Verkiezingen in Québec: wordt Canada kleiner?

Nauwelijks bekomen van de aardverschuiving die het politieke landschap vorig najaar onderging, zet Canada zich schrap voor een mogelijke naschok komende maandag: provinciale verkiezingen in de franstalige provincie Québec met als potentiële winnaar de separatische Parti Québécois (PQ). De separatisten willen vervolgens binnen tien maanden de inwoners in een referendum vragen of zij zich willen afscheiden van de Canadese federatie.

Het is een verwarrende verkiezingsstrijd voor Canada: tot afgelopen week lag de PQ in alle peilingen ruim op kop, maar tot veler verbazing toonde een grote peiling gisteren plotseling aan dat de enige concurrent, de al negen jaar regerende Liberale partij, toch zal winnen. De zwenking bewijst nog eens hoezeer het al decennia slepende debat over de soevereiniteit van Québec Canada en de provincie zelf verdeeld houdt.

PQ-leider Jacques Parizeau (64) heeft tijdens de campagne geen moment onbenut gelaten om te onderstrepen dat hij “van Québec een land wil maken”. “De soevereiniteit van Québec is niet zo ver weg. Een jaar nog en we zijn er. Het is geen droom”, verkondigde hij. Zijn Liberale rivaal, de huidige provinciale premier Daniel Johnson (49), zei afgelopen donderdag al even gedecideerd: “Ik twijfel er geen moment aan dat de meerderheid van de Québécois binnen de Canadese federatie wil blijven.”

Voor de Québécois die met zeven miljoen inwoners een kwart van de Canadese bevolking vormen, is de afscheiding allesbehalve een uitgemaakte zaak. Uit peilingen blijkt weliswaar dat zij na een negenjarig Liberaal bewind met torenhoge belastingen, begrotingstekorten en massawerkeloosheid simpelweg verandering willen en in de PQ een alternatief zien. Maar dit betekent nog niet dat zij het belangrijkste programmapunt van de PQ, de soevereiniteit, onderschrijven.

Dezelfde peilingen die de afgelopen weken 49 procent steun voor de separatisten en 44 procent aanhang voor de Liberalen aantoonden, wezen ook op maximaal veertig procent steun voor afscheiding. En dat is evenveel als in 1980, toen de separatisten ook al een referendum over dit thema organiseerden en met 60 procent tegenstand een nederlaag leden.

Een eventuele verkiezingswinst van de separatisten maakt de nabije toekomst van Canada nog onzekerder en voedt de nationale verdeeldheid. De Canadese kiezers - van oost tot west wèl eensgezind in hun afkeer van de economische malaise en de federale bureaucratie van Ottawa - verkochten de traditionele politiek een jaar geleden al een enorme oplawaai. De Liberalen kwamen landelijk aan de macht, en de regerende Conservatieven werden op twee parlementszetels na compleet uitgewuifd. Maar de verrassing was de intocht van het separatische Bloc Québécois, een zusterbeweging van de PQ in het federale parlement, en de populistische Reform-partij uit het westen. Die Reform-partij dankte haar winst ook aan haar anti-Québec-houding.

Afscheiding door Québec zou niet alleen Canada's imago als baken van multiculturele tolerantie aantasten, maar het kolossale land ook fysiek in drieën delen: Québec; de vier Atlantische provincies Newfoundland, Prince Edward Island, New Brunswick en Nova Scotia; en ten slotte Ontario en het westen. In de westelijke provincie British Columbia is de blik al langer gericht op Azië en de landen rondom de Stille Oceaan; haar booming hoofdstad Vancouver heeft als bijnaam Hongcouver. “Dit grote land verwoesten” zou Québec en British Columbia “tot de ergste vijanden maken”, zei de premier van British Columbia deze zomer.

