op de opleiding moeten richten”, zei Van Hardeveld.

Hij gebruikte het niet als excuus, maar hamerde wel weer eens op meer faciliteiten, investeren in tijd en geld, want de concurrentie aan de top neemt elk jaar toe. “Ik gun het de mannen van harte dat ze zich dank zij NOC*NSF drie maanden aan waterpolo konden wijden, maar ik ben er wel jaloers op. Bij ons is het: overdag werken, snel eten, trainen en slapen. Dat wordt alleen onderbroken als ik ze eens een dagje vrij geef.”

Hoewel vrouwenpolo geen olympische status heeft, betaalde NOC*NSF een trainingsstage met een toernooi in Athene. “Daar was ik gigantisch blij mee. Het is heel essentieel om er een week lang uit te zijn. In het verleden dacht men dat wij het allemaal niet zo hard nodig hadden. Maar je kunt een voorsprong niet altijd houden. Toen wij met tien, vijftien doelpunten verschil wonnen, nam niemand onze sport serieus. Dat is geweest.”

De zo geholpen Nederlandse mannenploeg verloor gisteren met 7-6 van Griekenland en zal om de zevende plaats spelen tegen Hongarije. Oranje leverde een goede prestatie door de finalepoule te bereiken, maar stelde daarna flink teleur.

De medaille van de waterpolosters zal hoogstwaarschijnlijk de enige zijn die Nederland in Rome haalt. Het was bij het zwemmen al heel wat dat er gisteren twee Nederlandse vrouwen een finale bereikten. Inge de Bruijn werd zevende op de 100 meter vlinderslag, Karin Brienesse achtste. Marcel Wouda zwom, bovendien in de B-finale van de 400 meter vrije slag een nationaal record, 3.55,26 - 0,14 seconden sneller dan Richard Granneman twee jaar geleden.

Brienesse was niet ontevreden met haar prestatie. Meer zat er niet in, besefte ze. De Bruijn voelde zich wel teleurgesteld. “Met een tijd van 1.01 mag ik niet tevreden zijn. Dit is mijn nummer. Ik ben blijven steken waar ik vier jaar geleden was, zevende. Het voelde zo goed, dat ik, ondanks een slecht keerpunt, echt dacht dat ik een 59'er had gezwommen. Ik ging voor het Nederlands record.” De Bruijn verbeterde evenals Brienesse niet haar tijd van de serie.

De Bruijn beloofde beterschap. Ze zei meer te gaan trainen, met meer kracht en met de meeste aandacht voor haar eindschot. “Maar ik kan er natuurlijk niet 24 uur per dag mee bezig zijn, zoals die Chinese die in Barcelona won. Die was twee jaar niet thuis geweest. Ik moet ook afleiding hebben.” Bondscoach René Dekker over De Bruijn: “Ze is absoluut niet aan het einde van haar latijn. De ogen zijn nu open, als de vakantie voorbij is moeten de daden komen. Als Inge traint, traint ze goed.”

Ver voor de Nederlanders waren het gisteren niet de Chinezen, maar vooral de Australiërs die van zich deden spreken. Er werden twee wereldrecords verbeterd, Kieren Perkins zwom 3.43,80 op de 400 meter vrije slag en zijn landgenote Samantha Riley legde de 100 meter schoolslag af in 1.07,69.