Een mogelijke separatische verkiezingswinst markeert een nieuw begin of feller vervolg van een debat dat in Québec in feite van alle tijden is. Al sinds het Engelse leger van generaal Wolfe tijdens de Frans-Engelse oorlog in 1759 de Franse troepen van Montcalm onder de voet liep in de slag van de Abraham-vlakten, voelen de Franssprekende Québécois zich op eigen bodem achtergesteld. Velen vinden dat hun taal en cultuur, de francophonie, wordt bedreigd in de hen omringende zee van anglophones in Noord-Amerika.

De hang naar soevereiniteit kreeg politiek gestalte in 1967 met de oprichting van de PQ. Dat was het jaar waarin de Franse generaal De Gaulle vanaf het balkon van het stadhuis van Montreal het Frans-zijn van de inwoners stimuleerde met de donderende uitroep: “Vive le Québec libre”. De PQ regeerde de provincie zelfs al negen jaar, van 1976 tot 1985, maar verloor in 1980 het referendum. Twee afzonderlijke pogingen van de federale regering en de provinciale regeringen om tegemoet te komen aan de speciale constitutionele wensen van Québec, liepen eveneens op niets uit.

In tegenstelling tot regionale conficten over zelfbeschikking en culturele autonomie elders is de strijd in Québec doorgaans beschaafd en zonder geweld gevoerd; afgezien van een korte periode van terreur in de jaren zestig door een geheime groep die een minister vermoordde en ontvoeringen op touw zette. Onlangs bleek evenwel uit een enquête dat dertig procent van de mensen in de westelijke provincie Alberta gelooft dat verdere pogingen tot afscheiding door Québec kunnen escaleren tot een burgeroorlog. In Vancouver werd onlangs een 20-jarige vrouw op straat afgetuigd door een inwoner, omdat haar auto een kentekenplaat van Québec had.

Een verlies van de separatisten maandag betekent niet dat het onderwerp van tafel verdwijnt. “Absoluut niet. Het is toch normaal dat mensen de middelen moeten hebben om hun eigen belastingen te gebruiken en hun eigen zaken regelen”, zei PQ-leider Parizeau vorige week. In een televisiedebat verweet zijn Liberale rivaal Johnson hem zo geobsedeerd te zijn door de onafhankelijkheid dat dit ten koste gaat van de economische ontwikkeling van Québec dat 800.000 werklozen telt.

Volgens Parizeau zou Québec 2,2 miljard dollar bezuinigen door de overlappende uitgaven met de federale regering te schrappen, en zelf gemakkelijker banen kunnen scheppen. Johnson voorspelde juist een verlies van 175.000 banen na de onafhankelijkheid. En wie betaalt de opbouw van een leger en ambassades over de hele wereld, zei Johnson. Parizeau meent dat een onafhankelijk Québec de Canadese dollar kan blijven gebruiken en partner kan worden in het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag (NAFTA) tussen Canada, de VS en Mexico.

Het Fraser-instituut, een conservatieve denktank, heeft een somberder beeld geschetst. Als een zelfstandig Québec een evenredig deel van de Canadese staatsschuld (circa 1.000 miljard gulden) op zich zou nemen, zoals Parizeau heeft geopperd, - een bedrag van bijna 109 miljard dollar - is het meteen een van de grootste schuldenlanden ter wereld.

De rest van Canada, inclusief de federale regering, heeft tijdens de verkiezingsstrijd gezwegen om de separatisten niet in de kaart te spelen. Tot vorige week zweeg ook een groep belanghebbenden die nog meer dan de Québécois een minderheid zijn: de indianen. Zij - vooral de Cree en de Mohawks die grote lappen grond in noord-Québec bezitten - zijn bezorgd over hun toekomst na een eventuele afscheiding. De voorzitter van het Congress of Aboriginal People waarschuwde al voor geweld als hun rechten niet gerespecteerd worden en vroeg de provinciale premiers om bescherming. De indianen hebben enig recht van spreken: lang voordat de Fransman Jacques Cartier in 1534 in opdracht van de Franse koning bezit nam van het territorium, stonden hun wigwams al in “Kebek”.